Een voorlopig deskundigenbericht dient ter beoordeling van redelijkheid en billijkheid bij bindend advies (art. 7:904 BW).

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ยท 30 november 2021 ยท Tussenbeschikking ยท Civiel recht

Tussenbeschikking. Toewijzing verzoek voorlopig deskundigenbericht in hoger beroep ex art. 202 lid 2 Rv over waarde opstallen. Bodemprocedure over vernietiging bindend advies over waarde opstallen ex art. 7:904 lid 1 BW. Zie ook: ECLI:NL:GHARL:2022:5552

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of [verzoeker] recht heeft op een voorlopig deskundigenonderzoek om zijn proces- en bewijspositie in hoger beroep te beoordelen, en of het bindend advies van de deskundigen in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Regel

  • art. 202 lid 2 Rv (Rechtsvordering) (Doel van een voorlopig deskundigenonderzoek)
  • art. 7:904 lid 1 BW (Burgerlijk Wetboek) (Redelijkheid en billijkheid bij bindend advies)

Toepassing

  • art. 202 lid 2 Rv (Rechtsvordering) (Doel van een voorlopig deskundigenonderzoek) Het hof heeft beoordeeld dat een voorlopig deskundigenonderzoek [verzoeker] kan helpen zekerheid te verkrijgen over feiten en omstandigheden die relevant kunnen zijn voor de beslissing van het geschil. Het verzoek van [verzoeker] is concreet en ziet op feiten die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Er is geen sprake van strijd met de eisen van een goede procesorde, misbruik van bevoegdheid of andere zwaarwichtige bezwaren. Daarom heeft [verzoeker] voldoende belang bij zijn verzoek, dat het hof vervolgens toewijst (Rechtsoverweging 2.7, 2.8).
  • art. 7:904 lid 1 BW (Burgerlijk Wetboek) (Redelijkheid en billijkheid bij bindend advies) Het hof overweegt dat de kernvraag in de bodemprocedure is of de gebondenheid van [verzoeker] aan het bindend advies naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof wijst het verzoek van het Landgoed af om vragen aan de deskundige te stellen die deze juridische toetsing door de rechter in hoger beroep betreffen. Dit is een beoordeling die het hof zelf moet maken en niet de te benoemen deskundige (Rechtsoverweging 2.10).

Conclusie

Het hof concludeert dat [verzoeker] recht heeft op een voorlopig deskundigenonderzoek om zijn proces- en bewijspositie in hoger beroep te beoordelen. Het hof wijst het verzoek van het Landgoed af om aanvullende vragen aan de deskundige te stellen die de juridische toetsing door het hof betreffen. Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de peildatum en de persoon van de deskundige. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [verzoeker]
  • Gedaagde: Landgoed Rhijnestein B.V.

[verzoeker] verzoekt om een voorlopig deskundigenonderzoek om de waarde van de opstallen vast te stellen volgens de vervangingswaardemethode, in plaats van de residuele waardemethode die door de bindend adviseurs werd gebruikt.

Het Landgoed stelt dat het bindend advies niet kan worden afgewezen en dat de residuele waardemethode passend is. Het verzoekt om aanvullende vragen aan de deskundige te stellen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 30-12-1999 Bij akte is een recht van erfpacht voor de duur van 20 jaar gevestigd ten behoeve van [verzoeker] op een perceel in [plaats], inclusief een recht van opstal voor de daarop gelegen opstallen.
  2. 30-12-2019 Het recht van erfpacht eindigt. Volgens de vestigingsakte dient het Landgoed een vergoeding voor de opstallen aan [verzoeker] te betalen. Partijen bereiken geen overeenstemming en benoemen drie deskundigen.
  3. 03-03-2020 De deskundigen geven een bindend advies waarin de waarde van de opstallen wordt vastgesteld op โ‚ฌ 775.000,- volgens de residuele waardemethode.
  4. 17-03-2020 [verzoeker] bericht het Landgoed per e-mail dat hij het bindend advies vernietigt voor zover het Landgoed hem daaraan wenst te houden.
  5. 03-03-2021 Rechtbank wijst vorderingen van zowel [verzoeker] als het Landgoed af, waarbij [verzoeker] onder meer heeft gevorderd het bindend advies rechtsgeldig te vernietigen.
  6. 28-05-2021 [verzoeker] stelt hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
  7. 20-07-2021 [verzoeker] dient een verzoekschrift in voor een voorlopig deskundigenonderzoek bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
  8. 10-11-2021 De mondelinge behandeling vindt plaats bij het hof, waarbij beide partijen en hun advocaten aanwezig zijn.
  9. 30-11-2021 Het hof wijst het verzoek van [verzoeker] toe voor een voorlopig deskundigenbericht en stelt partijen in de gelegenheid om zich uit te laten over de peildatum en de persoon van de deskundige.