Artikel 7:658 BW omvat ook psychische schade door werkomstandigheden mits er causaal verband is.

Hoge Raad · 11 maart 2005 · Cassatie · Civiel recht

11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/289HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, incidenteel verweerster, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, incidenteel eiser, advocaten: mrs. E. van Staden ten Brink en A.H. Vermeulen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Rechtsvraag

Kan de vordering van [verweerder] tot schadevergoeding wegens psychische klachten, voortvloeiend uit werkomstandigheden, worden beoordeeld onder artikel 7:658 BW?

Regel

  • Art. 7:658 BW (Werkgeversaansprakelijkheid voor schade van werknemers): De werkgever is aansprakelijk voor schade die de werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij de werkgever aantoont dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
  • Art. 6:106 BW (Immateriële schadevergoeding): Bepalingen omtrent de vergoeding van immateriële schade, waaronder schade die niet in vermogensschade bestaat.

Toepassing

  • Art. 7:658 BW (Werkgeversaansprakelijkheid voor schade van werknemers) De Hoge Raad oordeelt dat artikel 7:658 BW niet beperkt is tot fysieke schade, maar ook psychische schade omvat. Het hof had geoordeeld dat [verweerder]'s psychische klachten veroorzaakt werden door de werkomstandigheden bij ABN AMRO, wat voldoet aan de aansprakelijkheidscriteria van art. 7:658 BW. De Hoge Raad bevestigt dat de bepaling ook op psychische schade van toepassing kan zijn, mits er een oorzakelijk verband is tussen de werkomstandigheden en de schade. Echter, het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de klachten van [verweerder] aan ABN AMRO kunnen worden toegerekend, gezien de reeds bestaande medische klachten en de vrijwillige keuze van [verweerder] om met VUT te gaan. (Rechtsoverweging 4.1.2, 4.2.1, 4.2.2)
  • Art. 6:106 BW (Immateriële schadevergoeding) Het hof heeft geoordeeld dat [verweerder] onvoldoende feiten heeft gesteld om immateriële schadevergoeding te rechtvaardigen onder art. 6:106 BW. De Hoge Raad bevestigt dat art. 6:106 BW van toepassing is op immateriële schadeclaims, ook in het kader van art. 7:658 BW. De eisen voor immateriële schadevergoeding zijn niet anders in het kader van werkgeversaansprakelijkheid dan in andere schadevergoedingscontexten. (Rechtsoverweging 5.1, 5.3)

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling. De beslissing is gebaseerd op het oordeel dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de schade aan ABN AMRO kan worden toegerekend onder art. 7:658 BW, gezien de aangevoerde stellingen over reeds bestaande klachten en de vrijwillige keuze voor de VUT-regeling. Het incidentele beroep van [verweerder] wordt verworpen, nu de toepasselijkheid van art. 6:106 BW juist is toegepast door het hof.

Partijen en standpunten

  • Eiser: ABN AMRO BANK N.V.
  • Gedaagde: [Verweerder]

[Verweerder] vorderde schadevergoeding van ABN AMRO voor inkomensschade, repatriëringskosten, immateriële schade en buitengerechtelijke incasso-kosten, als gevolg van psychische en lichamelijke klachten die hem noopten tot vervroegde VUT.

ABN AMRO betwistte de vorderingen en voerde aan dat psychische klachten niet onder artikel 7:658 BW vallen en dat [verweerder] vrijwillig de VUT-regeling aanvaardde.

Wetsartikelen

  • art. 7:7:658 BW
  • art. 6:6:106 BW
  • art. 7:7:611 BW
  • art. 6:6:106 lid 1 BW

Tijdlijn

  1. medio 1969 [verweerder] begint zijn dienstverband bij ABN AMRO, laatstelijk als first vice-president international private banking te Genève.
  2. 1989 Er is een overeenkomst dat [verweerder] aan het einde van zijn plaatsing in Genève repatriëringskosten vergoed krijgt.
  3. 1994 [verweerder] verzoekt om de VUT-regeling te mogen gebruiken, maar dit verzoek wordt afgewezen.
  4. 08-1996 [verweerder] wordt arbeidsongeschikt. Een keuringsrapport van een psychiater en psycholoog wordt opgemaakt.
  5. 02-10-1996 Een keuringsrapport door de psychiater en psycholoog wordt gedateerd, waarin werkomstandigheden als oorzaak worden genoemd.
  6. 01-11-1997 [verweerder] maakt gebruik van de VUT-regeling en verlaat dienstverband bij ABN AMRO.
  7. 28-06-2001 [verweerder] vordert vergoeding van inkomensschade, repatriëringskosten, immateriële schade en buitengerechtelijke incassokosten.
  8. 09-07-2001 [verweerder] dagvaardt ABN AMRO voor de kantonrechter te Amsterdam.
  9. 22-05-2002 De kantonrechter wijst de vordering van [verweerder] af.
  10. 10-07-2003 Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van [verweerder] deels toe.
  11. 2003 ABN AMRO stelt beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
  12. 2003 [verweerder] stelt incidenteel cassatieberoep in.