Conservatoir bewijsbeslag rechtmatig bij authentieke grosse, tenzij aangetoond onregelmatig.
Deze zaak gaat over een verzoek tot inzage in en afschrift van bescheiden en audiobestanden, in vervolg op een door een deurwaarder op verzoek van geïntimeerde gelegd conservatoir bewijsbeslag onder appellanten. Appellanten betogen dat dit bewijsbeslag om verschillende redenen onrechtmatig dan wel nietig is en dat het beslag moet worden opgeheven. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beslag niet onrechtmatig of nietig is en dat geen grond bestaat voor opheffing daarvan. Het hof is het daarmee eens.
Rechtsvraag
Is het conservatoir bewijsbeslag, gelegd onder [appellanten], rechtmatig en heeft [geïntimeerde] recht op inzage en afschrift van de in beslag genomen bescheiden en audiobestanden?
Regel
- art. 434, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Overhandiging van een grosse machtigt de deurwaarder tot de tenuitvoerlegging)
- art. 430 lid 2, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Een grosse is een als zodanig gewaarmerkt authentiek afschrift of uittreksel van een rechterlijke uitspraak, met daarboven geplaatst de woorden 'In naam van de Koning')
- art. 843a (oud), Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Rechtmatig belang bij inzage en afschrift van stukken)
Toepassing
- art. 434, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Overhandiging van een grosse machtigt de deurwaarder tot de tenuitvoerlegging) Het hof oordeelt dat de deurwaarder bij de beslaglegging beschikte over een grosse van de verlofbeschikking, welke als productie is overgelegd, en dat deze voldoet aan de gestelde eisen. Het enkele feit dat de minuut van de beschikking in het ongerede is geraakt, doet daar niets aan af, en er zijn geen aanwijzingen voor onregelmatigheden. Het betoog van [appellanten] dat de grosse niet aan de eisen voldoet, wordt verworpen.
- art. 430 lid 2, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Een grosse is een als zodanig gewaarmerkt authentiek afschrift of uittreksel van een rechterlijke uitspraak, met daarboven geplaatst de woorden 'In naam van de Koning') De kopie van de grosse die is overgelegd voldoet aan de eisen, inclusief de ondertekening door de griffier en de stempel van de rechtbank. [appellanten] heeft niet voldoende concreet betwist dat aan de eisen is voldaan.
- art. 843a (oud), Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Rechtmatig belang bij inzage en afschrift van stukken) Het hof bevestigt dat [geïntimeerde] een rechtmatig belang heeft bij inzage en afgifte van de stukken, omdat onrechtmatige uitlatingen zijn gedaan en [geïntimeerde] belang heeft bij het stoppen daarvan. [appellanten] heeft onvoldoende toegelicht waarom haar belang zwaarder zou moeten wegen dan dat van [geïntimeerde].
Conclusie
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat het beslag rechtmatig was en dat [geïntimeerde] recht heeft op inzage en afschrift van de in beslag genomen bescheiden. [appellanten] moet de proceskosten in hoger beroep betalen aangezien het hoger beroep ongegrond is verklaard.
Partijen en standpunten
- Eiser: [appellanten]
- Gedaagde: [geïntimeerde]
[appellanten] betoogt dat het gelegde conservatoir bewijsbeslag onrechtmatig en nietig is en vordert opheffing.
[geïntimeerde] verdedigt dat het beslag rechtmatig is en vordert inzage in de bescheiden.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 17-12-2021 [geïntimeerde] krijgt van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant verlof om conservatoir bewijsbeslag te leggen onder [appellanten].
- 22-12-2021 Het conservatoir bewijsbeslag wordt daadwerkelijk gelegd onder [appellanten], zoals vastgelegd in een proces-verbaal.
- 09-11-2023 De rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat het bewijsbeslag niet onrechtmatig of nietig is, en wijst de vorderingen van [geïntimeerde] toe terwijl die van [appellanten] worden afgewezen.
- 15-12-2023 [appellanten] stellen hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 9 november 2023.
- 13-05-2025 Het hof ’s-Hertogenbosch bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, wijst de grieven van [appellanten] af, en veroordeelt hen in de proceskosten van het hoger beroep.