Privaatrechtelijke vordering doorkruist publiekrechtelijke regeling niet onaanvaardbaar bij ontbrekende bestuursdwang.

Hoge Raad ยท 29 februari 2024 ยท Cassatie ยท Civiel recht

Milieurecht. Tweewegenleer; vergelijkbaar resultaat; bestuursdwang met kostenverhaal versus kort geding met dwangsom: kostenaspect en rechtsbescherming. Bestuurlijke dwangsom. Overgangsrecht.

Rechtsvraag

Kan de Staat langs privaatrechtelijke weg de verwijdering van partijen met zware metalen verontreinigd zinkresidu afdwingen, ondanks het bestaan van een publiekrechtelijke regeling zoals vastgelegd in art. 49a van de Wet chemische afvalstoffen (WCA)?

Regel

  • art. 49a WCA (beschermt de rechten van overtreders en derden-belanghebbenden bij handhaving van milieuwetgeving)
  • HR 26 januari 1990, NJ 1991, 393 (Windmill) (privaatrechtelijke actie is niet toegestaan als het de publiekrechtelijke regeling onaanvaardbaar doorkruist)

Toepassing

  • art. 49a WCA (beschermt de rechten van overtreders en derden-belanghebbenden bij handhaving van milieuwetgeving) Het Hof oordeelde dat de aanwending van de privaatrechtelijke bevoegdheid door de Staat op onaanvaardbare wijze de regeling van art. 49a doorkruist, omdat de bescherming geboden aan overtreders en derden-belanghebbenden een dode letter zou worden. De Hoge Raad stelde echter dat de publiekrechtelijke regeling niet exclusief is en dat de privaatrechtelijke weg niet op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist, aangezien er geen significante verschillen bestaan qua rechtsbescherming tussen de regelingen. Ook het feit dat de kosten bij bestuursdwang in eerste instantie voor de overheid komen, speelt een rol in het oordeel dat de privaatrechtelijke actie gerechtvaardigd is.
  • HR 26 januari 1990, NJ 1991, 393 (Windmill) (privaatrechtelijke actie is niet toegestaan als het de publiekrechtelijke regeling onaanvaardbaar doorkruist) De Hoge Raad oordeelde dat de publiekrechtelijke regeling niet in de beantwoording voorziet of de privaatrechtelijke weg onaanvaardbaar wordt doorkruist. De mogelijkheid om een dwangsom op te leggen via privaatrecht was niet gelijkwaardig aan de publiekrechtelijke mogelijkheden op het moment dat de vordering werd ingesteld. De kosten en risico's die de overheid moet dragen bij bestuursdwang zijn een relevant aspect bij het beoordelen van de gelijkwaardigheid van de resultaten, en het ontbreken van een mogelijkheid voor een dwangsom bij bestuursdwang versterkt de noodzaak voor een privaatrechtelijke actie.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof, omdat de Staat terecht een privaatrechtelijke vordering kan instellen om de verwijdering van het zinkresidu af te dwingen. Het Hof heeft de Staat ten onrechte niet ontvankelijk verklaard, aangezien de privaatrechtelijke actie de publiekrechtelijke regeling niet op onaanvaardbare wijze doorkruist.

Partijen en standpunten

  • Eiser: De Staat Der Nederlanden (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer)
  • Gedaagde: Metaal Magnus International B.V.

De Staat vordert dat Magnus verplicht wordt om zonder vergunning opgeslagen gevaarlijke afvalstoffen uit Nederland te verwijderen en af te voeren naar de buitenlandse afzenders, wegens onrechtmatig handelen en de dreiging van ernstige vervuiling.

Magnus stelt dat de Staat niet ontvankelijk is omdat publiekrechtelijke wegen openstaan om op te treden tegen bodemverontreiniging, verwijzend naar art. 49a WCA.

Tijdlijn

  1. 20-07-1989 De Staat heeft Metaal Magnus International B.V. gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Rotterdam, met de vordering om verontreinigd materiaal te verwijderen en af te voeren naar het buitenland.
  2. 16-08-1989 De President veroordeelt Magnus om het verontreinigde materiaal uit Nederland te verwijderen en op te slaan onder verbeurte van een dwangsom.
  3. Naderhand Magnus stelt hoger beroep in bij het Gerechtshof te โ€™s-Gravenhage tegen het vonnis van de President.
  4. 25-06-1992 Het Hof vernietigt het vonnis van de President en verklaart de Staat niet ontvankelijk in zijn vorderingen.
  5. Naderhand De Staat stelt beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof te โ€™s-Gravenhage.
  6. 22-10-1993 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof te โ€™s-Gravenhage en verwijst de zaak naar dat Hof voor verdere behandeling.