Kwalitatieve verplichting beperkt gebruik door rechthebbende, niet beschikkingsbevoegdheid over registergoed.

Hoge Raad · 18 juni 2010 · Cassatie · Civiel recht

Zakenrecht. Erfpacht. Akte waarbij perceel in erfpacht is verkregen behelst een kwalitatieve verplichting (als bedoeld in art. 6:252 BW) en een derdenbeding. Verkoop recht van erfpacht. Houden de in de notariële akte opgenomen kwalitatieve verplichting en het derdenbeding enkel een beperking in van het gebruik of ook van de bevoegdheid het desbetreffend registergoed aan een bepaalde partij over te dragen? Uitleg akte. Bewijs voorgenomen gebruik.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de kwalitatieve verplichting en het derdenbeding Erasmus verbieden het gebouw ter beschikking te stellen aan Logegebouw voor gebruik dat mogelijk in strijd is met de doelstellingen van de stichting.

Regel

  • Art. 6:252 BW (kwalitatieve verplichtingen)
  • Art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden)
  • Art. 6:259 BW (wijziging van verbintenissen)

Toepassing

  • Art. 6:252 BW (kwalitatieve verplichtingen) Het hof heeft de verplichting van Erasmus jegens de stichting uitgelegd als een verplichting dat het gebouw ten dienste van een ideëel doel moet worden gebruikt en dat het gebruik betekenis moet hebben voor meer dan een beperkte groep mensen. Het hof concludeerde dat het voorgenomen gebruik door Logegebouw hiermee in strijd is. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof heeft miskend dat de kwalitatieve verplichting alleen betrekking heeft op het gebruik door de rechthebbende en niet op de bevoegdheid het gebouw aan een derde ter beschikking te stellen. Het hof heeft de tekst van de akte onjuist geïnterpreteerd. [Rechtsoverweging: 3.4]
  • Art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden) Erasmus heeft subsidiair gevorderd de verplichting te wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. Het hof oordeelde dat het beroep van de stichting op niet-exclusief gebruik geen onvoorziene omstandigheid was. De Hoge Raad acht dit oordeel niet onbegrijpelijk en wijst erop dat het hof heeft geoordeeld dat de aangevoerde omstandigheden niet onvoorzien waren. [Rechtsoverweging: 3.7]
  • Art. 6:259 BW (wijziging van verbintenissen) De Hoge Raad behandelt de subsidiaire vordering tot wijziging van de verplichting, maar constateert dat het oordeel van het hof dat de omstandigheden niet onvoorzien waren, niet onbegrijpelijk is. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de verplichting niet gewijzigd kon worden op grond van de door Erasmus aangevoerde omstandigheden. [Rechtsoverweging: 3.7]

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof omdat het hof heeft miskend dat de kwalitatieve verplichting en het derdenbeding alleen betrekking hebben op het gebruik van het gebouw door de rechthebbende en niet op de bevoegdheid het gebouw aan een derde ter beschikking te stellen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Erasmus Beleggingen B.V.
  • Gedaagde: Stichting Oecumenisch Centrum Dr. W.A. Visser 't Hooft

Erasmus vordert te verklaren dat het gebruik door Logegebouw niet in strijd is met de kwalitatieve verplichting, en subsidiair wijziging van deze verplichting.

De stichting stelt dat het gebruik door Logegebouw in strijd is met de kwalitatieve verplichting en vordert naleving daarvan.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 16-04-1993 Erasmus verkrijgt een perceel grond in erfpacht van de gemeente Rotterdam, met als verplichting het gebouw in stand te houden en te gebruiken conform de doelstellingen van Stichting Oecumenisch Centrum Dr. W.A. Visser 't Hooft. Overtreding leidt tot een boete van ƒ 100.000 per dag.
  2. 10-10-2003 Erasmus stuurt een brief aan de stichting met betrekking tot het voorgenomen gebruik van het gebouw door de Stichting Rotterdamsch Logegebouw als huisvesting voor vrijmetselaarsloges.
  3. [10-10-2003] De stichting weigert in te stemmen met het door Logegebouw voorgenomen gebruik van het gebouw, omdat het niet strookt met de doelstellingen van gerechtigheid en vrede.
  4. 23-11-2005 De rechtbank Rotterdam wijst de vordering van Erasmus toe, verklaart dat het voorgenomen gebruik niet in strijd is met de verplichting, en wijst de vordering van de stichting af.
  5. 10-05-2007 Het hof wijst de vordering van Erasmus af, stelt dat het ter beschikking stellen van het gebouw niet-nakoming van de verplichting vormt, en legt een boete op.
  6. 10-01-2008 Het gerechtshof bevestigt zijn eerdere oordeel en houdt de boete in stand.
  7. [10-01-2008] Erasmus stelt cassatieberoep in tegen de arresten van het gerechtshof 's-Gravenhage.
  8. 30-03-2010 De advocaat van de stichting reageert op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal.
  9. 02-04-2010 De advocaat van Erasmus reageert schriftelijk op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal.
  10. 18-06-2010 De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling.