Woonark is roerend bij verplaatsbare verbinding met bodem, ondanks nutsvoorzieningen.

Hoge Raad ยท 15 januari 2010 ยท Cassatie ยท Bestuursrecht; Belastingrecht

Art. 220 Gemeentewet; art. 3.3. BW; Is woonark (on)roerend?; waardebepaling in goede justitie leent zich slechts in beperkte mate voor motivering.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de woonark van belanghebbende, die op een waterkavel ligt en is verbonden met de bodem door middel van verankerde meerpalen, moet worden beschouwd als een onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 16, aanhef en letter d, van de Wet WOZ, waardoor het betrokken kan worden in de heffing van onroerendezaakbelastingen.

Regel

  • art. 3:3 BW (onderscheid tussen roerende en onroerende zaken)
  • art. 16, aanhef en letter d, Wet WOZ (vaststelling van de waarde van onroerende zaken voor belastingheffing)

Toepassing

  • art. 3:3 BW (onderscheid tussen roerende en onroerende zaken) Het Hof heeft geoordeeld dat de woonark is verenigd met de grond omdat deze door middel van beugels is verbonden met meerpalen die in de bodem zijn verankerd. Echter, de Hoge Raad oordeelt dat de woonark blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft, en daarom als een schip in de zin van artikel 8:1 BW moet worden beschouwd, wat in het algemeen als een roerende zaak wordt aangemerkt. Een schip dat met de waterstand mee kan bewegen, kan niet worden geacht met de bodem te zijn verenigd. Rechtsoverwegingen: 4.2, 4.3.
  • art. 16, aanhef en letter d, Wet WOZ (vaststelling van de waarde van onroerende zaken voor belastingheffing) Het Hof heeft de waarde van het object inclusief woonark in goede justitie vastgesteld, omdat noch de heffingsambtenaar, noch belanghebbende de door hen verdedigde waarde aannemelijk hebben gemaakt. Echter, als de woonark niet als onroerend kan worden beschouwd, moet het verwijzingshof de waarde van het object exclusief de woonark vaststellen. Rechtsoverwegingen: 4.5, 5.2.

Conclusie

De Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de woonark als een roerende zaak moet worden beschouwd omdat deze is ontworpen om te drijven en niet permanent met de grond is verbonden in de zin van artikel 3:3 BW. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar de verbinding met de oever en de vaststelling van de waarde van het object exclusief de woonark. Het incidentele beroep van het College is ongegrond verklaard en het principale beroep van belanghebbende is gegrond verklaard.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-01-2005 De waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z wordt voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld.
  2. Onbekend Belanghebbende maakt bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde.
  3. Onbekend De heffingsambtenaar handhaaft de beschikking na bezwaar van belanghebbende.
  4. Onbekend Belanghebbende stelt beroep in bij de Rechtbank te Zwolle-Lelystad tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar.
  5. Onbekend De Rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.
  6. Onbekend Belanghebbende stelt hoger beroep in bij het Hof tegen de uitspraak van de Rechtbank.
  7. 15-10-2007 Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de heffingsambtenaar en vermindert de vastgestelde waarde.
  8. Onbekend Belanghebbende stelt beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Hof.
  9. Onbekend Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere dient een verweerschrift in en stelt incidenteel beroep in cassatie in.
  10. Onbekend Belanghebbende dient een conclusie van repliek in het principale beroep en beantwoordt het incidentele beroep.
  11. Onbekend Het College dient een conclusie van dupliek in het principale beroep en een conclusie van repliek in het incidentele beroep.
  12. Onbekend Belanghebbende dient een conclusie van dupliek in het incidentele beroep in.