Een privaatrechtelijke dienstbetrekking vereist arbeid, loon en gezag, ook bij reality-tv-deelname.

Hoge Raad Β· 25 maart 2011 Β· Cassatie Β· Bestuursrecht; Belastingrecht

Art. 3 Werkloosheidswet. Deelname aan televisieprogramma privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks andersluidende kwalificatie in de overeenkomst.

Rechtsvraag

Is er sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen belanghebbende en Talpa in de zin van artikel 3 van de Werkloosheidswet, waardoor belanghebbende recht heeft op een WW-uitkering?

Regel

  • art. 3 WW (privaatrechtelijke dienstbetrekking)
  • art. 7:610 BW (arbeidsovereenkomst)

Toepassing

  • art. 3 WW (privaatrechtelijke dienstbetrekking) De Centrale Raad heeft geoordeeld dat belanghebbende tot Talpa in privaatrechtelijke dienstbetrekking stond, omdat voldaan was aan de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst: persoonlijke arbeid, gezagsverhouding en loonbetaling. De Hoge Raad bevestigt dat de Centrale Raad de juiste criteria heeft gehanteerd en geen onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip 'privaatrechtelijke dienstbetrekking'.
  • art. 7:610 BW (arbeidsovereenkomst) De bepalingen van de overeenkomst tussen Talpa en belanghebbende, zoals de verplichting tot het opvolgen van instructies, het ontvangen van een maandelijkse schadeloosstelling, en de inhouding van loonheffingen en sociale premies, wijzen op een arbeidsovereenkomst. De Centrale Raad heeft deze elementen terecht in samenhang beoordeeld en geconcludeerd dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Conclusie

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond, bevestigend dat de Centrale Raad terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende in privaatrechtelijke dienstbetrekking stond tot Talpa, en dus recht heeft op een WW-uitkering.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)
  • Gedaagde: X te Z (belanghebbende)

Het UWV heeft de aanvraag van belanghebbende voor een WW-uitkering afgewezen op grond dat er geen sprake is van een dienstbetrekking.

Belanghebbende stelt dat zij in privaatrechtelijke dienstbetrekking stond tot Talpa en daarom recht heeft op een WW-uitkering.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 15-09-2006 Tussen Talpa Producties B.V. en belanghebbende is een overeenkomst van opdracht ondertekend, waarin expliciet is opgenomen dat geen arbeidsovereenkomst wordt beoogd.
  2. 23-09-2006 Belanghebbende begint aan deelname in het televisieprogramma 'De Gouden Kooi'.
  3. 26-07-2007 Belanghebbende verlaat het programma omdat zij 'weggestemd' is.
  4. 26-11-2007 UWV wijst de aanvraag van belanghebbende voor een WW-uitkering af.
  5. Datum onbekend Belanghebbende maakt bezwaar tegen de afwijzing van de WW-uitkering door het UWV, maar het bezwaar wordt ongegrond verklaard.
  6. Datum onbekend De Rechtbank Zwolle-Lelystad verklaart het beroep van belanghebbende tegen de beslissing op bezwaar gegrond en vernietigt het besluit op bezwaar.
  7. 25-03-2010 De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad.
  8. Datum onbekend Het UWV stelt beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
  9. 06-01-2011 De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen concludeert tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
  10. 25-03-2011 De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten.