Kwalitatieve rechten kunnen zonder vastlegging in registers ontstaan; uitleg persoonlijke verplichtingen vereist context.
Kwalitatief recht; art. 6:251 BW. Afspraak aangaande overgang onder bijzondere titel niet vereist, evenmin dat daar kwalitatieve verplichting (art. 6:252 BW) tegenover staat. Geen inschrijving in openbare registers. Onbegrijpelijke uitleg beding.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of de rechten uit hoofde van het bouwbeperkingsbeding zijn overgegaan als kwalitatieve rechten op [eiseres 1] en of [verweerder] na de vervreemding van het pand [a-straat 2] nog steeds aansprakelijk is voor de bouwbeperking.
Regel
- art. 6:251 lid 1 BW (Kwalitatieve rechten)
- art. 6:252 BW (Kwalitatieve verplichtingen)
Toepassing
- art. 6:251 lid 1 BW (Kwalitatieve rechten) De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat kwalitatieve rechten alleen kunnen ontstaan als deze kadastraal worden vastgelegd of expliciet als zodanig worden overeengekomen. De rechten kunnen immers ook zonder deze voorwaarden overgaan als kwalitatieve rechten, mits ze in voldoende verband staan met het pand [a-straat 1]. De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd omdat kwalitatieve rechten niet afhankelijk zijn van een dergelijke vastlegging. Het hof heeft niet de juiste maatstaf toegepast door te veronderstellen dat de rechten niet als kwalitatieve rechten zijn overgegaan op [eiseres 1]. (Rechtsoverweging 3.4)
- art. 6:252 BW (Kwalitatieve verplichtingen) De Hoge Raad concludeert dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat [verweerder] na de vervreemding van het pand niet langer aansprakelijk is voor de bouwbeperking. Het hof heeft niet voldoende gemotiveerd waarom de verplichting van [verweerder] zou eindigen bij overdracht van het pand, zeker gezien de argumenten van [eiser] c.s. dat de beperking een voorwaarde was voor de verkoop en dat [verweerder] dit had moeten begrijpen. Het hof heeft hiermee een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan de overeenkomst. (Rechtsoverweging 3.5)
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling. De Hoge Raad oordeelt dat het hof in de eerdere uitspraak ten onrechte heeft aangenomen dat de rechten uit het bouwbeperkingsbeding niet als kwalitatieve rechten zijn overgegaan op [eiseres 1] en dat [verweerder] niet langer aansprakelijk zou zijn na de verkoop van het pand.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Eiseres 1], [Eiser 2]
- Gedaagde: [Verweerder]
[Eiser] c.s. stelden dat de voorgenomen verbouwing in strijd was met een bouwbeperkingsbeding, dat kwalitatieve rechten creΓ«erde ten behoeve van het pand [a-straat 1]. Ze vorderden een verklaring voor recht dat [verweerder] aansprakelijk was voor schade bij niet-naleving, ongeacht de vervreemding van het pand.
[Verweerder] verscheen niet, maar het hof oordeelde dat er geen kwalitatief recht was gevestigd en dat [verweerder] niet aansprakelijk bleef na de verkoop van het pand.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 1992 [Betrokkene 1] verkoopt pand [a-straat 2] zonder tuin aan [verweerder]. In de koopovereenkomst worden diverse bouwbeperkingen opgenomen, waaronder een verbod op het wijzigen van het dak en het hebben van ramen tussen de panden.
- 14-01-1993 De akte van levering van het pand [a-straat 2] aan [verweerder] wordt getekend, waarin de bouwbeperkingen uit de koopovereenkomst zijn opgenomen.
- 2004 [Betrokkene 1] verkoopt pand [a-straat 1] aan zijn dochter, [eiseres 1], en levert het pand aan haar.
- Begin 2007 [Betrokkene 2], zoon van [verweerder], informeert [eiseres 1] dat hij een verdieping op pand [a-straat 2] wil bouwen. [Eiseres 1] maakt bezwaar tegen deze verbouwing.
- 22-01-2007 [Eiseres 1] stuurt een brief aan de familie van [verweerder] waarin ze bezwaar maakt tegen de voorgenomen verbouwing van pand [a-straat 2].
- 16-01-2008 [Verweerder] verkoopt en levert pand [a-straat 2] aan zijn zoon [betrokkene 2], terwijl de juridische procedure al loopt.
- 21-05-2008 De rechtbank doet uitspraak in zaak 295883/HA ZA 07-2864, in het voordeel van [eiseres 1], waarbij het bouwbeperkingsbeding als kwalitatief recht wordt erkend.
- 24-09-2008 De rechtbank doet opnieuw uitspraak in de zaak, waarbij de eerdere beslissing wordt bevestigd.
- 17-12-2008 Een derde vonnis wordt door de rechtbank uitgesproken in de zaak, met bevestiging van eerdere uitspraken.
- 01-04-2009 De rechtbank bevestigt in een vierde vonnis de eerdere uitspraken ten gunste van [eiseres 1], inzake het bouwbeperkingsbeding.
- 29-03-2011 Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van [eiseres 1] af, oordelend dat geen sprake is van een kwalitatief recht.
- 20-04-2012 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling. Het oordeelt dat het hof ten onrechte geen kwalitatief recht heeft aangenomen.