Opzet bij doodslag kan worden aangenomen ondanks psychose door amfetaminegebruik.
Het gerechtshof te Arnhem veroordeelt de verdachte in de Tolbertzaak tot een gevangenisstraf van 15 jaren en TBS met dwangverpleging, wegens doodslag op de twee kinderen van zijn ex-partner en poging doodslag op zijn ex-partner. Ten tijde van het plegen van de feiten verkeerde de verdachte in een amfetaminepsychose. Persoonlijkheidsstoornis en amfetamineverslaving. Opzet, voorbedachte raad en toerekenbaarheid.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag in deze zaak is of de verdachte schuldig is aan de doodslag van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en de poging tot doodslag van [slachtoffer 3], en in hoeverre de verdachte toerekeningsvatbaar is gezien zijn psychische toestand tijdens het plegen van de feiten.
Regel
- Art. 287 Wetboek van Strafrecht (doodslag): Het opzettelijk van het leven beroven van een ander.
- Art. 45 Wetboek van Strafrecht (poging): Poging tot het plegen van een misdrijf is strafbaar.
- Art. 37a Wetboek van Strafrecht (terbeschikkingstelling): De maatregel kan worden opgelegd indien er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens.
- Art. 36f Wetboek van Strafrecht (schadevergoedingsmaatregel): Verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer.
Toepassing
- Art. 287 Wetboek van Strafrecht (doodslag): Het opzettelijk van het leven beroven van een ander. Het hof acht bewezen dat de verdachte opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd door hen met een kandelaar te slaan en [slachtoffer 1] met een mes te steken. Het hof oordeelde dat de verdachte, ondanks zijn psychose, voldoende bewust was van zijn handelingen en de gevolgen daarvan. De gedragingen van de verdachte werden als zodanig gericht op het veroorzaken van de dood, dat het hof concludeerde dat er sprake was van opzet. De psychose van de verdachte, veroorzaakt door amfetaminegebruik, stond niet in de weg aan het aannemen van opzet. (Rechtsoverwegingen: Overwegingen met betrekking tot het bewijs, Opzet)
- Art. 45 Wetboek van Strafrecht (poging): Poging tot het plegen van een misdrijf is strafbaar. Het hof achtte bewezen dat de verdachte een poging tot doodslag heeft gepleegd op [slachtoffer 3] door haar kunstgebit in haar mond te duwen en haar met een stang te slaan. Ondanks dat de verdachte zijn poging niet voltooide, waren zijn handelingen gericht op het doden van [slachtoffer 3]. (Rechtsoverwegingen: Overwegingen met betrekking tot het bewijs)
- Art. 37a Wetboek van Strafrecht (terbeschikkingstelling): De maatregel kan worden opgelegd indien er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De verdachte werd ten tijde van de feiten als sterk verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd vanwege een narcistische persoonlijkheidsstoornis en amfetamineverslaving, die resulteerden in een psychose. Gezien het risico op herhaling van ernstige geweldsdelicten, achtte het hof terbeschikkingstelling met verpleging noodzakelijk. (Rechtsoverwegingen: Strafbaarheid van de verdachte, Maatregel)
- Art. 36f Wetboek van Strafrecht (schadevergoedingsmaatregel): Verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer. Het hof legde de verdachte een schadevergoedingsmaatregel op ten behoeve van [slachtoffer 3] voor de door haar geleden schade, bestaande uit materiële en immateriële schade, als gevolg van de poging tot doodslag en de dood van haar kinderen. (Rechtsoverwegingen: De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3])
Conclusie
Het hof concludeert dat de verdachte schuldig is aan de doodslag van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en poging tot doodslag van [slachtoffer 3]. De verdachte wordt veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging. De verdachte is in licht verminderde mate toerekeningsvatbaar vanwege zijn psychische stoornis, maar draagt wel strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor zijn daden.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Openbaar Ministerie]
- Gedaagde: [verdachte]
Verdachte wordt beschuldigd van moord op twee kinderen en poging tot moord op zijn vriendin. Het OM eist 18 jaar gevangenisstraf, terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege.
Verdachte beroept zich op ontoerekeningsvatbaarheid door een amfetaminepsychose, waardoor opzet ontbreekt. Verzoekt vrijspraak of sterk verminderde toerekenbaarheid.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-08-2005 Verdachte bevond zich met aangeefster [slachtoffer 3] en haar kinderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in zijn woning in Tolbert, gemeente Leek. Verdachte pleegde geweld tegen hen, wat resulteerde in de dood van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en ernstige verwondingen bij [slachtoffer 3].
- 02-08-2005 Patholoog drs. F.R.W. van de Goot verrichtte sectie op de lichamen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. De doodsoorzaak werd vastgesteld als gevolg van bloedverlies, hersenletsel, weefselschade en verstikking door geweld.
- 09-08-2005 Verdachte verklaarde bij de politie dat hij zich weinig kon herinneren van de gebeurtenissen omdat hij in een psychose verkeerde. Hij riep naar [slachtoffer 3] toen zij van het balkon sprong en beschreef het incident met de kinderen.
- 13-01-2006 Drs. A.G.S. de Ranitz en Drs. J.M. Oudejans, verbonden aan het Pieter Baan Centrum, rapporteerden dat verdachte leed aan een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis en amfetamineverslaving.
- 16-02-2006 De rechtbank te Groningen veroordeelde de verdachte tot 18 jaar gevangenisstraf voor moord en poging tot moord en gelastte terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
- 16-04-2007 Het gerechtshof te Leeuwarden vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de verdachte voor doodslag en poging tot doodslag met dezelfde straf als voorheen opgelegd.
- 09-12-2008 De Hoge Raad der Nederlanden vernietigde het arrest van het gerechtshof Leeuwarden en verwees de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting.
- 30-12-2009 Een tweede rapport werd uitgebracht waarin dezelfde bevindingen werden herhaald, bevestigend dat verdachte leed aan een amfetaminepsychose.
- 03-02-2010 Het hof hervatte het onderzoek naar aanleiding van de verwijzing door de Hoge Raad, waarbij het de rapporten van de deskundigen betrok.
- 17-02-2010 Het hof veroordeelde de verdachte tot 15 jaar gevangenisstraf zonder voorbedachte raad, gelastte terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege. De vordering van [slachtoffer 3] werd deels toegewezen.