Collectieve vorderingen vereisen belanghebbendheid; algemeen belang onvoldoende voor ontvankelijkheid.
Collectieve vorderingen op grond van art. 3:305a BW. Eiseres kan niet worden ontvangen in de collectieve vorderingen die zij op grond van het staassteun- en aanbestedingsrecht heeft ingesteld.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of Stichting Karmedia ontvankelijk is in haar vorderingen tegen de Gemeente Rotterdam en Provastgoed c.s. met betrekking tot de Markthalovereenkomsten, gebaseerd op vermeende staatssteun en een vermeende schending van de aanbestedingsregels.
Regel
- art. 3:305a lid 1 BW (oud en nieuw) (Groepsvordering en algemeen belangvordering)
- art. 108 lid 3 VWEU (Opschortingsplicht bij staatssteun)
- art. 4.15 lid 2 Aanbestedingswet 2012 (Vernietiging van een overeenkomst bij aanbestedingsrechtelijke schending)
Toepassing
- art. 3:305a lid 1 BW (oud en nieuw) (Groepsvordering en algemeen belangvordering) Karmedia stelt dat zij haar vorderingen baseert op artikel 3:305a BW zowel als groepsvorderingen als in het algemeen belang. Het hof bepaalt dat het niet uitmaakt of de oude of nieuwe versie van artikel 3:305a BW wordt toegepast, omdat in beide gevallen de vorderingen niet kunnen worden ontvangen wegens het ontbreken van gelijksoortige belangen die Karmedia volgens haar statuten behartigt. De statuten van Karmedia tonen niet aan dat zij de belangen behartigt van individuen die concreet worden beïnvloed door de Markthalovereenkomsten. (Rechtsoverweging 6.2-6.4, 6.7-6.8, 6.12-6.13)
- art. 108 lid 3 VWEU (Opschortingsplicht bij staatssteun) Karmedia heeft haar vorderingen mede gebaseerd op de stelling dat de Markthalovereenkomsten staatssteunmaatregelen zijn die in strijd zijn met artikel 108 lid 3 VWEU. Het hof bevestigt dat Karmedia niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat haar statuten niet aangeven dat zij de belangen behartigt van personen wiens situatie concreet dreigt te worden beïnvloed. (Rechtsoverweging 6.5-6.9)
- art. 4.15 lid 2 Aanbestedingswet 2012 (Vernietiging van een overeenkomst bij aanbestedingsrechtelijke schending) Karmedia heeft gesteld dat de gemeente de koop/realisatie van de parkeergarage niet heeft aanbesteed. Het hof oordeelt dat Karmedia's statuten niet de belangen behartigen van personen die door de aanbestedingsrechtelijke schending zijn of dreigen te worden geschaad, zoals vereist door artikel 4.15 lid 2 van de Aanbestedingswet 2012. (Rechtsoverweging 6.10-6.13)
Conclusie
Het hof concludeert dat Karmedia terecht niet-ontvankelijk is verklaard in haar vorderingen door de rechtbank, omdat zij niet voldoet aan de vereisten voor het instellen van groepsvorderingen of algemeen belangvorderingen onder artikel 3:305a BW, noch als belanghebbende onder artikel 108 lid 3 VWEU of artikel 4.15 lid 2 Aanbestedingswet 2012. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en Karmedia wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Partijen en standpunten
- Eiser: Stichting Karmedia
- Gedaagde: Gemeente Rotterdam, Markthal Rotterdam B.V., Provastgoed Nederland B.V.
Karmedia vordert vernietiging van de Markthalovereenkomsten wegens strijd met het staatssteunverbod en niet-nakoming van aanbestedingsrecht.
De gemeente en Provastgoed c.s. betwisten de ontvankelijkheid van Karmedia, stellen dat zij niet als belanghebbende kan optreden volgens artikel 3:305a BW.
Wetsartikelen
- art. 3:3:305a BW
- art. 108 lid 3 VWEU
- art. 3:3:305a lid 1 BW
- art. 108 lid 2 VWEU
- art. 6:6:119 BW
Tijdlijn
- 2008 De Gemeente Rotterdam en Provastgoed c.s. sluiten verschillende overeenkomsten voor de ontwikkeling van de Markthal in Rotterdam.
- 2014 De Markthalovereenkomsten, inclusief allonges, leiden tot verkoop van de ondergrond aan Markthal en verkoop van het openbare deel van een parkeergarage aan de gemeente.
- 28-12-2018 Karmedia verzoekt de rechtbank Rotterdam om een voorlopig getuigenverhoor, dat wordt afgewezen.
- 16-07-2019 Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor door de rechtbank.
- 11-12-2020 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Karmedia tegen de afwijzing van het voorlopig getuigenverhoor.
- 22-07-2021 Karmedia gaat in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 mei 2021.
- 07-12-2021 Het hof gelast een mondelinge behandeling van de zaak.
- 01-02-2022 Er vindt een mondelinge behandeling plaats, waarvan een proces-verbaal wordt opgemaakt.
- 16-02-2023 Een tweede mondelinge behandeling vindt plaats, waarbij advocaten pleitaantekeningen overleggen.
- 21-03-2023 Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en verklaart Karmedia niet-ontvankelijk, met veroordeling in de proceskosten.