Handelingen die eigendomsrechten schenden tijdens protestacties vallen buiten bescherming van artikelen 10 en 11 EVRM.
Klimaatactie in museum Het Mauritshuis bij het schilderij ‘Meisje met de Parel’. Nauwe en bewuste samenwerking van degene die de actie heeft gefilmd. Beantwoording van de vraag of handelingen vallen binnen de reikwijdte van de artikelen 10 en 11 EVRM. Toepassing artikel 9a Sr.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag in deze zaak is of de handelingen van de verdachte en zijn medeverdachten tijdens de klimaatactie in het Mauritshuis vallen binnen de reikwijdte van de artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en of deze handelingen strafbaar zijn onder de artikelen 141 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Regel
- art. 10 EVRM (Vrijheid van meningsuiting)
- art. 11 EVRM (Vrijheid van vergadering en vereniging)
- art. 141 Sr (Openlijke geweldpleging)
- art. 350 Sr (Vernieling)
Toepassing
- art. 10 EVRM (Vrijheid van meningsuiting) Het hof overweegt dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet absoluut is en kan worden beperkt voor onder andere de bescherming van de rechten van anderen en het voorkomen van wanordelijkheden. De verdachte en zijn medeverdachten hebben hun actie uitgevoerd op een manier die de openbare orde verstoorde en eigendommen beschadigde. De handelingen gingen verder dan een vreedzame demonstratie en maakten een onnodige en onaanvaardbare inbreuk op de rechten van anderen. Daarom is de beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting in deze context gerechtvaardigd.
- art. 11 EVRM (Vrijheid van vergadering en vereniging) Het hof stelt dat het recht op vrijheid van vergadering ook niet absoluut is en kan worden beperkt onder dezelfde voorwaarden als artikel 10 EVRM. De klimaatactie van de verdachte en zijn medeverdachten verstoorde de openbare orde en veroorzaakte schade aan eigendommen. Het hof concludeert dat de beperking van dit recht in dit geval gerechtvaardigd is omdat de handelingen van de verdachten een meer ingrijpende ordeverstoring veroorzaakten dan een normale vreedzame demonstratie.
- art. 141 Sr (Openlijke geweldpleging) Het hof overweegt dat de handelingen van de verdachten, zoals het plakken van hun hoofd en handen aan het schilderij en het gieten van een rode substantie over het schilderij, kwalificeren als openlijke geweldpleging. Deze handelingen waren bedoeld en geëigend om de openbare orde te verstoren, wat blijkt uit de reacties van het publiek en de noodzaak voor het museum om de zaal te sluiten en reparaties uit te voeren.
- art. 350 Sr (Vernieling) Het hof acht bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachten opzettelijk en wederrechtelijk het schilderij en de omliggende structuren hebben beschadigd. Dit valt onder de strafbaarstelling van vernieling, aangezien de handelingen een duidelijke inbreuk maakten op het eigendomsrecht van het museum.
Conclusie
Het hof concludeert dat de handelingen van de verdachte en zijn medeverdachten niet vallen binnen de beschermde reikwijdte van de artikelen 10 en 11 EVRM omdat zij een onaanvaardbare inbreuk maakten op de rechten van anderen en de openbare orde verstoorden. De verdachte wordt schuldig bevonden aan medeplegen van vernieling en openlijke geweldpleging, maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd vanwege de reeds ondergane voorlopige hechtenis en om te voorkomen dat er een 'chilling effect' uitgaat op personen die gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering.
Partijen en standpunten
- Eiser: Openbaar Ministerie
- Gedaagde: Verdachte
De verdachte wordt beschuldigd van medeplegen van vernieling en openlijke geweldpleging tegen het schilderij 'Meisje met de Parel' in het Mauritshuis, door samen met anderen het schilderij te beschadigen en een activistische boodschap te verkondigen.
De verdachte stelt dat hij geen significante bijdrage heeft geleverd aan de actie en dat zijn handelingen vallen onder de vrijheid van meningsuiting en vergadering zoals beschermd door de artikelen 10 en 11 EVRM.
Wetsartikelen
- art. 141 Sr
- art. 141 lid 1 Sr
- art. 11 EVRM
- art. 350 Sr
- art. 10 EVRM
Tijdlijn
- Enkele dagen voor 27-10-2022 Verdachte en medeverdachten bespreken via een chatgroep op Signal de details van een geplande klimaatactie in het Mauritshuis, Den Haag. Ze bespreken de timing, beschikbaarheid, en de noodzaak om de actie te filmen.
- 27-10-2022 Verdachte en medeverdachten reizen vanuit België naar het Mauritshuis in Den Haag voor de klimaatactie. Onderweg worden interviews afgenomen en details van de actie verder besproken.
- 27-10-2022 De verdachte controleert of er glas voor het schilderij zit. Medeverdachten stappen over het hekje, plakken hun hoofd en hand vast met lijm, gieten een rode substantie en verkondigen een activistische boodschap. Verdachte filmt de gehele actie.
- 27-10-2022 Verdachte wordt aangehouden door de politie. Bij zijn aanhouding blijkt hij in bezit te zijn van de autosleutel van een medeverdachte.
- 02-11-2022 Politierechter in Den Haag veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra deze gelijk is aan de onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
- Naderhand van 02-11-2022 Namens verdachte wordt hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
- 11-03-2024 Gerechtshof Den Haag vernietigt het vonnis van de politierechter en verklaart verdachte schuldig aan medeplegen van vernieling en openlijke geweldpleging. Het hof legt geen straf of maatregel op, mede gelet op de reeds ondergane voorlopige hechtenis.