Geweer (ECLI:NL:HR:1935:146)
Opsporingsbevoegdheden blijven geldig ondanks beperkingen van andere controles.
Geweer-arrest. OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. belemmeren van ambtshandeling van gemeenteveldwachter die in 1934 in Loon op Zand ter controle van Drankwet in keuken van woning van verdachte (caféhouder) geweer aantreft en dat o.g.v. art. 15 Vuurwapenwet 1919 in beslag wil nemen. Uitoefenen van een op andere wet steunende opsporingsbevoegdheid in woning, die met last ex art. 64 Drankwet is binnengetreden. Is gemeenteveldwachter ex art. 15 jo. 14.1 Vuurwapenwet 1919 bevoegd om voorhanden geweer in beslag te nemen, nu verdachte te kennen geeft dat hij aanwezigheid van gemeenteveldwachter in zijn woning niet wil dulden voor controle betreffende Vuurwapenwet, waartoe deze geen bijzondere schriftelijke last bezit? Niet mag worden aangenomen dat omstandigheid dat ambtenaar alleen ter controle ingevolge Drankwet in woning aanwezig is en daar ook tegen wil van bewoner aanwezig mag blijven, die ambtenaar belet om op diezelfde plaats opsporingsbevoegdheden, die steunen op andere wet dan Drankwet, uit te oefenen. Met name uit art. 121 Sv (waarop Rb een beroep heeft gedaan) volgt niet het tegendeel, omdat dit art. wel bevoegdheid regelt om tegen wil van bewoner diens woning binnen te treden maar niet beperking van andere opsporingsbevoegdheden inhoudt. Daaraan kan ook niet afdoen dat caféhouder uitdrukkelijk te kennen had gegeven alleen controle ingevolge Drankwet te willen toestaan. Beantwoording van vraag welke bevoegdheden gemeenteveldwachter in woning had, nu deze in verband met de hem ingevolge Drankwet verstrekte last de woning tegen wil van caféhouder mocht binnentreden, kan immers reeds daarom niet in wil van bewoner worden gevonden. Volgt vernietiging en verwijzing. Conclusie niet meer voorhanden.
Rechtsvraag
Of de vrijspraak van de verdachte door de Arrondissements-Rechtbank te Breda terecht is gegeven, gezien de bevoegdheden van de gemeenteveldwachter onder artikel 15 van de Vuurwapenwet 1919 en de omstandigheden waaronder hij optrad.
Regel
- art. 15 Vuurwapenwet 1919 (Bevoegdheid tot inbeslagneming van onbevoegdelijk voorhanden wapens)
- art. 64 Drankwet (Bevoegdheid tot binnentreden voor controle Drankwet)
- art. 121 Wetboek van Strafvordering (Regelt bevoegdheid om woning tegen wil bewoner binnen te treden)
- art. 430 Wetboek van Strafvordering (Vrijspraak definitie en voorwaarden)
Toepassing
- art. 15 Vuurwapenwet 1919 (Bevoegdheid tot inbeslagneming van onbevoegdelijk voorhanden wapens) De rechtbank had geoordeeld dat de veldwachter, hoewel bevoegd onder art. 15 van de Vuurwapenwet om wapens in beslag te nemen, dit niet mocht doen omdat hij enkel toegang had voor Drankwet-controle, waarvoor hij een schriftelijke last had. De Hoge Raad echter oordeelt dat aanwezigheid voor Drankwet-controle niet de opsporingsbevoegdheden voor andere wetgeving, zoals de Vuurwapenwet, beperkt, aangezien de veldwachter al rechtmatig in de woning was voor Drankwet-controle.
- art. 64 Drankwet (Bevoegdheid tot binnentreden voor controle Drankwet) De veldwachter had een last om de woning binnen te treden voor Drankwet-controle. De rechtbank meende dat deze last de veldwachter niet het recht gaf om voor andere doeleinden, zoals wapeninbeslagname, aanwezig te zijn. De Hoge Raad oordeelt echter dat de bevoegdheid om binnen te treden voor Drankwet-controle niet de opsporingsmogelijkheden voor andere wetgeving beperkt, zolang de veldwachter rechtmatig aanwezig is.
- art. 121 Wetboek van Strafvordering (Regelt bevoegdheid om woning tegen wil bewoner binnen te treden) De rechtbank had artikel 121 aangehaald om te stellen dat de veldwachter enkel voor Drankwet-controle aanwezig mocht zijn en niet voor andere doeleinden. De Hoge Raad stelt echter dat artikel 121 niet de opsporingsbevoegdheden voor andere wetgeving beperkt, en dat de veldwachter zijn bevoegdheden kon uitoefenen nu hij rechtmatig aanwezig was.
- art. 430 Wetboek van Strafvordering (Vrijspraak definitie en voorwaarden) De vrijspraak was gebaseerd op een onjuiste interpretatie van de bevoegdheden onder artikel 15 van de Vuurwapenwet. De Hoge Raad oordeelt dat de vrijspraak niet op de juiste gronden was gebaseerd en dus niet kan gelden als een vrijspraak zoals bedoeld in artikel 430.
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, aangezien de vrijspraak was gebaseerd op een onjuiste interpretatie van de wettelijke bevoegdheden van de veldwachter onder de Vuurwapenwet 1919.
Partijen en standpunten
- Eiser: Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch
- Gedaagde: Caféhouder
De eiser stelt dat er sprake is van schending van diverse artikelen van het Wetboek van Strafvordering en de Vuurwapenwet 1919, door de vrijspraak van de gedaagde door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch te verwerpen.
De gedaagde betwist de bevoegdheid van de veldwachter om het wapen in beslag te nemen, omdat de controlebevoegdheid beperkt was tot de Drankwet.
Wetsartikelen
- art. 121 Sv
- art. 180 Sr
- art. 430 Sv
Tijdlijn
- 10-12-1934 Gerequireerde had een geweer onbevoegdelijk voorhanden in zijn woning. Gemeenteveldwachter [getuige 1] probeerde het geweer in beslag te nemen, waarbij gerequireerde opzettelijk aan het geweer trok en rukte om deze handeling te belemmeren.
- 21-03-1935 De Arrondissements-Rechtbank te Breda sprak de gerequireerde vrij van de ten laste gelegde feiten, omdat de getuigen geen bevoegdheid hadden om de woning voor een ander doel dan Drankwet-controle te betreden.
- 17-06-1935 Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bevestigde de vrijspraak van de Arrondissements-Rechtbank te Breda.
- 02-12-1935 De Hoge Raad der Nederlanden vernietigde het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor herberechting. De Hoge Raad oordeelde dat de opsporingsbevoegdheden van getuige [getuige 1] niet beperkt waren tot enkel Drankwet-controle, ook al was hij ingevolge die wet de woning binnengetreden.