Exoneratiebeding blijft van kracht tenzij toepassing naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Hoge Raad Β· 17 februari 2006 Β· Cassatie Β· Civiel recht

Geschil over de niet-nagekomen betalingsverplichtingen uit hoofde van een leaseovereenkomst m.b.t. mini-fotolaboratorium; beroep door lessee op dwaling wegens onjuiste voorstelling van zaken omtrent de ouderdom en daarmee van de feitelijke waarde van de machine; verboden aanvulling van feitelijke grondslag; toepassing van exoneratiebeding als de schade is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar?, derogerende werking van redelijkheid en billijkheid; beroep op opschortingsrecht, mededelingsplicht schuldenaar.

Rechtsvraag

Het centrale juridische probleem is of Fotoshop bij het aangaan van de leaseovereenkomst met betrekking tot het Gretag minilab gedwaald heeft en of Spector daarvoor aansprakelijk is vanwege een onjuiste mededeling over de ouderdom van het minilab.

Regel

  • art. 6:228 lid 1, onder a, BW (Dwaling bij onjuiste mededeling)
  • art. 6:228 lid 1, onder b, BW (Dwaling bij schending van informatieplicht)
  • Exoneratiebeding (Contractueel beding dat aansprakelijkheid uitsluit)
  • Redelijkheid en billijkheid (Beperking van de werking van exoneratiebedingen)

Toepassing

  • art. 6:228 lid 1, onder a, BW (Dwaling bij onjuiste mededeling) Het hof heeft Fotoshop de gelegenheid gegeven om te bewijzen dat Spector haar heeft meegedeeld dat het Gretag minilab twee jaar oud was. Fotoshop slaagde niet in dit bewijs, waardoor het hof oordeelde dat er geen dwaling was op basis van een onjuiste mededeling van Spector. Echter, het hof heeft in het eindarrest alsnog geoordeeld dat er sprake was van dwaling vanwege een onjuiste voorstelling van zaken omtrent de ouderdom van de machine, onafhankelijk van de mededeling van Spector. Dit oordeel werd in cassatie vernietigd omdat het hof hiermee buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden. (Rechtsoverwegingen 3.4, 3.5, 3.6)
  • art. 6:228 lid 1, onder b, BW (Dwaling bij schending van informatieplicht) Het hof heeft zich in het tussenarrest niet uitgelaten over de vraag of Fotoshop gedwaald heeft door een verzuim van Spector om inlichtingen te verschaffen. In het eindarrest oordeelde het hof dat Spector informatie had moeten verschaffen over het bouwjaar van het minilab, maar dit oordeel werd vernietigd omdat Fotoshop deze grondslag niet had aangevoerd. (Rechtsoverwegingen 3.5, 3.6)
  • Exoneratiebeding (Contractueel beding dat aansprakelijkheid uitsluit) De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het exoneratiebeding buiten toepassing heeft gelaten zonder voldoende motivering. Het hof had geoordeeld dat Spector geen beroep kon doen op het exoneratiebeding wegens haar niet-nakoming van onderhoudsverplichtingen, maar dit oordeel was onvoldoende gemotiveerd en werd vernietigd. (Rechtsoverweging 3.11)
  • Redelijkheid en billijkheid (Beperking van de werking van exoneratiebedingen) Het hof oordeelde dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was voor Spector om een beroep te doen op het exoneratiebeding vanwege haar tekortkomingen in onderhoudsverplichtingen. De Hoge Raad vond dit oordeel onvoldoende gemotiveerd, aangezien er geen sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid. (Rechtsoverweging 3.11)

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, omdat het hof buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden door te oordelen dat Fotoshop heeft gedwaald door een verzuim van Spector om inlichtingen te verschaffen. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Spector Nederland B.V.
  • Gedaagde: VOF Fotoshop 2000, [Verweerster 2], [Verweerder 3]

Spector vordert betaling van Ζ’ 178.609,79 wegens een leaseovereenkomst en de kosten van conservatoir beslag.

Fotoshop stelt dwaling omtrent de ouderdom van het minilab en vordert schadevergoeding wegens een onjuiste leaseprijs.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 27-07-1995 Spector en Fotoshop sluiten een leaseovereenkomst voor een periode van vijf jaar voor het Gretag minilab met een prijs van Ζ’ 80.000,-- exclusief BTW.
  2. 27-03-1998 Partijen sluiten een nieuwe leaseovereenkomst voor het Agfa minilab met een waarde van Ζ’ 247.466,-- exclusief BTW.
  3. 08-01-1999 De president van de arrondissementsrechtbank te Dordrecht verleent Spector toestemming om conservatoir beslag te leggen op het Agfa minilab.
  4. 18-01-1999 Spector legt conservatoir beslag op het Agfa minilab en stelt het in gerechtelijke bewaring.
  5. 25-01-1999 Spector dagvaardt Fotoshop voor de rechtbank te Dordrecht, vordert betaling van Ζ’ 178.609,79 en de kosten van het conservatoir beslag en het geding.
  6. 28-06-2000 De rechtbank veroordeelt Fotoshop tot betaling aan Spector en Spector tot betaling aan Fotoshop in reconventie, inclusief schadevergoeding nader op te maken bij staat.
  7. 18-09-2002 Het hof stelt Fotoshop in de gelegenheid te bewijzen dat Spector heeft meegedeeld dat het Gretag minilab twee jaar oud was.
  8. 09-04-2004 Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijzigt de veroordelingen, waarbij het Fotoshop's beroep op dwaling honoreert ondanks onvoldoende bewijs.
  9. Onbekend Spector stelt beroep in cassatie in tegen het tussenarrest van 18 september 2002 en het eindarrest van 9 april 2004.
  10. 18-11-2005 De advocaat van Spector reageert schriftelijk op de conclusie van de Procureur-Generaal.
  11. 17-02-2006 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage van 9 april 2004 en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling.