PRISMA-onderzoeken vallen onder intern incidentenregister en zijn niet openbaar volgens Wkkgz.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch ยท 23 september 2021 ยท Hoger beroep ยท Civiel recht

art. 843a Rv / art. 7 Wkkgz / art. 9 Wkkgz / art. 10 Wkkgz / het interne incidentenregister / het kwaliteitssysteem / het recht op informatie ziet niet op gegevens uit het interne incidentenregister

Rechtsvraag

Of [stichting] verplicht is om de PRISMA-onderzoeken I en II over te leggen aan [appellant], ondanks het medisch beroepsgeheim en de bepalingen onder de Wkkgz.

Regel

  • art. 843a, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden)
  • art. 7, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) (systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg)
  • art. 9 lid 6, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) (gegevens in het interne incidentenregister niet als bewijs gebruiken)
  • art. 10 lid 3, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) (recht op informatie voor nabestaanden)

Toepassing

  • art. 843a, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden) Het hof heeft vastgesteld dat [appellant] een rechtmatig belang heeft en dat de rechtsbetrekking valt onder onrechtmatige daad. Echter, de toepassing van artikel 843a Rv wordt beperkt door andere specifieke wettelijke bepalingen, zoals artikel 9 lid 6 Wkkgz, waardoor het verzoek moet worden afgewezen.
  • art. 7, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) (systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg) De PRISMA-onderzoeken vallen onder het interne incidentenregister dat wordt bijgehouden voor de systematische bewaking en verbetering van de zorgkwaliteit. Dit register is bedoeld voor interne kwaliteitsdoeleinden en de gegevens hierin zijn niet openbaar.
  • art. 9 lid 6, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) (gegevens in het interne incidentenregister niet als bewijs gebruiken) Gezien de bepalingen in artikel 9 lid 6 Wkkgz, kunnen de gegevens in het interne incidentenregister niet als bewijs worden gebruikt in een civielrechtelijke procedure. Dit is bedoeld om de meldingsbereidheid van incidenten te waarborgen en de kwaliteit van zorg te verbeteren.
  • art. 10 lid 3, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) (recht op informatie voor nabestaanden) Het recht op informatie van nabestaanden volgens artikel 10 lid 3 Wkkgz omvat niet de gegevens uit het interne incidentenregister. [appellant] heeft al de informatie ontvangen waar hij recht op heeft volgens dit artikel.

Conclusie

Het hof heeft geconcludeerd dat [stichting] niet verplicht is om de PRISMA-onderzoeken I en II over te leggen aan [appellant] vanwege de beperkingen van artikel 843a Rv door de Wkkgz. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het verzoek van [appellant] wordt afgewezen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: De heer [appellant] en mevrouw [appellante]
  • Gedaagde: Stichting [stichting]

De heer en mevrouw [appellant] verzoeken om afgifte van de PRISMA-onderzoeken I en II, die relevant zijn voor het vaststellen van mogelijke fouten van [stichting] tijdens het verblijf van hun overleden zoon [zoon]. Zij beroepen zich op artikel 843a Rv en stellen dat de informatie over de doucheruimtes niet onder medisch beroepsgeheim valt.

[stichting] stelt dat de PRISMA-onderzoeken onder medisch beroepsgeheim vallen en voor intern kwaliteitsonderzoek bestemd zijn. Zij beroept zich op artikel 7 en 9 Wkkgz, die bepalen dat dergelijke incidentenregisters niet openbaar zijn en niet als bewijs in procedures mogen worden gebruikt.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 13-04-2019 De meerderjarige zoon van [appellant] wordt op basis van een rechterlijke machtiging opgenomen bij [stichting], een instelling voor geestelijke gezondheids- en verslavingszorg.
  2. [overlijdensdatum] De zoon van [appellant] berooft zich van het leven door zich in een douchecel te verhangen.
  3. 09-07-2019 De toenmalige advocaat van [appellant] verzoekt [stichting] om alle informatie te verstrekken met betrekking tot het overlijden van zijn zoon en om afgifte van de calamiteitenrapportage.
  4. 19-07-2019 [stichting] overlegt delen van het medisch dossier van de zoon van [appellant] met betrekking tot zijn overlijden.
  5. 29-07-2019 [stichting] overlegt naar eigen mening relevante delen van de calamiteitenrapportage.
  6. 11-05-2020 De advocaat van [appellant] verzoekt [stichting] om afgifte van het PRISMA-onderzoek van de doucheruimtes en het ARBO-onderzoek van diezelfde ruimtes.
  7. 02-06-2020 [stichting] geeft aan het PRISMA-onderzoek niet te kunnen overleggen vanwege het medisch beroepsgeheim en dat er geen ARBO-onderzoek aanwezig is.
  8. 11-06-2020 De advocaat van [appellant] verzoekt om het PRISMA-onderzoek zonder medische gegevens dan wel met zwart gemaakte medische gegevens.
  9. 02-07-2020 [stichting] laat weten dat het PRISMA-onderzoek niet verstrekt kan en zal worden omdat het een onderzoek betreft waar [appellant] geen partij bij is.
  10. 30-09-2020 De rechtbank wijst het verzoek van [appellant] om [stichting] op te dragen het PRISMA-onderzoek over te leggen af en veroordeelt [appellant] in de proceskosten.
  11. 04-12-2020 [appellant] dient een beroepschrift in bij het gerechtshof en verzoekt om vernietiging van de beschikking van de rechtbank Limburg en veroordeling van [stichting] tot het overleggen van de PRISMA-onderzoeken.
  12. 05-02-2021 [stichting] dient een verweerschrift in bij het hof en verzoekt het verzoek van [appellant] ongegrond te verklaren dan wel af te wijzen.