Kosten eigen vliegtuig aftrekbaar tenzij wanverhouding met zakelijk nut onredelijk is.

Hoge Raad · 9 maart 1983 · Cassatie · Bestuursrecht; Belastingrecht

-

Rechtsvraag

De rechtsvraag is of het vliegtuig van belanghebbende als een bedrijfsmiddel kan worden aangemerkt en of de daarmee gepaard gaande kosten als zakelijke kosten ten laste van de winst uit onderneming kunnen worden gebracht.

Regel

  • Art. 7 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (definitie van winst uit onderneming)
  • Art. 9 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (aftrekbare kosten)
  • Art. 10 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (investeringsaftrek)
  • Art. 11 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (bedrijfsmiddelen)

Toepassing

  • Art. 7 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (definitie van winst uit onderneming) Het Hof heeft geoordeeld dat de reizen van belanghebbende binnen de sfeer van zijn onderneming zijn gemaakt, hetgeen betekent dat deze reizen op zakelijke gronden zijn geschied. Dit houdt in dat de kosten verbonden aan deze reizen in beginsel ten laste van de winst uit onderneming kunnen komen. Echter, als de meerkosten van het reizen per eigen vliegtuig in wanverhouding staan tot het zakelijk nut, kunnen deze niet worden afgetrokken. Het Hof heeft niet vastgesteld dat de wanverhouding zodanig was dat geen redelijk denkend ondernemer deze keuze zou maken, waardoor de conclusie van het Hof niet in stand kan blijven. (Rechtsoverwegingen: Hoge Raad, laatste overwegingen).
  • Art. 9 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (aftrekbare kosten) De kosten van het vliegtuig kunnen alleen aftrekbaar zijn als ze op zakelijke gronden zijn gemaakt. Het Hof heeft geoordeeld dat de kosten niet in redelijke verhouding stonden tot het nut, maar heeft niet vastgesteld dat deze verhouding zo scheef was dat geen redelijk ondernemer deze zou maken. Hierdoor is het oordeel van het Hof onjuist en moet het worden herzien. (Rechtsoverwegingen: Hoge Raad, laatste overwegingen).
  • Art. 10 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (investeringsaftrek) Omdat het vliegtuig niet als bedrijfsmiddel werd aangemerkt door het Hof, werd geen investeringsaftrek verleend. Echter, omdat de Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de zakelijke overwegingen van het gebruik van het vliegtuig heeft afgewezen, moet de investeringsaftrek opnieuw worden beoordeeld. (Rechtsoverwegingen: Hoge Raad, laatste overwegingen).
  • Art. 11 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (bedrijfsmiddelen) Het Hof heeft geoordeeld dat het vliegtuig niet als bedrijfsmiddel kan worden aangemerkt, omdat het gebruik ervan niet op zakelijke gronden berustte. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat het Hof niet voldoende heeft vastgesteld dat er een wanverhouding was die zodanig was dat geen redelijk ondernemer de keuze voor het vliegtuig zou maken. Hierdoor moet het oordeel over het al dan niet als bedrijfsmiddel aanmerken van het vliegtuig opnieuw worden beoordeeld. (Rechtsoverwegingen: Hoge Raad, laatste overwegingen).

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor een nieuwe behandeling. Het Hof heeft niet voldoende vastgesteld dat er een wanverhouding was tussen de kosten van het vliegtuig en het nut ervan voor de onderneming, waardoor de kosten mogelijk ten onrechte niet als zakelijke kosten zijn aangemerkt.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [X]
  • Gedaagde: Inspecteur der Belastingen

De eiser stelt dat zijn vliegtuig tot zijn bedrijfsvermogen behoort en dat de kosten ervan als beroepskosten aftrekbaar zijn, gezien het zakelijke gebruik van het vliegtuig voor zijn oogartsenpraktijk.

De inspecteur betwist dat het vliegtuig tot het bedrijfsvermogen behoort, aangezien het gebruik ervan meer persoonlijke voorkeur dan zakelijke noodzaak weerspiegelt, en stelt dat alleen kosten op basis van openbaar vervoer aftrekbaar zijn.

Tijdlijn

  1. 31-08-1981 Het Gerechtshof te Arnhem doet uitspraak over de aan [X] opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 1974.
  2. 19-10-1982 De Advocaat-Generaal Van Soest concludeert tot vernietiging van de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem en verwijzing naar een ander gerechtshof.
  3. 09-03-1983 De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem en verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
  4. 1974 [X], een oogarts, koopt een vliegtuig (Cessna F 177 RC) voor zijn praktijk en rekent dit tot zijn bedrijfsvermogen. Hij maakt verschillende vluchten voor zowel beroepsmatige als trainingsdoeleinden.
  5. 14-05-1980 Air Service Holland B.V. verstrekt informatie over hun verhuurbeleid van vliegtuigen, waaruit blijkt dat de inzetbaarheid van commerciële vliegtuigen beperkt is.
  6. 1974 De inspecteur accepteert niet alle opgevoerde kosten van het vliegtuig als beroepskosten en verhoogt het aangegeven inkomen van [X].
  7. [1974-1981] Het geschil betreft of het vliegtuig terecht tot het bedrijfsvermogen van [X] gerekend moet worden en of de kosten als beroepskosten moeten worden aangemerkt.