Gerechtelijke vaststelling vaderschap werkt terug tot geboorte; derdenrechten te goeder trouw beschermd.

Hoge Raad 路 19 februari 2010 路 Cassatie 路 Civiel recht

Gevolgen voor erfgenaamschap en rechten van derden van terugwerkende kracht van de in art. 1:207 lid 5 bedoelde gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

Rechtsvraag

Of de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [verweerder] door [betrokkene 1] op grond van art. 1:207 lid 5 BW, waardoor het vaderschap terugwerkt tot het moment van de geboorte, ertoe leidt dat [verweerder] de enige erfgenaam is van [betrokkene 1] en of [eiser] c.s. geen derden zijn in de zin van deze bepaling.

Regel

  • art. 1:207 lid 5 BW (De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap werkt terug tot het moment van de geboorte van het kind)
  • art. 1 Eerste Protocol EVRM (Bescherming van eigendom)

Toepassing

  • art. 1:207 lid 5 BW (De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap werkt terug tot het moment van de geboorte van het kind) [Verweerder] heeft op 10 juli 2002 succesvol een verzoek ingediend om het vaderschap van [betrokkene 1] vast te stellen, wat bij beschikking van 11 maart 2003 werd toegewezen. Dit betekent dat [verweerder] met terugwerkende kracht vanaf zijn geboorte in familierechtelijke betrekking tot [betrokkene 1] staat. De Hoge Raad oordeelt dat deze terugwerkende kracht ook geldt voor de erfrechtelijke positie van [verweerder] en dat [eiser] c.s. niet als derden kunnen worden beschouwd, omdat zij geen rechten te goeder trouw hebben verkregen na de gerechtelijke vaststelling. Rechtsoverwegingen 3.3.1-3.3.6.
  • art. 1 Eerste Protocol EVRM (Bescherming van eigendom) De Hoge Raad stelt dat de in art. 1:207 lid 5 BW voorziene inperkingen van de terugwerkende kracht - te goeder trouw verkregen rechten van derden blijven onaangetast en vermogensrechtelijke voordelen hoeven niet te worden teruggegeven indien ze ten tijde van het verzoek niet meer bestaan - voldoen aan de voorwaarden waaronder ontneming van eigendom volgens het EVRM is toegestaan. Dit biedt een rechtvaardiging voor de terugwerkende kracht van de vaderschapsvaststelling, ook als de nalatenschap al v贸贸r de wetswijziging was opengevallen. Rechtsoverweging 3.3.6.

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat [verweerder] als gevolg van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap de enige erfgenaam van [betrokkene 1] is, waarbij [eiser] c.s. niet als derden in de zin van art. 1:207 lid 5 BW kunnen worden beschouwd. De overgangsbepalingen en bescherming van eigendomsrechten volgens het EVRM zijn correct toegepast.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [Eiseres 1], [Eiser 2], [Eiseres 3]
  • Gedaagde: [Verweerder]

Eisers betwisten de vorderingen van verweerder en voeren aan dat het gezag van gewijsde van eerdere afwijzing van de vordering tot afgifte van de nalatenschap toewijzing in de weg staat.

Verweerder stelt dat hij de biologische zoon is van de erflater en op grond van art. 1:207 BW als enig erfgenaam moet worden aangemerkt.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 19-08-1992 Betrokkene 1 overlijdt zonder bij testament over zijn nalatenschap te hebben beschikt.
  2. 05-11-1992 Verweerder start een procedure bij de rechtbank Arnhem tegen Betrokkene 4 en Eiseres 1, stellende dat hij de biologische zoon is van Betrokkene 1 en diens erfgenaam zou moeten zijn.
  3. 23-12-1993 De rechtbank Arnhem wijst de vordering van Verweerder af, omdat hij niet in een familierechtelijke betrekking tot Betrokkene 1 heeft gestaan.
  4. 20-06-1995 Het gerechtshof Arnhem bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart Verweerder niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen Eiseres 1.
  5. 17-01-1997 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Verweerder tegen Betrokkene 4 en verklaart hem niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen Eiseres 1.
  6. 01-04-1998 Een nieuwe wet betreffende afstammings- en adoptierecht treedt in werking, waaronder art. 1:207 BW.
  7. 07-03-2002 Betrokkene 4 overlijdt; zijn erfgenamen zijn Eiseres 1, Eiser 2 en Eiseres 3.
  8. 10-07-2002 Verweerder dient een verzoek in bij de rechtbank Amsterdam om vast te stellen dat Betrokkene 1 zijn vader is, op basis van art. 1:207 BW.
  9. 11-03-2003 De rechtbank Amsterdam wijst het verzoek van Verweerder toe en stelt vast dat Betrokkene 1 zijn vader is.
  10. 14-05-2003 Verweerder dagvaardt Eiser c.s. voor de rechtbank Leeuwarden, vorderend dat hij de enige erfgenaam van Betrokkene 1 is.
  11. 10-11-2004 De rechtbank Leeuwarden verklaart dat Verweerder de enige erfgenaam is van Betrokkene 1 en veroordeelt Eiser c.s. tot afgifte van de nalatenschap.
  12. 10-10-2007 Het gerechtshof Leeuwarden bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Leeuwarden.