Beschermingsbewindvoerder mogelijk wettelijke vertegenwoordiger onder artikel 4:193 BW; prejudiciële vragen gesteld.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 april 2024 · Hoger beroep,Tussenuitspraak · Personen- en familierecht

Erfrecht. Is de beschermingsbewindvoerder een ‘wettelijke vertegenwoordiger’ in de zin van artikel 4:193 BW en in hoeverre is sprake van samenloop met de bepalingen in Boek 1 BW over het meerderjarigenbewind? Het hof is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad..

Rechtsvraag

Is de beschermingsbewindvoerder een ‘wettelijke vertegenwoordiger’ in de zin van artikel 4:193 BW en in hoeverre is sprake van samenloop met de bepalingen in Boek 1 BW over het meerderjarigenbewind?

Regel

  • art. 4:193 BW (beschrijft de bevoegdheden en verplichtingen van wettelijke vertegenwoordigers bij aanvaarding en verwerping van een nalatenschap)
  • art. 1:431 BW (regelt het beschermingsbewind over de goederen van een meerderjarige)
  • art. 1:441 lid 2 onder a BW (beschrijft de bevoegdheden van een bewindvoerder bij het verwerpen van een nalatenschap)
  • art. 1:441 lid 5 BW (regelt de aanvaarding van een nalatenschap door een bewindvoerder)

Toepassing

  • art. 4:193 BW (beschrijft de bevoegdheden en verplichtingen van wettelijke vertegenwoordigers bij aanvaarding en verwerping van een nalatenschap) De rechter overweegt dat de beschermingsbewindvoerder onder de term 'wettelijke vertegenwoordiger' in artikel 4:193 BW kan vallen, gelet op de gangbare betekenis van de woorden, de wets- en rechtsgeschiedenis, en de strekking van de bepaling. Dit wordt ondersteund door de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter en de Aanbevelingen meerderjarigenbewind, die ook de beschermingsbewindvoerder onder de wettelijke vertegenwoordigers scharen. Echter, er is behoefte aan duidelijkheid over de samenloop met bepalingen in Boek 1 BW.
  • art. 1:431 BW (regelt het beschermingsbewind over de goederen van een meerderjarige) Het beschermingsbewind zoals geregeld in artikel 1:431 BW stelt een bewindvoerder aan om de goederen van een meerderjarige te beheren. De vraag is of deze bewindvoerder kan worden gezien als een wettelijke vertegenwoordiger bij de aanvaarding of verwerping van een nalatenschap.
  • art. 1:441 lid 2 onder a BW (beschrijft de bevoegdheden van een bewindvoerder bij het verwerpen van een nalatenschap) Artikel 1:441 lid 2 onder a BW bepaalt dat de bewindvoerder toestemming van de rechthebbende of vervangende toestemming van de kantonrechter nodig heeft voor het verwerpen van een nalatenschap. Dit artikel lijkt een aanvulling te zijn op de regel van artikel 4:193 BW.
  • art. 1:441 lid 5 BW (regelt de aanvaarding van een nalatenschap door een bewindvoerder) Artikel 1:441 lid 5 BW bepaalt dat de bewindvoerder met uitsluiting van de rechthebbende bevoegd is een nalatenschap te aanvaarden, en dat deze aanvaarding beneficiair moet geschieden tenzij de rechthebbende toestemming geeft voor zuivere aanvaarding. Dit artikel conflicteert niet met artikel 4:193 BW en kan daardoor aanvullend werken.

Conclusie

De rechter concludeert dat het nog niet geheel duidelijk is of de beschermingsbewindvoerder een ‘wettelijke vertegenwoordiger’ is in de zin van artikel 4:193 BW en wat de samenloop is met de bepalingen in Boek 1 BW. Daarom stelt de rechter prejudiciële vragen aan de Hoge Raad om hierover duidelijkheid te verkrijgen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [verzoekster]
  • Gedaagde: [naam1]

De eiser stelt dat de kantonrechter artikel 4:193 BW ten onrechte heeft toegepast. Volgens eiser is deze bepaling niet van toepassing op een bewindvoerder in een beschermingsbewind zoals bedoeld in artikel 1:431 BW. Eiser eist dat het verzoek om de nalatenschap van erflaatster te verwerpen alsnog wordt toegewezen.

De gedaagde heeft geen expliciete verdediging naar voren gebracht, maar de kantonrechter heeft geoordeeld dat de termijn van drie maanden van artikel 4:193 BW al was verstreken, waardoor de nalatenschap beneficiair is aanvaard.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 26-03-2012 De rechtbank Zutphen stelt een bewind in over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [naam1] en benoemt [verzoekster] tot bewindvoerder.
  2. 01-01-2023 De zus van [naam1] overlijdt. Zij laat geen echtgenoot, geregistreerd partner, kinderen of ouders achter.
  3. 09-01-2023 [de broer] verwerpt de nalatenschap van erflaatster.
  4. 19-06-2023 [verzoekster] verzoekt de kantonrechter om machtiging om de nalatenschap van erflaatster namens [naam1] te verwerpen.
  5. 28-06-2023 De kantonrechter verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek, omdat de termijn van drie maanden van artikel 4:193 lid 2 BW is verstreken. Hierdoor geldt de nalatenschap als door [naam1] beneficiair aanvaard.
  6. 31-08-2023 Een mondelinge behandeling vindt plaats in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
  7. 11-04-2024 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden doet een tussenuitspraak en is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad over de status van de beschermingsbewindvoerder als ‘wettelijke vertegenwoordiger’ in de zin van artikel 4:193 BW en de mogelijke samenloop met bepalingen in Boek 1 BW.
  8. 09-05-2024 Het hof stelt [verzoekster] in de gelegenheid om zich uit te laten over het voornemen om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen en over de inhoud van die vragen.