Prenatale diagnostiek nalaten kan volledige schadeplichtigheid voor gehandicapt kind en immateriële schade ouders en kind opleveren.

Hoge Raad · 18 maart 2005 · Cassatie · Civiel recht

18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/206HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. ACADEMISCH ZIEKENHUIS LEIDEN, optredend onder de naam LEIDS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM, gevestigd te Leiden, 2. [eiseres tot cassatie sub 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, (voorwaardelijk) incidenteel verweerders, advocaat: mr. J.B.M.M. Wuisman, t e g e n 1. [verweerster in cassatie sub 1] EN 2. [verweerder in cassatie sub 2], beiden mede in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter Kelly […], allen wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, (voorwaardelijk) incidenteel eisers, advocaat: mr. F.B. Kloppenburg. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Rechtsvraag

Kunnen de ouders en Kelly schadevergoeding vorderen voor de beroepsfout van de verloskundige en zo ja, op welke grond en voor welke soorten schade (materieel en/of immaterieel) kunnen deze vorderingen worden toegewezen?

Regel

  • Art. 6:74 BW (Schadevergoeding bij tekortkoming): Een schuldenaar die tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, is verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden.
  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad): Degene die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander daardoor lijdt te vergoeden.
  • Art. 6:98 BW (Toerekening van schade): Voor de toerekening van schade is vereist dat de schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, dat zij de aansprakelijke persoon als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend.
  • Art. 6:106 BW (Immateriële schadevergoeding): Recht op vergoeding van immateriële schade bestaat indien de benadeelde in zijn persoon is aangetast.
  • Art. 1:2 BW (Rechtspositie ongeboren kind): Een kind waarvan een vrouw zwanger is, wordt als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert.

Toepassing

  • Art. 6:74 BW (Schadevergoeding bij tekortkoming): Een schuldenaar die tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, is verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden. De verloskundige heeft niet voldaan aan haar verplichting om voldoende prenatale diagnostiek te verrichten, waardoor de chromosomale afwijking van Kelly niet tijdig werd ontdekt. Dit wordt beschouwd als een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst met de moeder. Hierdoor hebben de ouders recht op schadevergoeding. (Rechtsoverwegingen 4.4, 4.6, 4.13)
  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad): Degene die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander daardoor lijdt te vergoeden. De verloskundige heeft onrechtmatig gehandeld door geen adequate prenatale diagnostiek te verrichten, waardoor de ouders niet in staat waren een geïnformeerde keuze te maken over het al dan niet voortzetten van de zwangerschap. Dit onrechtmatig handelen is ook van toepassing op Kelly, gezien de zorgplicht jegens haar als ongeborene. (Rechtsoverwegingen 4.2, 4.9, 4.13, 4.18)
  • Art. 6:98 BW (Toerekening van schade): Voor de toerekening van schade is vereist dat de schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, dat zij de aansprakelijke persoon als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend. De schade die de ouders en Kelly lijden, staat in voldoende verband met de beroepsfout van de verloskundige. De fout heeft geleid tot de geboorte van een ernstig gehandicapt kind, wat voorzienbaar was als gevolg van het nalaten van de nodige prenatale diagnostiek. (Rechtsoverwegingen 4.4, 4.6, 4.20)
  • Art. 6:106 BW (Immateriële schadevergoeding): Recht op vergoeding van immateriële schade bestaat indien de benadeelde in zijn persoon is aangetast. De moeder heeft recht op immateriële schadevergoeding omdat haar zelfbeschikkingsrecht ernstig is geschonden doordat zij niet de keuze had om de zwangerschap te beëindigen. De vader heeft ook recht op immateriële schadevergoeding omdat hem de mogelijkheid is ontnomen om samen met de moeder te beslissen over het voorkomen van de geboorte van een gehandicapt kind. Kelly heeft recht op immateriële schadevergoeding wegens de aanzienlijke handicaps die zij heeft opgelopen. (Rechtsoverwegingen 4.8, 4.9, 4.18)
  • Art. 1:2 BW (Rechtspositie ongeboren kind): Een kind waarvan een vrouw zwanger is, wordt als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert. De behandelingsovereenkomst tussen de moeder en het LUMC is mede gesloten ten behoeve van Kelly, het ongeboren kind. Dit betekent dat Kelly rechten kan ontlenen aan deze overeenkomst en dat de verloskundige ook tegenover haar een zorgplicht had. (Rechtsoverweging 4.13)

Conclusie

De Hoge Raad concludeert dat de verloskundige en het LUMC aansprakelijk zijn voor zowel de materiële als immateriële schade van de ouders en Kelly als gevolg van de beroepsfout. De ouders hebben recht op vergoeding van de volledige kosten van opvoeding en verzorging van Kelly, inclusief de extra kosten vanwege haar handicaps. De moeder en vader hebben recht op immateriële schadevergoeding wegens de schending van hun zelfbeschikkingsrecht. Kelly heeft recht op vergoeding van zowel haar materiële als immateriële schade.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Academisch Ziekenhuis Leiden (Leids Universitair Medisch Centrum) en [eiseres tot cassatie sub 2]
  • Gedaagde: [verweerster in cassatie sub 1] en [verweerder in cassatie sub 2], mede als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter Kelly

De ouders vorderen schadevergoeding voor de kosten van opvoeding, medische behandelingen, immateriële schade en psychiatrische behandeling van de moeder, vanwege de ernstige handicap van hun dochter Kelly, veroorzaakt door een chromosomale afwijking, die bij prenatale diagnostiek ontdekt had kunnen worden.

Het LUMC en de verloskundige betwisten de vorderingen, stellen dat zij naar de toentertijd geldende maatstaven hebben gehandeld en betwisten het causaal verband tussen hun handelen en de schade. Zij stellen verder dat immateriële schade niet toewijsbaar is aan de ouders en Kelly.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 19-04-1996 De ouders van Kelly hebben het LUMC en de verloskundige gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage, waarbij zij vorderden om schadevergoeding voor de door hen en hun dochter geleden en te lijden schade.
  2. 02-07-1997 De rechtbank heeft bij tussenvonnis de zaak naar de rol verwezen voor uitlating door partijen over de als deskundigen te benoemen personen.
  3. 10-12-1997 De rechtbank heeft een deskundigenonderzoek gelast, drie deskundigen benoemd en de door deskundigen te beantwoorden vragen geformuleerd.
  4. 02-02-2000 De rechtbank heeft het LUMC en de verloskundige hoofdelijk veroordeeld om aan de ouders schadevergoeding te betalen voor de kosten van opvoeding en verzorging van Kelly en andere gerelateerde kosten.
  5. 26-03-2003 Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd en in incidenteel appel het LUMC en de verloskundige veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van Kelly en materiële schade die niet aan de ouders wordt vergoed.
  6. 18-11-2004 De advocaat van de ouders heeft bij brief gereageerd op de conclusie van de Procureur-Generaal.
  7. 18-03-2005 De Hoge Raad heeft het arrest van het gerechtshof gedeeltelijk vernietigd, specifiek met betrekking tot de afwijzing van de immateriële schadevergoeding voor de vader, en heeft de rest van het beroep verworpen.