Echtscheidingsconvenant niet vernietigbaar door nietigheid eerdere overeenkomst; art. 6:229 BW niet van toepassing.

Hoge Raad Β· 30 maart 2012 Β· Cassatie Β· Civiel recht

Niet-nakoming verrekenbeding uit huwelijkse voorwaarden. Bij echtscheiding gesloten overeenkomst over verrekening vermogen niet vernietigbaar op grond van art. 6:229 BW (voortbouwende overeenkomsten).. Art. 1:132 e.v. ook van toepassing op bij echtscheiding overeengekomen verrekening. Art. 3:199 BW (uitsluiting dwalingsregeling) niet beperkt tot dwaling over waarde.

Rechtsvraag

Kan de overeenkomst van 12 september 2003 als nietig worden beschouwd omdat deze niet in notariΓ«le vorm is gesloten en zonder goedkeuring van de rechtbank, en zijn de daarop voortbouwende overeenkomsten van 2007 vernietigbaar?

Regel

  • art. 1:135 lid 2 BW (Regels voor verrekenbedingen)
  • art. 3:199 BW (Uitsluiting van vernietigbaarheid bij verrekening)
  • art. 6:229 BW (Voortbouwende overeenkomsten)
  • art. 81 RO (Geen nadere motivering nodig)

Toepassing

  • art. 1:135 lid 2 BW (Regels voor verrekenbedingen) Het hof heeft geoordeeld dat de overeenkomsten van 2007 een echtscheidingsconvenant inhouden met een finale verrekening, en dat de algemene regels voor verrekenbedingen ook van toepassing zijn op vermogensbestanddelen die nadien zijn overeengekomen. Dit betekent dat de regels voor verrekenbedingen van toepassing zijn, zelfs als de huwelijkse voorwaarden alleen een periodiek verrekenbeding van inkomsten bevatten. De partijen zijn vrij om nader overeen te komen dat bij een ontbinding van het huwelijk zal worden afgerekend alsof er een algehele gemeenschap bestond. (Rechtsoverweging 3.3.3)
  • art. 3:199 BW (Uitsluiting van vernietigbaarheid bij verrekening) Het hof achtte de regeling voor voortbouwende overeenkomsten van art. 6:229 BW niet van toepassing op verrekening. Daarom is de vraag of de overeenkomst van 2003 nietig is, niet relevant voor de vernietigbaarheid van de overeenkomsten van 2007. Ook een beroep op dwaling is uitgesloten door art. 3:199 BW, dat niet alleen betrekking heeft op de waarde maar ook op het bestaan van een gemeenschap. (Rechtsoverwegingen 3.3.1, 3.4)
  • art. 6:229 BW (Voortbouwende overeenkomsten) Het hof heeft terecht geoordeeld dat de regeling voor voortbouwende overeenkomsten niet van toepassing is op verrekeningsovereenkomsten, waardoor de nietigheid van de overeenkomst van 2003 niet leidt tot de vernietigbaarheid van de overeenkomsten van 2007. (Rechtsoverweging 3.3.2)
  • art. 81 RO (Geen nadere motivering nodig) De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten van onderdeel 3 en 4 geen beantwoording van rechtsvragen vereisen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, en daarom geen nadere motivering behoeven. (Rechtsoverweging 3.5)

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de vrouw. De overeenkomsten van 2007 worden beschouwd als een echtscheidingsconvenant met een finale verrekening, waarop de regels voor verrekenbedingen van toepassing zijn. De nietigheidsvraag van de overeenkomst van 2003 blijft daarom buiten beschouwing, en de voortbouwende overeenkomsten zijn niet vernietigbaar op grond van art. 6:229 BW.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [De vrouw]
  • Gedaagde: [De man]

De vrouw betoogt dat de overeenkomst van 2003 nietig is wegens vormgebreken, waardoor de overeenkomsten van 2007 vernietigbaar zijn.

De man stelt dat de overeenkomsten van 2007 als echtscheidingsconvenant gelden, waardoor de vraag naar nietigheid van de 2003-overeenkomst irrelevant is.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 07-03-1986 De vrouw en de man zijn op huwelijkse voorwaarden gehuwd, waarbij iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten en een jaarlijks verrekenbeding van overgespaard inkomen is overeengekomen.
  2. 12-09-2003 Partijen ondertekenen een onderhandse akte waarin zij afspreken bij uiteengaan financieel af te rekenen alsof alle vermogensbestanddelen gezamenlijk zijn.
  3. 25-06-2007 Partijen sluiten een overeenkomst waarin wordt bepaald dat beide echtelieden een gelijk deel zullen ontvangen nadat alle bezittingen zijn verkocht of te gelde gemaakt.
  4. 09-08-2007 De echtscheidingsbeschikking wordt uitgesproken en de overeenkomst van 25 juni 2007 wordt als herhaald en ingelast beschouwd in de beschikking.
  5. 14-08-2007 Het huwelijk wordt ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
  6. 16-08-2007 De overeenkomst van 25 juni 2007 wordt kort na de echtscheiding aangevuld.
  7. 26-03-2008 De rechtbank Alkmaar doet uitspraak in de zaak tussen de vrouw en de man.
  8. 18-03-2009 De rechtbank Alkmaar doet uitspraak in de zaak 99989/HA ZA 08-63, waarbij de vrouw onder meer wordt veroordeeld tot betaling van € 281.296,25.
  9. 07-09-2010 Het gerechtshof te Amsterdam vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de vrouw tot betaling van € 276.475,75.
  10. 23-01-2012 De advocaat van de vrouw reageert bij brief op de conclusie van de Advocaat-Generaal A. Hammerstein die strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
  11. 30-03-2012 De Hoge Raad verwerpt het beroep van de vrouw in cassatie en compenseert de kosten van het geding, waardoor iedere partij de eigen kosten draagt.