Geen wetenschap van benadeling bij rechtshandeling vereist voor vernietiging onder faillissementspauliana.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 september 2023 · Hoger beroep · Civiel recht

Insolventierecht. Faillissementspauliana. Bewijsvermoeden artikel 43 lid 1 aanhef en onder 1 Fw. Volgens de curator is de verkoopovereenkomst met betrekking tot de boerderij in het jaar voorafgaand aan het faillissement vatbaar voor vernietiging.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de rechtshandelingen tussen [naam1] en [geïntimeerden] voorafgaand aan het faillissement van [naam1] vernietigbaar zijn op grond van artikel 42 Faillissementswet (Fw) vanwege benadeling van schuldeisers en of [geïntimeerden] wetenschap van die benadeling hadden.

Regel

  • art. 42 Fw (Faillissementswet) (Vernietiging van rechtshandelingen die benadeling van schuldeisers tot gevolg hebben)
  • art. 43 Fw (Faillissementswet) (Bewijsvermoedens bij vernietiging van rechtshandelingen)

Toepassing

  • art. 42 Fw (Faillissementswet) (Vernietiging van rechtshandelingen die benadeling van schuldeisers tot gevolg hebben) Het hof oordeelde dat er sprake was van benadeling van schuldeisers, omdat zonder de gewraakte rechtshandelingen de curator een boerderij vrij van erfpacht in de boedel zou hebben aangetroffen met een waarde tussen €410.000 en €460.000, verminderd met een hypotheekschuld van €63.802,29. De werkelijke situatie was dat de boedel een erfpachtrecht omvatte met een waarde van ongeveer €100.000, waarop [geïntimeerden] zich met voorrang konden verhalen. Hierdoor was het actief waarop de schuldeisers verhaal konden nemen verminderd. Het hof stelde vast dat deze situatie benadeling van schuldeisers inhield. (Rechtsoverwegingen 5.3-5.7)
  • art. 43 Fw (Faillissementswet) (Bewijsvermoedens bij vernietiging van rechtshandelingen) Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een ongelijke waarde van de prestaties, waarbij de waarde van de verbintenissen aan de zijde van [naam1] de waarde van de verbintenissen aan de zijde van [geïntimeerden] in aanmerkelijke mate overtrof. Het hof stelde vast dat de koopsom van €350.000 passend was gezien het verleende erfpachtrecht en de garantie voor de betalingsverplichting aan ASR. Het bewijsvermoeden van artikel 43 lid 1 onder 1 Fw was daarom niet van toepassing. (Rechtsoverwegingen 5.10-5.15)

Conclusie

Het hof concludeerde dat er sprake was van benadeling van schuldeisers, maar dat er geen bewijs was dat [geïntimeerden] wetenschap van die benadeling hadden ten tijde van de rechtshandelingen. Daarom werd het beroep van de curator op artikel 42 Fw afgewezen en werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De curator werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [appellant], curator in het faillissement van [naam1]
  • Gedaagde: [geïntimeerde1], [geïntimeerde2], [geïntimeerde3]

De curator vordert vernietiging van rechtshandelingen tussen [naam1] en [geïntimeerden], die volgens hem paulianeus zijn en benadeling van schuldeisers veroorzaken.

[geïntimeerden] ontkennen wetenschap van benadeling en betwisten dat de waarde van hun prestaties die van [naam1] overtreft.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 11-10-2011 [naam1] werd enig eigenaar van de boerderij na een partiële verdeling van de erfenis.
  2. 13-06-2014 [naam1] verkocht de boerderij aan [geïntimeerden] voor € 350.000 en kreeg het in erfpacht terug voor 26 jaar. [naam1] had het recht om de boerderij na zeven jaar terug te kopen voor € 450.000.
  3. 16-12-2014 [naam1] werd failliet verklaard en [appellant] werd uiteindelijk de curator.
  4. Herfst 2017 Agrarische Makelaardij Kloosterboer taxeerde de boerderij en het erfpachtrecht in opdracht van de curator.
  5. 07-12-2017 De curator liet een exploot van vernietiging van rechtshandelingen aan [geïntimeerden] betekenen.
  6. April 2018 Schelhaas Makelaardij taxeerde de boerderij in opdracht van [geïntimeerden] per 13 juni 2014.
  7. 20-09-2018 Een adviesrapport opgesteld door [naam4] in opdracht van de curator concludeerde dat de erfpachtconstructie niet marktconform was.
  8. 22-07-2022 De curator stelde hoger beroep in tegen de vonnissen van de rechtbank Overijssel.
  9. 20-09-2022 De curator diende een memorie van grieven tevens eiswijziging/eisvermeerdering in met producties.
  10. 03-01-2023 [geïntimeerden] dienden een memorie van antwoord in met producties.
  11. 31-01-2023 De curator diende een akte uitlaten in.
  12. 14-02-2023 Het hof bepaalde een mondelinge behandeling.