Box 3-heffing moet gebaseerd zijn op werkelijk behaalde rendementen, niet op ongerealiseerde verliezen.
IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Rechtsherstel. Ongerealiseerd koersverlies.
Rechtsvraag
Of belanghebbende in aanmerking komt voor een verdere vermindering van de box 3-heffing.
Regel
- art. 2.13, Wet inkomstenbelasting 2001 (regeling voor belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen)
- art. 14, EVRM (verbod op discriminatie)
- art. 1, Eerste Protocol bij het EVRM (bescherming van eigendom)
- arrest Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816 (toepassing van werkelijke rendementen bij box 3-heffing)
- arrest Hoge Raad 2 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1047 (criteria voor individuele en buitensporige last)
- arrest Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (kerstarrest, rechtsherstel box 3)
Toepassing
- art. 2.13, Wet inkomstenbelasting 2001 (regeling voor belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen) De box 3-heffing wordt berekend op basis van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Het Hof oordeelt dat het werkelijk behaalde rendement € 1.195 bedraagt en de box 3-heffing hierop 30% x € 1.195 = € 358. De eerdere heffing van € 4.790 wordt hierdoor verder verminderd.
- art. 14, EVRM (verbod op discriminatie) De belanghebbende stelt dat de box 3-heffing in strijd is met art. 14 EVRM. Het Hof neemt aan dat een redelijke verhouding moet bestaan tussen de gebruikte middelen en het doel, en dat geen sprake is van discriminatie zolang deze redelijke verhouding wordt gewaarborgd.
- art. 1, Eerste Protocol bij het EVRM (bescherming van eigendom) Het Hof oordeelt dat er een redelijke mate van evenredigheid moet bestaan tussen de gebruikte middelen en het doel. De belastingheffing mag niet leiden tot een individuele en buitensporige last. Het Hof overweegt dat belanghebbende niet wordt geconfronteerd met een individuele en buitensporige last omdat haar financiële situatie als geheel in beschouwing is genomen.
- arrest Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816 (toepassing van werkelijke rendementen bij box 3-heffing) Het werkelijk behaalde rendement van belanghebbende is relevant voor de beoordeling van de box 3-heffing. Het Hof oordeelt dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat haar werkelijk behaalde rendement € 1.195 bedraagt.
- arrest Hoge Raad 2 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1047 (criteria voor individuele en buitensporige last) Het Hof past de criteria voor een individuele en buitensporige last toe door de gehele financiële situatie van belanghebbende te beoordelen. Het Hof concludeert dat belanghebbende, gezien haar vermogen en ontvangen schenkingen, niet wordt geconfronteerd met een buitensporige last.
- arrest Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (kerstarrest, rechtsherstel box 3) Het Hof past het kerstarrest toe door de aanslag verder te verminderen tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.195. Dit arrest heeft geleid tot een ambtshalve vermindering van de aanslag door de Inspecteur.
Conclusie
Het hoger beroep van belanghebbende is gegrond. De aanslag wordt verder verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.324 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.195. De rechter oordeelt dat belanghebbende niet wordt geconfronteerd met een individuele en buitensporige last.
Partijen en standpunten
- Eiser: [belanghebbende]
- Gedaagde: de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem
De belanghebbende stelt dat de vermindering van de aanslag op basis van het Besluit rechtsherstel box 3 onvoldoende rechtsherstel biedt. Het werkelijk behaalde rendement is lager dan het in aanmerking genomen rendement en er is sprake van een individuele en buitensporige last omdat de belanghebbende door de box 3-heffing een negatief besteedbaar inkomen heeft en moet interen op haar vermogen.
De Inspecteur bestrijdt de berekening van het werkelijk behaalde rendement van de belanghebbende en stelt dat er onvoldoende gegevens zijn overgelegd. Daarnaast stelt de Inspecteur dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 31-01-2020 De Inspecteur heeft uitspraak gedaan op het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV voor het jaar 2018, waarbij het bezwaar ongegrond is verklaard.
- 25-11-2021 De Rechtbank Gelderland heeft het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond verklaard.
- 24-12-2021 De Hoge Raad heeft het kerstarrest uitgesproken (ECLI:NL:HR:2021:1963), wat relevant is voor de onderhavige zaak.
- 04-08-2022 De Inspecteur heeft een reactie ingediend naar aanleiding van het kerstarrest.
- 16-08-2022 Belanghebbende heeft gereageerd op de brief van de Inspecteur van 4 augustus 2022.
- 16-09-2022 De Inspecteur heeft opnieuw gereageerd op de reactie van belanghebbende.
- 04-10-2022 Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.
- 30-11-2022 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden. Belanghebbende was met bericht van verhindering niet verschenen. De Inspecteur was vertegenwoordigd door [naam1] en [naam2].
- 07-02-2023 Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de aanslag verminderd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Het hoger beroep is gegrond verklaard.
- 08-02-2023 Afschriften van de uitspraak zijn aangetekend per post verzonden.