Inbreuk op persoonlijke levenssfeer kan onrechtmatig zijn zonder rechtvaardigingsgrond, zelfs bij gegevensverzameling door burgers.
Onrechtmatige daad. Gebruik van tips door Gemeentelijke Sociale Dienst. Inbreuk op persoonlijke levenssfeer. Rechtvaardigingsgrond.
Rechtsvraag
Heeft [verweerder] door het verzamelen en doorgeven van gegevens over het privéleven van [eiseres] een onrechtmatige inbreuk gemaakt op haar recht op eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer volgens art. 8 EVRM?
Regel
- art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van privéleven)
- art. 1401 BW (onrechtmatige daad)
- art. 10 Gw (grondrecht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer)
Toepassing
- art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van privéleven) De Hoge Raad stelde dat [verweerder] inbreuk maakte op het recht van [eiseres] op eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer door over een periode van vijf jaar met regelmaat privégegevens te verzamelen en door te geven aan de G.S.D., zonder medeweten van [eiseres]. Dit betrof gegevens van intieme aard, zoals het verblijf van een man in haar huis, die ook daar sliep. De Raad overwoog dat dergelijke inbreuken in beginsel onrechtmatig zijn, tenzij gerechtvaardigd door een wettelijke bepaling of een zwaarwegend belang, zoals controle op de naleving van de ABW. Echter, de ernst van de inbreuk moest worden afgewogen tegen het belang dat ermee gediend was. [Rechtsoverwegingen 4.4, 4.5, 4.6, 4.7]
- art. 1401 BW (onrechtmatige daad) De Hoge Raad concludeerde dat het verzamelen en doorgeven van gegevens door [verweerder] in beginsel een onrechtmatige daad opleverde, omdat het een inbreuk maakte op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [eiseres]. Echter, de vraag of deze daad onrechtmatig was, hing af van een mogelijke rechtvaardigingsgrond, zoals de controle op de naleving van de ABW. De ernst van de inbreuk moest worden afgewogen tegen het belang dat ermee werd gediend. [Rechtsoverwegingen 4.4, 4.6, 4.7]
- art. 10 Gw (grondrecht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer) Hoewel art. 10 Gw ten tijde van de feiten nog niet in werking was, werd het door de Hoge Raad genoemd als een relevante ontwikkeling in de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De Raad benadrukte dat de aard en mate van intimiteit van de gegevens van belang zijn bij het bepalen van de grens van het recht op privacy. [Rechtsoverweging 4.4]
Conclusie
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Raad concludeerde dat [verweerder] inbreuk had gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [eiseres], maar dat moest worden onderzocht of er een rechtvaardigingsgrond was voor deze inbreuk, gelet op de controle op de naleving van de ABW. De ernst van de inbreuk moest worden afgewogen tegen het belang van de gegevensverstrekking.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiseres]
- Gedaagde: [verweerder]
[Eiseres] vordert een verbod voor [verweerder] om aantekeningen over haar gedrag en relaties bij te houden en te delen, wegens onrechtmatige inbreuk op haar privacy.
[Verweerder] betoogt dat hij handelde binnen zijn rechten als burger en dat het doorgeven van waarnemingen niet onrechtmatig was.
Wetsartikelen
- art. 10 Gw
- art. 8 lid 2 EVRM
- art. 8 EVRM
- art. 328 lid 2 Rv
Tijdlijn
- 12-1977 Eiseres ontvangt sinds december 1977 een aanvullende uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW).
- 03-04-1978 Verweerder stuurt een intern memo naar een sociaal ambtenaar over de aanwezigheid van een man bij eiseres, met de vraag of hij een kostganger of bijslaap is.
- 09-01-1979 Verweerder stuurt opnieuw een intern memo waarin hij aangeeft dat de man regelmatig bij eiseres over de vloer komt en dat er sprake is van een vaste relatie.
- 11-10-1983 De bijstandsuitkering van eiseres wordt door de gemeente ingetrokken met ingang van 01-11-1983 vanwege vermeende samenwoning onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van een gezin.
- 08-11-1983 B. en W. sturen een brief aan de voorzitter van G.S. waarin zij hun standpunt toelichten over de relatie van eiseres en betrokkene 1, met observaties over hun gedrag.
- 17-04-1984 In een administratieve procedure wordt eiseres door Gedeputeerde Staten in het gelijk gesteld en de uitkering wordt met terugwerkende kracht hervat.
- 19-01-1984 Eiseres krijgt inzage in haar persoonsdossier en ontdekt memo's en hercontrolerapporten die door verweerder zijn opgesteld.
- 26-04-1984 Eiseres dagvaardt verweerder in kort geding voor de President van de Rechtbank te Amsterdam, vordert verbod op aantekeningen en mededelingen over haar gedrag en relaties.
- 10-05-1984 De President van de Rechtbank te Amsterdam wijst de vordering van eiseres gedeeltelijk toe.
- 13-12-1984 Het Gerechtshof te Amsterdam vernietigt het vonnis van de President en wijst de vordering van eiseres alsnog af.
- Onbekend Eiseres stelt beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam.
- 06-10-1986 De advocaat van verweerder verzoekt de Hoge Raad om bepaalde passages buiten beschouwing te laten.