Bij niet doorgaan verkoop, blijft overeengekomen financiële afwikkeling uit echtscheidingsconvenant bindend.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 juli 2023 · Hoger beroep · Civiel recht

Huwelijksvermogensrecht. Echtscheidingsconvenant. Het geschil gaat over de in het convenant vastgelegde afspraken terzake de verdeling van de verkoopopbrengst van de voormalig echtelijke woning die aan de man in eigendom toebehoort. Leemte in convenant aangevuld door de redelijkheid en billijkheid. Dwaling, artikelen 6:248 en 6:258 BW.”

Rechtsvraag

Moet het echtscheidingsconvenant tussen de vrouw en de man worden gewijzigd of aangevuld, zodat de man aan de vrouw een bedrag van € 80.000,- voldoet, ondanks dat de verkoop van de woning niet is doorgegaan?

Regel

  • art. 3:196 BW (regeling over verdeling van gemeenschappelijk goed)
  • art. 1:135 lid 2 BW (regeling over verrekening bij huwelijkse voorwaarden)
  • art. 6:228 BW (dwaling bij overeenkomsten)
  • art. 6:248 BW (aanvulling van overeenkomsten door redelijkheid en billijkheid)
  • art. 6:258 BW (wijziging van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden)

Toepassing

  • art. 3:196 BW (regeling over verdeling van gemeenschappelijk goed) De man beroept zich op dwaling onder art. 3:196 BW, maar het hof oordeelt dat dit artikel niet van toepassing is, omdat de woning geen gemeenschappelijk goed is. De eigendom van de woning behoort volledig aan de man toe en valt buiten gemeenschap. (Rechtsoverwegingen 4.4 en 4.5)
  • art. 1:135 lid 2 BW (regeling over verrekening bij huwelijkse voorwaarden) Het beroep van de man op art. 1:135 lid 2 BW wordt afgewezen omdat er in de huwelijkse voorwaarden geen verrekenbeding is opgenomen. (Rechtsoverweging 4.4)
  • art. 6:228 BW (dwaling bij overeenkomsten) Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat hij heeft gedwaald bij het sluiten van het convenant, aangezien hij op de hoogte was van de eigendomssituatie van de woning en de afspraken over de verdeling. (Rechtsoverwegingen 4.6 en 4.7)
  • art. 6:248 BW (aanvulling van overeenkomsten door redelijkheid en billijkheid) Het hof vult de leemte in het convenant aan door redelijkheid en billijkheid, zodat de man aan de vrouw € 80.000,- moet voldoen, omdat het doel van de financiële afwikkeling anders niet wordt bereikt. (Rechtsoverwegingen 4.16 en 4.17)
  • art. 6:258 BW (wijziging van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden) Hoewel het hof het convenant niet wijzigt op grond van onvoorziene omstandigheden, wordt de leemte in het convenant door redelijkheid en billijkheid aangevuld, waardoor de vrouw alsnog aanspraak kan maken op het bedrag. (Rechtsoverweging 4.18)

Conclusie

Het hof oordeelt dat het echtscheidingsconvenant moet worden aangevuld door redelijkheid en billijkheid, zodat de man aan de vrouw een bedrag van € 80.000,- voldoet, ondanks dat de verkoop van de woning niet is doorgegaan. Dit is in overeenstemming met de bedoeling van partijen om tot een financiële afwikkeling van de echtscheiding te komen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [appellante]
  • Gedaagde: [geïntimeerde]

De vrouw vordert wijziging van het echtscheidingsconvenant zodat zij, ondanks het niet doorgaan van de verkoop, € 80.000 ontvangt.

De man stelt dat de woning zijn eigendom is en beroept zich op dwaling en redelijkheid en billijkheid om het convenant nietig te verklaren.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 18-07-2013 Partijen hebben huwelijkse voorwaarden opgemaakt waarin zij elke gemeenschap van goederen hebben uitgesloten. Er is afgesproken dat er geen periodieke of finale verrekening van inkomens zal plaatsvinden.
  2. 21-12-2012 De man heeft de voormalig echtelijke woning volledig in eigendom verkregen door toedeling van het resterende gedeelte door zijn broer en zus.
  3. 30-07-2019 Partijen hebben een echtscheidingsconvenant laten opstellen en ondertekend waarin afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst van de woning.
  4. 16-08-2019 Het huwelijk van partijen is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
  5. 08-2019 De overeenkomst waarbij de woning voor € 245.000,- zou worden verkocht is ontbonden omdat de kopers de financiering niet konden krijgen.
  6. 24-02-2021 De rechtbank heeft beslist over de vorderingen van beide partijen met betrekking tot de verdeling van de verkoopopbrengst van de woning.
  7. 15-03-2022 Het hof heeft een tussenarrest gewezen in de hoger beroepsprocedure.
  8. 17-11-2022 Een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden bij het hof, waarvan een proces-verbaal is gemaakt.
  9. 11-07-2023 Het hof heeft een eindarrest gewezen waarin het eerdere vonnis deels is vernietigd en de man verplicht is gesteld om een bedrag van € 80.000,- aan de vrouw te voldoen.