Een duurovereenkomst zonder einddatum is in beginsel opzegbaar zonder schadevergoeding.
Samenwerking tussen twee ondernemingen opgezegd. Het hof ziet onvoldoende grond om te oordelen dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of PCK bij de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst met Ripstaal verplicht was om een schadevergoeding aan te bieden op basis van de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Regel
- Art. 7.1.a, Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Bevoegdheid van de Nederlandse rechter)
- Art. 6:248 lid 1 BW (Redelijkheid en billijkheid in contractuele relaties)
Toepassing
- Art. 7.1.a, Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Bevoegdheid van de Nederlandse rechter) De Nederlandse rechter is bevoegd omdat de samenwerkingsovereenkomst in Nederland werd uitgevoerd. Dit is niet betwist door de partijen. (Rechtsoverweging 8.1)
- Art. 6:248 lid 1 BW (Redelijkheid en billijkheid in contractuele relaties) De samenwerkingsovereenkomst was een duurovereenkomst zonder specifieke afspraken over opzegging. Volgens de eisen van redelijkheid en billijkheid hoeft opzegging niet gepaard te gaan met een aanbod tot schadevergoeding, omdat Ripstaal niet voldoende afhankelijk was van PCK en de samenwerking niet lang heeft geduurd. Daarnaast waren de kosten die Ripstaal maakte (zoals voor marketing en advocaten) mede in haar eigen belang en niet uitsluitend vanwege de samenwerking met PCK. (Rechtsoverwegingen 8.6 - 8.22)
Conclusie
Het hof concludeert dat PCK niet verplicht was om een schadevergoeding aan te bieden bij de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst. De eisen van redelijkheid en billijkheid vereisen dit niet gezien de omstandigheden van de zaak. Daarom worden alle vorderingen van Ripstaal afgewezen en wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Partijen en standpunten
- Eiser: Ripstaal B.V.
- Gedaagde: PCK Belgium BVBA
Ripstaal vorderde primair een verklaring voor recht dat zij de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, subsidiair ontbinding van de overeenkomst, en in beide gevallen een verklaring dat PCK aansprakelijk is voor geleden schade door wanprestatie. Meer subsidiair vorderde Ripstaal een vergoeding, alles vermeerderd met rente en kosten.
PCK stelde dat de overeenkomst rechtsgeldig was opgezegd en dat zij na 1 januari 2021 vrij was om de samenwerking te beΓ«indigen zonder dat sprake was van wanprestatie.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-07-2019 Ripstaal en PCK bereiken mondelinge overeenstemming over samenwerking waarbij Ripstaal exclusief verkoper wordt van PCK's lijngoten in Europa, exclusief Griekenland.
- 09-07-2019 [persoon A] bevestigt per e-mail aan de adviseur van [persoon B] dat er een exclusieve verdeling is overeengekomen voor de pvc gootsystemen in Europa.
- 27-08-2019 PCK stuurt een e-mail naar Ripstaal waarin de essentie van de samenwerking wordt bevestigd, inclusief de verdeling van klanten en investeringskosten.
- 21-05-2020 [persoon B] meldt aan [persoon A] dat hij de samenwerking stopzet.
- 23-11-2020 PCK deelt mee dat de samenwerking met ingang van 1 januari 2021 wordt stopgezet en de exclusiviteit voor Europa wordt teruggenomen.
- 09-04-2021 Ripstaal verzoekt de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland om verlof voor conservatoir beslag ten laste van PCK.
- 07-09-2022 De rechtbank wijst de vorderingen van Ripstaal af en oordeelt dat PCK de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd.
- 24-01-2023 Het hof wijst een tussenarrest waarin een comparitie na aanbrengen wordt gelast.
- 12-04-2023 Er vindt een mondelinge behandeling plaats bij het hof.
- 02-04-2024 Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant en veroordeelt Ripstaal in de kosten van het hoger beroep.