Wettelijke rente boete vereist schriftelijke aanmaning volgens art. 6:82 BW.

Hoge Raad 路 5 september 2008 路 Cassatie 路 Civiel recht

Boetebeding. Verschuldigdheid contractuele boete bij blijvende onmogelijkheid tot nakoming van primaire verplichting; wettelijke rente over ingevolge boetebeding verbeurde boet wordt eerst verschuldigd na schriftelijke aanmaning op voet van art. 6:82 BW; hanteerbaarheid van het recht; HR doet zelf de zaak af.

Rechtsvraag

Wat is de ingangsdatum voor de wettelijke rente over de door [eiser 1] verschuldigde boete, voortvloeiend uit een boetebeding in een overeenkomst met de Gemeente Veghel?

Regel

  • Art. 6:93 BW (Nakoming blijvend onmogelijk, boete zonder aanmaning verschuldigd)
  • Art. 6:119 BW (Wettelijke rente verschuldigd bij verzuim)
  • Art. 6:82 BW (Aanmaning vereist voor schuldenaar om in verzuim te raken)

Toepassing

  • Art. 6:93 BW (Nakoming blijvend onmogelijk, boete zonder aanmaning verschuldigd) De rechtbank oordeelde dat de boete aanstonds verschuldigd was omdat de nakoming van de verplichting tot niet-doen blijvend onmogelijk was geworden, en dus geen aanmaning meer nodig was.
  • Art. 6:119 BW (Wettelijke rente verschuldigd bij verzuim) Voor de verschuldigdheid van wettelijke rente is vereist dat de schuldenaar in verzuim is. Het hof had geoordeeld dat de rente vanaf de datum van verkoop begon te lopen, maar het was niet vastgesteld dat [eiser 1] een aanmaning had ontvangen v贸贸r dagvaarding.
  • Art. 6:82 BW (Aanmaning vereist voor schuldenaar om in verzuim te raken) Aangezien er geen aanmaning heeft plaatsgevonden, is de wettelijke rente pas verschuldigd vanaf de datum van dagvaarding, zijnde 3 september 2003.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het hof-arrest voor zover het de ingangsdatum van de wettelijke rente betreft en bepaalt dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf 3 september 2003, het moment van dagvaarding, omdat er geen eerdere aanmaning heeft plaatsgevonden zoals vereist door art. 6:82 BW.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [Eiser 1], [Eiser 2], [Eiseres 3]
  • Gedaagde: Gemeente Veghel

De Gemeente vordert hoofdelijke aansprakelijkheid van de eisers voor onrechtmatig handelen en wanprestatie, en betaling van een contractuele boete.

De eisers bestrijden de vorderingen van de Gemeente, met name de verschuldigdheid van de contractuele boete.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 29-01-2001 Op deze datum is een koopovereenkomst voor een bouwkavel te [plaats] gesloten tussen de Gemeente Veghel en [eiser 1], met een zelfbewoningsverplichting en verbod van doorverkoop binnen vijf jaar.
  2. 23-03-2001 De akte van levering van de bouwkavel is op deze dag gepasseerd.
  3. 02-12-2002 Ondanks het ontbreken van een schriftelijke ontheffing van de Gemeente, verkoopt [eiser 1] de bouwkavel aan zijn ouders.
  4. 03-06-2003 De levering van de bouwkavel aan de ouders van [eiser 1] vindt plaats.
  5. 03-09-2003 De Gemeente Veghel dagvaardt [eiser 1] en zijn ouders voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en vordert o.a. een contractuele boete.
  6. 10-11-2004 De rechtbank wijst de vorderingen van de Gemeente Veghel af na een comparitie van partijen.
  7. 26-09-2006 Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de afwijzing van de boete tegen [eiser 1] betreft en veroordeelt hem tot betaling van de boete met rente.
  8. 05-09-2008 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor wat betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente en wijst deze toe vanaf 3 september 2003.