Perspublicaties mogen na lange tijd geen grievende beschuldigingen bevatten zonder klemmende redenen van publiek belang.

Hoge Raad · 6 januari 1995 · Cassatie · Civiel recht

Belediging (art. 1408 (oud) BW). Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Persvrijheid; recht op eer en goede naam; belangenafweging. ‘Repliek’ in cassatie; geen beknopte reactie op schriftelijke toelichting van wederpartij; hoor en wederhoor.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de artikelen gepubliceerd door Het Parool, geschreven door eiser 3, jegens verweerder beledigend zijn in de zin van het toepasselijke recht vóór 1 januari 1992, en of de vorderingen van verweerder toewijsbaar zijn in verband met het recht op vrijheid van meningsuiting.

Regel

  • Art. 1408 BW (oud) (onrechtmatige daad)
  • Art. 1412 BW (oud) (oogmerk belediging)
  • Art. 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting)

Toepassing

  • Art. 1408 BW (oud) (onrechtmatige daad) De drie artikelen doen op zichzelf afbreuk aan de eer en goede naam van verweerder, wat door de rechtbank is vastgesteld en niet is betwist in hoger beroep. Derhalve is aan de objectieve vereisten van art. 1408 voldaan. Het Hof oordeelde dat de artikelen suggereren dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan een roofmoord, wat een onrechtmatige daad oplevert. (Rechtsoverweging 5.8.1)
  • Art. 1412 BW (oud) (oogmerk belediging) Het Parool c.s. voerden aan dat het oogmerk van belediging ontbrak, omdat zij in het algemeen belang handelden. Het Hof beoordeelde dat dit verweer ongegrond was, omdat de publicaties niet in het algemeen belang werden geacht te zijn, gezien de aard van de beschuldigingen en de gevolgen voor verweerder. (Rechtsoverweging 5.8.2, 5.8.3.1-5.8.3.3)
  • Art. 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting) De toewijzing van de vorderingen is een inmenging die bij wet is voorzien en ter bescherming van de rechten van verweerder. Het Hof oordeelde dat de beschuldigingen niet voldeden aan de voorwaarden van art. 10 lid 2 EVRM, omdat er geen klemmende redenen van publiek belang waren en het onderzoek niet aan hoge eisen van zorgvuldigheid voldeed. (Rechtsoverweging 5.9-5.12.4)

Conclusie

De Hoge Raad oordeelde dat de artikelen jegens verweerder beledigend waren en dat Het Parool c.s. niet in het algemeen belang handelden. De vorderingen van verweerder zijn toewijsbaar, en de vrijheid van meningsuiting van Het Parool c.s. weegt in dit geval niet zwaarder dan de bescherming van de eer en goede naam van verweerder.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Het Parool B.V., [eiser 2], [eiser 3]
  • Gedaagde: [verweerder]

Het Parool c.s. heeft de juistheid van de door hen gepubliceerde artikelen verdedigd en betwist dat deze beledigend of onrechtmatig jegens [verweerder] waren.

[verweerder] heeft gesteld dat de artikelen in Het Parool beledigend en onrechtmatig waren en heeft schadevergoeding geëist voor inkomensschade, immateriële schade en kosten van rechtsbijstand.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 24-05-1943 [verweerder] heeft de joodse onderduiker [betrokkene 1] om het leven gebracht in zijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats].
  2. 15-06-1944 [verweerder] werd door de arrondissementsrechtbank te Amsterdam veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens doodslag, maar vrijgesproken van moord en diefstal.
  3. 17-01-1946 [verweerder] werd gratie verleend, waarbij het nog onvervulde gedeelte van de gevangenisstraf werd kwijtgescholden.
  4. 24-01-1946 [betrokkene 2] stuurde een persbericht naar diverse dagbladen waarin werd gesteld dat [verweerder] in het belang van het verzet handelde en werd gerehabiliteerd.
  5. 28-01-1946 Het Parool publiceerde het persbericht over [verweerder]'s rehabilitatie letterlijk op de voorpagina.
  6. 01-12-1989 In NRC-Handelsblad verscheen een artikel met een interview waarin [verweerder] sprak over zijn detentie wegens het ombrengen van een onderduiker.
  7. 27-01-1990 Het Parool publiceerde een artikel getiteld 'Een moord in de [a-straat]' waarin vraagtekens werden gezet bij het verzetsmotief van de moord.
  8. 05-02-1990 [eiser 3] reageerde op kritiek met een artikel getiteld 'Een discussie over bijzaken'.
  9. 24-02-1990 Het Parool publiceerde een artikel met conclusies over de moord, die volgens [eiser 3] geen verzetsdaad was.
  10. 25-01-1991 [verweerder] dagvaardde Het Parool c.s. en eiste schadevergoeding wegens beledigende publicaties.
  11. 10-07-1991 De Rechtbank Amsterdam wees zowel de vorderingen van [verweerder] als de reconventionele vorderingen van Het Parool c.s. af.
  12. 26-08-1993 Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank voor zover het Het Parool en [eiser 3] betreft en verklaarde de artikelen beledigend jegens [verweerder].