Leveringstermijn gekoppeld aan bouwvergunning prevaleert boven verhoging overdrachtsbelasting.
koopoptieovereenkomst met moment van levering; verhoging van de overdrachtsbelasting voor levering
Rechtsvraag
Moet [appellante] schadevergoeding betalen aan [geïntimeerde] wegens het niet leveren van het registergoed vóór 1 januari 2021, waardoor [geïntimeerde] een hogere overdrachtsbelasting verschuldigd was?
Regel
- Art. 6:74 BW (Schadevergoeding wegens wanprestatie)
- Art. 6:119 BW (Wettelijke rente)
- Art. 6:119a BW (Handelsrente)
Toepassing
- Art. 6:74 BW (Schadevergoeding wegens wanprestatie) Het hof oordeelde dat [appellante] niet in gebreke was met de levering van het registergoed, omdat de levering pas zou plaatsvinden binnen uiterlijk drie maanden nadat [geïntimeerde] een bouwvergunning had verkregen. Omdat [geïntimeerde] geen bouwvergunning had verkregen vóór 1 januari 2021, was [appellante] niet verplicht om vóór die datum te leveren. Het hof stelde dat er geen sprake was van wanprestatie door [appellante] en dat [geïntimeerde] geen recht had op schadevergoeding wegens de verhoging van de overdrachtsbelasting.
- Art. 6:119 BW (Wettelijke rente) Het hof veroordeelde [geïntimeerde] om het bedrag van € 21.500,- terug te betalen aan [appellante], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door [appellante] tot aan het moment van terugbetaling door [geïntimeerde].
- Art. 6:119a BW (Handelsrente) Het hof oordeelde dat de handelsrente niet van toepassing was, omdat de terugbetaling van € 21.500,- niet voortvloeide uit een handelsovereenkomst. Daarom werd alleen de wettelijke rente toegewezen.
Conclusie
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover [appellante] was veroordeeld tot betaling van € 21.500,- wegens de verhoging van de overdrachtsbelasting en wees deze vordering af. Het hof bekrachtigde het vonnis voor het overige en veroordeelde [geïntimeerde] tot terugbetaling van het bedrag van € 21.500,- aan [appellante], vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast werd [geïntimeerde] veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
Partijen en standpunten
- Eiser: [appellante] B.V.
- Gedaagde: [geïntimeerde] B.V.
Eiser stelt dat zij niet verplicht was het pand vóór 1 januari 2021 te leveren, omdat de overeengekomen leveringsvoorwaarde (het verkrijgen van een bouwvergunning) niet was vervuld. Zij betwist de schadevergoeding van € 21.500,- wegens verhoogde overdrachtsbelasting en de proceskosten van € 16.528,97.
Gedaagde vordert nakoming van de koopoptieovereenkomst en schadevergoeding wegens de verhoging van de overdrachtsbelasting per 1 januari 2021. Gedaagde stelt dat eiser in gebreke bleef met tijdige levering van het registergoed.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 18-12-2016 [appellante] en BizStay B.V. sluiten een koopoptieovereenkomst voor een bedrijfspand met toebehoren. BizStay B.V. wijst later [geïntimeerde] aan als de partij die de koopoptie verkrijgt.
- 28-02-2020 [geïntimeerde] maakt gebruik van het optierecht en deelt dit mee aan [appellante].
- 03-03-2020 [appellante] laat weten dat zij drie maanden wil zoeken naar een koper die een hogere prijs biedt dan [geïntimeerde].
- 13-11-2020 [geïntimeerde]'s advocaat sommeert [appellante] om vóór 1 januari 2021 mee te werken aan de levering van het registergoed, anders volgt een aanspraak op schadevergoeding door verhoogde overdrachtsbelasting.
- 01-09-2021 De rechtbank veroordeelt [appellante] tot nakoming van de verkoop en levering van het registergoed, en tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
- 29-11-2021 [appellante] komt in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 september 2021.
- 06-02-2023 Mondelinge behandeling vindt plaats bij het Gerechtshof Den Haag, waarbij de advocaten de zaak toelichten aan de hand van pleitaantekeningen.
- 28-02-2023 Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag voor zover het [appellante] veroordeelt tot betaling van € 21.500,- wegens verhoogde overdrachtsbelasting. Het hof wijst deze vordering af en veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. Het hof bekrachtigt het vonnis voor het overige en veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep.