Een klantenbeding is ongeldig zonder duidelijke boetebepaling voor werkverrichting.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 mei 2025 · Hoger beroep · Civiel recht

Arbeidszaak. Kwalificatie: arbeidsovereenkomst en klantenbeding als verboden concurrentiebeding? In dit geval niet. Toch afwijzing boete. Tussenvonnis in eerste aanleg gepubliceerd onder ECLI:NL:RBNNE:2024:197.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de samenwerkingsovereenkomst tussen [appellant] en [geïntimeerde] moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst, wat gevolgen heeft voor de geldigheid van het klantenbeding en de daaruit voortvloeiende boete die [appellant] vordert.

Regel

  • art. 7:610 BW (definitie arbeidsovereenkomst: verplichting arbeid te verrichten, betaling van loon en arbeid in dienst van werkgever)
  • art. 7:653 BW (geldigheid concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd)
  • art. 9a Waadi (belemmeringenverbod voor arbeidskrachten)
  • HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo-arrest: ook bij vrije vervanging kan sprake zijn van arbeidsovereenkomst)

Toepassing

  • art. 7:610 BW (definitie arbeidsovereenkomst: verplichting arbeid te verrichten, betaling van loon en arbeid in dienst van werkgever) Het hof oordeelt dat de verhouding tussen [appellant] en [geïntimeerde] niet als een arbeidsovereenkomst kan worden gekwalificeerd. De samenwerking was gebaseerd op facturering met btw, kortdurende opdrachten bij derden, en [geïntimeerde] kon 'eigen mensen' inzetten. Er waren geen betalingsverplichtingen tijdens ziekte of vakantie, en [appellant] had geen instructiebevoegdheden nadat een dienst was geaccepteerd.
  • art. 7:653 BW (geldigheid concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd) Omdat de overeenkomst niet als een arbeidsovereenkomst wordt gekwalificeerd, kan het beroep op art. 7:653 BW niet worden toegepast. Het klantenbeding is niet geldig als concurrentiebeding, omdat het niet van toepassing is.
  • art. 9a Waadi (belemmeringenverbod voor arbeidskrachten) Het hof heeft niet expliciet toepassing gegeven aan art. 9a Waadi, maar verwijst naar de regels omtrent vrije vervanging en de kwalificatie als zelfstandige. [geïntimeerde] opereerde als zelfstandige zonder belemmeringen, wat ook blijkt uit de activiteiten die hij op zijn website aanbiedt.
  • HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo-arrest: ook bij vrije vervanging kan sprake zijn van arbeidsovereenkomst) Het hof heeft de Deliveroo-uitspraak in overweging genomen, maar concludeert dat [geïntimeerde] als zelfstandige opereerde met een eigen onderneming. De vrije vervangbaarheid en het feit dat [geïntimeerde] eigen opdrachten aannam, ondersteunen de kwalificatie als zelfstandige.

Conclusie

De conclusie van het hof is dat de vordering van [appellant] moet worden afgewezen. De samenwerkingsovereenkomst kwalificeert niet als een arbeidsovereenkomst, waardoor het klantenbeding en de gevorderde boete geen juridische grondslag hebben. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd, zij het op andere gronden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [appellant] , h.o.d.n. [naam1]
  • Gedaagde: Max Zijlma

[appellant] vordert een boete wegens schending van een klantenbeding in een samenwerkingsovereenkomst met [geïntimeerde]. De kantonrechter had de vordering afgewezen, maar [appellant] betwist die beslissing en wil dat het hof de boete alsnog toewijst.

[geïntimeerde] betwist de geldigheid van het klantenbeding en stelt dat de overeenkomst feitelijk een arbeidsovereenkomst was, waardoor het klantenbeding als ongeldig concurrentiebeding moet worden aangemerkt.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 2019 [geïntimeerde] heeft een eenmanszaak in particuliere beveiliging onder de naam [naam2] ingeschreven in het handelsregister. Op zijn website staan diverse activiteiten, zoals zorgbeveiliging, straatcoach, vervoersbeveiliging en surveillance.
  2. 29-04-2022 Een samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten tussen [appellant] en [geïntimeerde], waarin [geïntimeerde] verplicht wordt zich te onthouden van het doen van prijsopgaves aan klanten van [appellant] en een boete riskeert bij overtreding.
  3. 10-05-2022 [geïntimeerde] meldde [appellant] dat hij niet in staat was om te werken en geen vervanging had.
  4. 06-2022 [geïntimeerde] berichtte [appellant] dat hij geen opdrachten kan aanvaarden wegens ziekte, waarna hij geen werkzaamheden meer verrichtte voor [appellant].
  5. 09-2022 De teamleider van Elker Jeugdzorg Plus rapporteert dat [geïntimeerde] van eind september 2022 tot half februari 2023 '1 op 1 diensten' voor de instelling heeft verricht.
  6. 11-10-2022 [appellant] laat Elker Jeugdzorg Plus weten niet meer tevreden te zijn met de opdrachten.
  7. 19-10-2022 [appellant] beëindigt de relatie met Elker Jeugdzorg Plus definitief.
  8. 30-01-2024 De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst tussen [appellant] en [geïntimeerde] moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst, waardoor het klantenbeding niet geldig is.
  9. 30-04-2024 De kantonrechter handhaaft de kwalificatie van de overeenkomst als arbeidsovereenkomst en wijst de vordering van [appellant] af.
  10. 2024 [appellant] stelt hoger beroep in tegen de vonnissen van de kantonrechter, met name tegen het eindvonnis van 30 april 2024.
  11. 06-05-2025 Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, maar besluit dat de verhouding tussen [appellant] en [geïntimeerde] niet als een arbeidsovereenkomst kwalificeert. De vordering van [appellant] wordt afgewezen wegens gebrek aan contractuele grondslag voor de gevorderde boete.