Persoonlijke levenssfeer prevaleert boven vrijheid van meningsuiting bij heimelijke opnamen zonder toestemming.
Onrechtmatige televisieuitzending. Botsing recht op vrijheid van meningsuiting, waaronder persvrijheid, met recht op eerbiediging persoonlijke levenssfeer. Maatstaf; afweging van alle terzake dienende omstandigheden. Art. 10 lid 2 EVRM; noodzakelijkheidstoets, proportionaliteitstoets; geen ambtshalve onderzoek rechter.
Rechtsvraag
Of Endemol, SBS en De Vries onrechtmatig hebben gehandeld door heimelijk gemaakte opnamen van [verweerder] uit te zenden, gelet op de botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM).
Regel
- art. 8 EVRM (recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer)
- art. 10 lid 1 EVRM (recht op vrijheid van meningsuiting)
- art. 10 lid 2 EVRM (noodzakelijkheidstoets en proportionaliteitstoets voor beperkingen van de vrijheid van meningsuiting)
Toepassing
- art. 8 EVRM (recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer) Het hof heeft overwogen dat [verweerder] zich in de TBS-kliniek veilig mocht wanen en dat de opnamen zonder zijn medeweten en toestemming zijn gemaakt, wat een ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer vormt. De uitzending van deze opnamen zou deze inbreuk nog vergroten. (rov. 3.2.5.3(i)-(ii))
- art. 10 lid 1 EVRM (recht op vrijheid van meningsuiting) Endemol en SBS beriepen zich op hun recht op vrijheid van meningsuiting, met het argument dat de opnamen schokkende bijzonderheden aan het licht brachten die van groot publiek belang waren. Echter, het hof oordeelde dat de gestelde misstanden niet de uitzending van de opnamen rechtvaardigden, vooral omdat de informatie al op andere manieren aan het publiek was bekendgemaakt en de privacy van [verweerder] zwaarder woog. (rov. 3.2.5.3(iv)(a)-(f))
- art. 10 lid 2 EVRM (noodzakelijkheidstoets en proportionaliteitstoets voor beperkingen van de vrijheid van meningsuiting) Het hof heeft geoordeeld dat de inbreuk op de vrijheid van meningsuiting door het verbod op uitzending van de opnamen voldoet aan de noodzakelijkheidstoets en proportionaliteitstoets van art. 10 lid 2 EVRM, omdat de persoonlijke levenssfeer van [verweerder] in dit geval zwaarder woog dan het recht op vrijheid van meningsuiting. (rov. 3.2.5.2, 3.4)
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het beroep van Endemol, SBS en De Vries en bevestigt het oordeel van het hof dat het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [verweerder] in dit geval zwaarder weegt dan het recht op vrijheid van meningsuiting. De opgelegde verboden en dwangsommen blijven daarmee in stand.
Partijen en standpunten
- Eiser: Endemol Nederland B.V., SBS Broadcasting B.V., Peter Rudolf De Vries
- Gedaagde: [Verweerder]
Endemol c.s. betoogden dat hun recht op vrijheid van meningsuiting, verankerd in artikel 10 lid 1 EVRM, zwaarder weegt dan het recht van verweerder op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). Ze stelden dat het uitzenden van de opnamen een zwaarwegend publiek belang diende vanwege de onthullingen van schokkende misstanden.
[Verweerder] voerde aan dat het uitzenden van de opnamen een ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer zou vormen. Hij vorderde de afgifte van de opnamen, een verbod op openbaarmaking zonder zijn toestemming, en onherkenbaarheid in geval van uitzending.
Wetsartikelen
- art. 8 EVRM
- art. 10 lid 2 EVRM
- art. 10 lid 1 EVRM
- art. 7 Gw
- art. 10 EVRM
- art. 8 lid 2 EVRM
- art. 81 RO
Tijdlijn
- 14-10-1982 [verweerder] wordt veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens het ontvoeren, misbruiken en vermoorden van drie meisjes. Hij ontkent de feiten tijdens zijn berechting.
- 1997 [verweerder] legt een bekentenis af betreffende de drie moorden. Deze bekentenis wordt niet openbaar gemaakt en hij wordt overgeplaatst naar een TBS-kliniek.
- 2003 Het televisieprogramma Netwerk wijdt een uitzending aan de zaak-[verweerder]. Het programma bespreekt de bekentenis van 1997 en een brief uit 1977 waarin een vice-president van de rechtbank Den Haag aanbood rijlessen voor [verweerder] te regelen en te betalen.
- Eind maart 2010 Peter R. de Vries maakt op zijn website bekend dat er door een jeugdvriend van [verweerder] heimelijk opnamen zijn gemaakt in de TBS-kliniek. Deze opnamen zouden worden gebruikt in het televisieprogramma 'Peter R. de Vries, Misdaadverslaggever' op 4, 11 en 18 april 2010.
- 04-04-2010 Endemol en SBS plannen de uitzending van de opnamen in het televisieprogramma van Peter R. de Vries.
- 09-04-2010 De voorzieningenrechter te Amsterdam wijst de gevraagde voorzieningen van [verweerder] af voor zover deze gericht zijn op het verbieden van de voorgenomen uitzending van 4 april 2010.
- 11-04-2010 Ondanks het verbod van de voorzieningenrechter worden de opnamen toch uitgezonden in het televisieprogramma van Peter R. de Vries.
- 08-03-2011 Het gerechtshof te Amsterdam bekrachtigt de vonnissen van de voorzieningenrechter en overweegt dat de afweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in het voordeel van [verweerder] uitvalt.
- 05-10-2012 De Hoge Raad verwerpt het beroep van Endemol, SBS en Peter R. de Vries en veroordeelt hen in de kosten van het geding in cassatie.