Een bindend advies door makelaars is afdwingbaar tenzij onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 mei 2023 · Hoger beroep · Civiel recht

Spoed appel. Verkoop woning in het kader van de financiële afwikkeling van de echtscheiding van partijen. Bekrachtiging van het vonnis van de voorzieningenrechter voor wat betreft het in de plaats treden van het vonnis van de vereiste toestemming/wilsverklaring/ handtekening van de man. Man gehouden aan het gedane bod voor de woning en om de koopovereenkomst te sluiten. Vernietiging van het vonnis op de vordering in reconventie. Man mocht opdracht aan zijn makelaar niet intrekken.

Rechtsvraag

Of de man en de vrouw gehouden zijn aan het bod van € 1.750.000 en of de man de opdracht aan zijn makelaar [naam1] mocht intrekken.

Regel

  • Art. 3:301 lid 2 BW (Inschrijving hoger beroep bij register)
  • Art. 7:904 lid 1 BW (Vernietiging bindend advies)
  • Haviltex-norm (Uitleg contractuele bepalingen)

Toepassing

  • Art. 3:301 lid 2 BW (Inschrijving hoger beroep bij register) De man heeft tijdig zorg gedragen voor inschrijving in het rechtsmiddelenregister op 6 maart 2023, waardoor hij ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
  • Art. 7:904 lid 1 BW (Vernietiging bindend advies) De man kon de opdracht aan de makelaar niet eenzijdig opzeggen omdat er geen ernstige gebreken waren in het bindend advies van de makelaars. De stellingen van de man, die door de vrouw zijn betwist, leiden niet tot de gevolgtrekking dat gebondenheid aan het bindend advies onaanvaardbaar zou zijn.
  • Haviltex-norm (Uitleg contractuele bepalingen) De uitleg van de bepalingen van de vaststellingsovereenkomst moet gebeuren aan de hand van de Haviltex-norm. Het hof concludeert dat de makelaars aan hun opdracht hebben voldaan en een gezamenlijk bindend advies hebben gegeven. De man kon daarom de opdracht aan de makelaar niet eenzijdig opzeggen.

Conclusie

Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter, behalve de beslissing in reconventie. De man is gehouden aan het bod van € 1.750.000 en kon de opdracht aan zijn makelaar niet intrekken. De man wordt veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

Partijen en standpunten

  • Eiser: De vrouw
  • Gedaagde: De man

De vrouw vorderde dat de man zich conformeert aan de geboden verkoopprijs en meewerkt aan de verkoop en levering van de woning.

De man betwistte de vorderingen en stelde dat de vrouw moet voortzetten op basis van de afspraken uit het echtscheidingsconvenant.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 08-09-2022 Partijen hebben op voorstel van hun mediator afspraken gemaakt over de afhandeling van de verkoop van de woning. Deze afspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst en gehecht aan het echtscheidingsconvenant.
  2. 27-09-2022 De door partijen met de makelaars gemaakte afspraken zijn in één overeenkomst van opdracht opgenomen.
  3. 01-12-2022 Beide makelaars besluiten de vraagprijs van de woning te verlagen.
  4. 13-12-2022 De man wordt door zijn makelaar op de hoogte gesteld van de verlaging van de vraagprijs.
  5. 21-12-2022 Op het kantoor van [naam1] wordt in aanwezigheid van de man en [naam2] de vraagprijsverlaging naar € 1.795.000 besproken.
  6. 17-01-2023 Een bod van € 1.700.000 wordt uitgebracht op de woning. De man gaat niet akkoord en weigert toestemming voor bezichtiging van zijn deel van de woning.
  7. 17-01-2023 De man zegt de overeenkomst met [naam1] op en schakelt [naam3] van Waltmann Makelaars in.
  8. 08-02-2023 De voorzieningenrechter bepaalt dat de man medewerking moet verlenen aan de levering van de woning en dat het vonnis in de plaats komt van zijn toestemming en/of handtekening.
  9. 24-02-2023 De man dient een dagvaarding in hoger beroep in tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.
  10. 31-03-2023 De vrouw dient de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep in, tevens vermeerdering van eis.
  11. 06-04-2023 Er vindt een mondelinge behandeling plaats bij het hof. Beide advocaten leggen spreekaantekeningen over.
  12. 02-05-2023 Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter van 8 februari 2023, met enkele wijzigingen, en veroordeelt de man in de proceskosten in hoger beroep.