Bindend advies vernietigbaar als redelijkheid en billijkheid gebondenheid onaanvaardbaar maken.

Gerechtshof Den Haag · 14 november 2023 · Hoger beroep · Civiel recht

Vordering tot vernietiging van een bij wijze van bindend advies gegeven beslissing van een Geschillencommissie. De kantonrechter wijst de vordering af, en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of het bindend advies van de Geschillencommissie, dat Mijbupark een schadevergoeding aan [geïntimeerde] moet betalen en dat [geïntimeerde] de factuur voor de ontruiming niet hoeft te betalen, vernietigd moet worden omdat gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Regel

  • art. 7:900 BW (Bindend advies als bijzondere vorm van een overeenkomst)
  • art. 7:904 BW (Vernietiging van een bindend advies als gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is)
  • art. 7:228 lid 1 BW (Huurovereenkomst voor bepaalde tijd)
  • art. 3:33 BW (Wilsverklaring)
  • art. 3:37 lid 1 BW (Vorm van een wilsverklaring)
  • art. 6:101 BW (Schadeverdeling bij eigen schuld)

Toepassing

  • art. 7:900 BW (Bindend advies als bijzondere vorm van een overeenkomst) De Geschillencommissie heeft een bindend advies uitgebracht waarin de klacht van [geïntimeerde] gegrond werd bevonden. Mijbupark wil dit advies vernietigen, maar moet aantonen dat de commissie niet in redelijkheid tot deze beslissing had kunnen komen. Het hof stelt dat de Geschillencommissie op redelijke gronden heeft geoordeeld, mede gebaseerd op de overeenkomst en de RECRON-voorwaarden. [4.1, 4.3]
  • art. 7:904 BW (Vernietiging van een bindend advies als gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is) Het hof oordeelt dat er geen sprake is van omstandigheden die de gebondenheid aan het bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken. De Geschillencommissie heeft de zaak zorgvuldig behandeld, en Mijbupark heeft onvoldoende aangetoond dat het advies onredelijk was. [4.21]
  • art. 7:228 lid 1 BW (Huurovereenkomst voor bepaalde tijd) De overeenkomst tussen partijen is een huurovereenkomst voor bepaalde tijd. Het hof stelt dat de clausule in de overeenkomst, die bepaalt dat de overeenkomst verlengd wordt indien geen opzegging plaatsvindt, betekent dat [geïntimeerde] recht had op een verlenging voor seizoen 2020. [4.10]
  • art. 3:33 BW (Wilsverklaring) Mijbupark stelt dat [geïntimeerde] zijn plek wilde verkopen en daarmee de overeenkomst had opgezegd. Echter, er was geen schriftelijke opzegging zoals vereist door de overeenkomst, en daarom is er geen geldige wilsverklaring voor beëindiging. [4.11]
  • art. 3:37 lid 1 BW (Vorm van een wilsverklaring) Hoewel wilsverklaringen ook door gedragingen kunnen worden gedaan, was hier een schriftelijke opzegging vereist, en die ontbrak. Daarom was er geen geldige beëindiging van de huurovereenkomst. [4.11]
  • art. 6:101 BW (Schadeverdeling bij eigen schuld) Mijbupark's beroep op art. 6:101 BW wordt verworpen. Het hof stelt dat [geïntimeerde] geen schuld had in de situatie, omdat Mijbupark onterecht en zonder toestemming zijn kampeermiddel verwijderde. [4.14]

Conclusie

Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en de beslissing van de Geschillencommissie. Het bindend advies is niet vernietigbaar, omdat gebondenheid daaraan niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Mijbupark wordt veroordeeld in de proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Maatschappij tot Exploitatie van Bungalows en Recreatieoorden Mijbupark B.V.
  • Gedaagde: [geïntimeerde]

Mijbupark vorderde vernietiging van het bindend advies van de Geschillencommissie, waarin zij was veroordeeld tot betaling van € 7.518,75 aan [geïntimeerde] wegens onrechtmatige ontruiming en vernietiging van [geïntimeerde]'s caravan.

[geïntimeerde] stelde dat Mijbupark zijn caravan onrechtmatig had verwijderd en vernietigd en dat hij recht had op een verlenging van het huurcontract voor 2020.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-01-2009 [geïntimeerde] huurt sinds 2009 een seizoensplaats op Camping Sollasi in Noordwijkerhout voor zijn caravan met aanbouw.
  2. 10-2017 [geïntimeerde] ontvangt en ondertekent de overeenkomst voor het seizoen 2018, waarin staat dat verlenging schriftelijk gemeld moet worden voor 3 oktober 2018.
  3. 10-2018 Conform de afspraken ontvangt [geïntimeerde] medio oktober 2018 het contract voor het seizoen 2019.
  4. 19-12-2019 Mijbupark stelt [geïntimeerde] per e-mail in de gelegenheid zijn caravan uiterlijk op 18 januari 2020 op te halen vanwege het einde van de seizoensovereenkomst.
  5. 25-02-2020 Mijbupark verwijdert de caravan en schuur van [geïntimeerde] en stuurt een nota van € 2.057 voor verwijdering en vernietiging.
  6. 27-03-2020 [geïntimeerde] dient een klacht in bij de Geschillencommissie over de ontruiming en vernietiging van zijn caravan en vordert schadevergoeding.
  7. 11-03-2021 De Geschillencommissie verklaart de klacht van [geïntimeerde] gegrond en bepaalt dat Mijbupark € 7.518,75 moet betalen aan [geïntimeerde] en dat de factuur van € 2.057 niet verschuldigd is.
  8. 20-04-2022 De kantonrechter wijst de vorderingen van Mijbupark tot vernietiging van het bindend advies af.
  9. 11-07-2022 Mijbupark gaat in hoger beroep tegen het vonnis van 20 april 2022.
  10. 14-11-2023 Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag en veroordeelt Mijbupark in de proceskosten van het hoger beroep.