Een fusie is rechtsgeldig ondanks herroeping van de instemming door DNB als de pensioenrechten onaangetast blijven.
De fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering is niet ongeldig en blijft in stand. De β¬ 2,5 miljard die ten tijde van de fusie op de balans van Optas Pensioenen stond behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De pensioenrechtelijke aanspraken die de Optas-verzekerden hadden, zijn door de fusie niet aangetast en zijn ook na de fusie blijven bestaan. Deze aanspraken kunnen ongewijzigd geldend gemaakt worden bij Aegon Levensverzekering.
Rechtsvraag
Is de fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering geldig en hebben de Optas-verzekerden recht op het vermogen van β¬ 2,5 miljard dat op de balans van Optas Pensioenen stond ten tijde van de fusie?
Regel
- art. 2:323 BW (Vernietiging van de fusie)
- art. 3:40 BW (Nietigheid van rechtshandelingen wegens strijd met de wet)
- art. 1 EP EVRM (Bescherming van eigendom)
- art. 17 Handvest EU (Recht op eigendom)
- art. 1:23 Wft (Rechtsgeldigheid van privaatrechtelijke rechtshandelingen in strijd met regels van de Wft)
Toepassing
- art. 2:323 BW (Vernietiging van de fusie) De fusie kan alleen worden vernietigd indien aan een van de limitatief opgesomde gronden in art. 2:323 BW is voldaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vereiste goedkeuringen aanwezig waren en dat de fusie volgens de wettelijke regels is verlopen. De rechter stelde vast dat de statutaire goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders niet noodzakelijk was omdat de goedkeuring door de raden van commissarissen voldoende was (Rechtsoverwegingen 6.18.3-6.18.5).
- art. 3:40 BW (Nietigheid van rechtshandelingen wegens strijd met de wet) De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een instemmingsbesluit van DNB de fusie niet nietig maakt volgens art. 3:40 BW, omdat artikel 1:23 Wft bepaalt dat de rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling niet wordt aangetast door strijd met de Wft. Verder was er geen sprake van bijkomende omstandigheden die de fusie maatschappelijk onaanvaardbaar maakten (Rechtsoverwegingen 6.16.1-6.17.3).
- art. 1 EP EVRM (Bescherming van eigendom) De rechtbank constateerde dat de pensioenrechten en pensioenaanspraken van de Optas-verzekerden niet zijn aangetast door de fusie en dat deze rechten nog steeds geldend kunnen worden gemaakt bij Aegon. De β¬ 2,5 miljard op de balans van Optas Pensioenen behoort niet tot het eigendom van de Optas-verzekerden in de zin van art. 1 EP EVRM (Rechtsoverwegingen 6.8-6.12).
- art. 17 Handvest EU (Recht op eigendom) De rechtbank oordeelde dat art. 17 van het Handvest EU niet van toepassing is omdat het niet binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt. Zelfs als het wel van toepassing zou zijn, zou het geen recht op een pensioen van een bepaald bedrag doen ontstaan (Rechtsoverwegingen 6.10-6.12).
- art. 1:23 Wft (Rechtsgeldigheid van privaatrechtelijke rechtshandelingen in strijd met regels van de Wft) De rechtbank oordeelde dat de rechtsgeldigheid van de fusie niet wordt aangetast door het ontbreken van een instemmingsbesluit van DNB, omdat art. 1:23 Wft bepaalt dat de rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling niet wordt aangetast door strijd met regels van de Wft (Rechtsoverwegingen 6.16.1-6.16.3).
Conclusie
Het hof oordeelde dat de fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering geldig is en in stand blijft. De β¬ 2,5 miljard op de balans van Optas Pensioenen behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De pensioenrechten en pensioenaanspraken van de Optas-verzekerden zijn door de fusie niet aangetast en kunnen ongewijzigd geldend worden gemaakt bij Aegon Levensverzekering.
Partijen en standpunten
- Eiser: [appellant]
- Gedaagde: Aegon Levensverzekering N.V.
[appellant] vordert nietigverklaring van de fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon, stellende dat het vermogen van β¬ 2,5 miljard aan de Optas-verzekerden toebehoort en diverse wettelijke en statutaire voorschriften bij de fusie zijn geschonden.
Aegon betwist de stellingen van [appellant], voert aan dat alle wettelijke en statutaire voorschriften zijn nageleefd en dat de pensioenrechten van de Optas-verzekerden onaangetast zijn gebleven.
Wetsartikelen
- art. 17 Handvest
- art. 1:23 Wft
- art. 3:3:40 lid 2 BW
- art. 22 Rv
- art. 3:119 Wft
- art. 2:2:320 BW
- art. 2:2:323 BW
- art. 3:3:40 BW
- art. 3:3:40 lid 1 BW
- art. 2:2:323 lid 1 BW
- art. 2:2:312 BW
- art. 2:2:8 BW
- art. 222 Rv
- art. 3:3:13 BW
- art. 3:3:44 lid 3 BW
- art. 3:119 lid 4 Wft
- art. 3:3:38 lid 1 BW
- art. 51 Handvest
- art. 3:119 lid 1 Wft
- art. 6:6:119 BW
- art. 1 EVRM
- art. 2:2:18 lid 6 BW
- art. 2:2:309 BW
- art. 2:2:333 lid 1 BW
- art. 2:2:316 lid 4 BW
- art. 2:2:316 BW
- art. 2:2:15 lid 1 BW
- art. 2:2:318 lid 2 BW
- art. 2:2:107a BW
- art. 2:2:317 BW
- art. 6:6:162 BW
- art. 6:6:22 BW
- art. 5:5:1 BW
Tijdlijn
- 01-01-1991 Stichting PVH richt Optas Pensioenen N.V. op en draagt alle pensioenverplichtingen voor kantoorpersoneel dat niet onder de verplichtstelling valt over aan Optas Pensioenen N.V.
- 31-12-1997 Stichting PVH wordt omgezet in Optas Pensioenen II N.V., met Optas N.V. als enig aandeelhouder. Er ontstaat een beklemd vermogen volgens artikel 2:18 lid 6 BW.
- 29-06-1998 Optas Pensioenen N.V. fuseert met Optas Pensioenen II N.V., waarbij Optas Pensioenen N.V. de verkrijgende vennootschap is. Enig aandeelhouder van Optas Pensioenen N.V. blijft Optas N.V.
- 28-06-2007 Stichting Optas verkoopt haar aandelen in Optas N.V. aan Aegon Nederland N.V. voor β¬ 1,5 miljard.
- 30-09-2010 Optas N.V. draagt de aandelen in Optas Pensioenen N.V. over aan Aegon Nederland N.V.
- 13-01-2015 Het beklemd vermogen van Optas Pensioenen wordt op verzoek van BPHV en Aegon door de rechter ontklemd.
- 04-09-2018 Aegon verzoekt De Nederlandse Bank (DNB) om in te stemmen met een juridische fusie met Optas Pensioenen.
- 03-11-2018 Optas Pensioenen en Aegon plaatsen een advertentie in NRC Handelsblad waarin het voornemen tot fusie wordt aangekondigd.
- 31-03-2019 Aegon en Optas Pensioenen fuseren, waarbij Aegon de verkrijgende vennootschap is. De fusieakte wordt op 2 april 2019 ingeschreven in het handelsregister en gepubliceerd in de Staatscourant.
- 17-12-2021 Appellant komt in hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 september 2021.
- 19-05-2023 Mondelinge behandeling vindt plaats, gelijktijdig met zaaknummer 200.304.447. Advocaten lichten de zaak toe aan de hand van pleitaantekeningen.
- 09-04-2024 Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon niet ongeldig is en dat de pensioenrechten van appellant intact blijven. De vorderingen van appellant worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.