Samenwonen met gewezen partner beëindigt niet de onderhoudsverplichting onder art. 1:160 BW.
Partijen zijn gescheiden maar gaan weer samenwonen. Discussie over alimentatie en andere posten. Samenwonen met gewezen partner valt niet onder bereik art. 1:160 BW.
Rechtsvraag
Of het samenwonen van de man en de vrouw na hun scheiding een einde maakt aan de alimentatieverplichting van de man aan de vrouw onder art. 1:160 BW.
Regel
- art. 1:160 BW (Samenwoning met een ander maakt een einde aan de alimentatieverplichting)
- Jurisprudentie over onverschuldigde betalingen en onderhoudsverplichtingen
Toepassing
- art. 1:160 BW (Samenwoning met een ander maakt een einde aan de alimentatieverplichting) De man stelt dat hij samenwoonde met de vrouw alsof zij gehuwd waren van 1 maart 2011 tot en met april 2015 en dat hierdoor zijn alimentatieverplichting verviel. Echter, art. 1:160 BW is niet van toepassing omdat dit artikel alleen van toepassing is wanneer de vrouw samenwoont met een ander. Samenwonen met de ex-partner zelf maakt geen einde aan de onderhoudsverplichting die voortvloeit uit het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Het hof concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat partijen hebben afgesproken dat de alimentatieverplichting zou eindigen of opgeschort zou worden. (Rechtsoverweging 3.4)
- Jurisprudentie over onverschuldigde betalingen en onderhoudsverplichtingen De man heeft naast alimentatie ook huur en belastingen voor de vrouw betaald en stelt dat deze betalingen onverschuldigd waren. Het hof heeft beoordeeld dat voor de huurbetalingen geen voldoende onderbouwde afspraak bestond dat deze betalingen in plaats van alimentatie kwamen. Voor de belastingbetalingen is aangenomen dat deze in mindering konden worden gebracht op de alimentatie. Het hof heeft berekend dat de man in totaal € 66.350,98 heeft betaald, terwijl hij € 66.535,99 verschuldigd was. Hierdoor heeft de man € 185,01 te weinig betaald. (Rechtsoverwegingen 3.5 - 3.12)
Conclusie
Het hof concludeert dat de man niet € 32.453,98 aan de vrouw verschuldigd is, maar slechts € 185,01, en dat de vrouw het teveel betaalde bedrag moet terugbetalen. Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en compenseert de proceskosten.
Partijen en standpunten
- Eiser: [appellant]
- Gedaagde: [geïntimeerde]
De eiser vordert terugbetaling van teveel betaalde alimentatie en betaalde kosten, en een veroordeling tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen.
De gedaagde stelt dat de eiser achterstallige alimentatie en huurpenningen verschuldigd is, en dat de eiser zich niet heeft gehouden aan de afspraken over de boedelscheiding.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 1983 De man en de vrouw trouwen.
- 2007 Het huwelijk van de man en de vrouw wordt omgezet in een geregistreerd partnerschap.
- 11-02-2009 De rechtbank Assen ontbindt het geregistreerd partnerschap van de man en de vrouw.
- 27-02-2009 De beschikking van de rechtbank Assen wordt ingeschreven in de daarvoor bestemde registers.
- 11-02-2009 De rechtbank bepaalt dat de man twaalf jaar lang maandelijks €1.000,00 netto aan alimentatie dient te betalen aan de vrouw, te indexeren vanaf 1 januari 2010.
- 06-04-2016 Op verzoek van het LBIO wordt executoriaal derdenbeslag gelegd onder de bank van de man om betaling te verkrijgen van achterstallige alimentatie.
- 13-06-2018 De rechtbank wijst de vorderingen van de man af en veroordeelt hem om €32.453,98 te betalen aan de vrouw, vermeerderd met rente en kosten.
- 12-11-2019 De mondelinge behandeling wordt uitgesteld vanwege het beleid van de Raad voor de Rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Partijen gaan akkoord met schriftelijke afdoening.
- 02-11-2021 Het gerechtshof vernietigt het vonnis van 13 juni 2018 voor zover de man is veroordeeld om €32.453,98 te betalen aan de vrouw en bepaalt dat de man slechts €185,01 verschuldigd is. De vrouw moet terugbetalen wat de man teveel heeft betaald.