Kerkgenootschappen kunnen afwijken van dwingend recht bij rechtsverhoudingen geestelijke ambtsdragers tenzij fundamentele belangen worden geschaad.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 november 2021 · Hoger beroep · Civiel recht

Heeft een ‘losgemaakte’ predikant recht op een transitievergoeding? Het oordeelt van niet. De kerkorde voorziet hier niet in. De PKN mag de rechtsverhouding van de gemeentepredikant tot de kerkelijke gemeente, op grond van artikel 2:2 BW, anders vormgeven dan als arbeidsovereenkomst. De regeling van de transitievergoeding is geen regeling van sterk dwingend recht die ook moet worden toegepast bij een eigensoortige overeenkomst. Het oordeel of al dan niet sprake is van sterk dwingend recht komt aan de burgerlijke rechter toe. Het beroep op niet-ontvankelijkheid omdat de predikant niet eerst de kerkelijke rechtsgang had gevolgd verwerpt het hof.

Rechtsvraag

Heeft een predikant van de Protestantse Kerk in Nederland, na een onvrijwillige losmakingsprocedure van de kerkelijke gemeente, recht op een transitievergoeding?

Regel

  • art. 2:2 BW (kerkgenootschappen worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet)
  • art. 7:673 BW (transitievergoeding na beëindiging van een arbeidsovereenkomst)
  • NGK Hattem – Gort arrest (kerkgenootschappen kunnen rechtsverhouding tot geestelijk ambtsdrager naar eigen inzicht vormgeven, afwijking van dwingend recht mogelijk tenzij van fundamentele aard)
  • EVRM en protocol 12 lid 1 (discriminatieverbod en recht op eigendom)
  • Artikel 1 protocol 1 bij het EVRM (eigendomsrecht)
  • Verdrag nr. 111 van de Internationale Arbeidsorganisatie (discriminatie in beroep en beroepsuitoefening)

Toepassing

  • art. 2:2 BW (kerkgenootschappen worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet) Het hof oordeelt dat de PKN gebruik heeft gemaakt van haar inrichtingsvrijheid om de rechtsverhouding met predikanten te regelen naar eigen inzicht. De PKN heeft expliciet gekozen voor een overeenkomst sui generis en de toepasselijkheid van de arbeidsovereenkomst uitgesloten. Dit is in lijn met art. 2:2 BW zolang het niet in strijd is met zeer zwaarwegend dwingend recht. Het hof oordeelt dat de PKN binnen deze vrijheid heeft gehandeld. (9.2-9.4)
  • art. 7:673 BW (transitievergoeding na beëindiging van een arbeidsovereenkomst) De transitievergoeding is bedoeld voor arbeidsovereenkomsten en is niet van toepassing op andere rechtsverhoudingen zoals die van predikanten binnen de PKN. De transitievergoeding is geen zwaarwegend dwingendrechtelijke bepaling die een kerkgenootschap zou moeten toepassen binnen hun sui generis overeenkomst. Het hof wijst erop dat de kerkelijke regeling voor 'losgemaakte' predikanten vaak gunstiger is dan de wettelijke ontslagregeling. (9.10-9.11)
  • NGK Hattem – Gort arrest (kerkgenootschappen kunnen rechtsverhouding tot geestelijk ambtsdrager naar eigen inzicht vormgeven, afwijking van dwingend recht mogelijk tenzij van fundamentele aard) Het hof verwijst naar dit arrest om te onderbouwen dat kerkgenootschappen in hun inrichtingsvrijheid ook kunnen afwijken van dwingend recht, tenzij het een bepaling betreft die een zeer fundamenteel belang beschermt. De transitievergoeding wordt niet als zodanig fundamenteel beschouwd. (9.3-9.4)
  • EVRM en protocol 12 lid 1 (discriminatieverbod en recht op eigendom) Het hof oordeelt dat de nationale uitzonderingen voor kerkelijke organisaties gerespecteerd worden en dat er geen ongerechtvaardigd onderscheid is gemaakt door de PKN. De predikant kan daarom geen aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst of transitievergoeding op basis van het EVRM. (9.8)
  • Artikel 1 protocol 1 bij het EVRM (eigendomsrecht) Het hof oordeelt dat er geen sprake is van schending van een eigendomsrecht omdat de predikant nooit recht heeft gehad op een transitievergoeding, en er dus geen legitieme verwachting was op een dergelijke vergoeding. (9.13)
  • Verdrag nr. 111 van de Internationale Arbeidsorganisatie (discriminatie in beroep en beroepsuitoefening) Het hof oordeelt dat de predikant onvoldoende heeft toegelicht dat uit deze conventie een recht op transitievergoeding zou voortvloeien. (9.14)

Conclusie

De rechter concludeert dat de predikant geen recht heeft op een transitievergoeding omdat de PKN binnen haar inrichtingsvrijheid de rechtsverhouding met de predikant als een sui generis overeenkomst heeft vormgegeven, waarbij de transitievergoeding niet van toepassing is. De kerkelijke regeling wijkt op rechtmatige wijze af van het dwingend recht en is niet in strijd met fundamentele bepalingen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de kantonrechter.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [verzoeker]
  • Gedaagde: de Protestantse Gemeente te Goutum C.A.

[verzoeker] stelde dat hij recht had op een transitievergoeding na een onvrijwillig einde van zijn werkzaamheden als predikant.

PG Goutum betoogde dat er geen transitievergoeding verschuldigd was vanwege de kerkrechtelijke rechtsverhouding en de eigen statuten.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1986 [verzoeker] begint zijn werkzaamheden als predikant binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland, een van de kerkgenootschappen waaruit de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is ontstaan.
  2. 05-05-2013 [verzoeker] aanvaardt het beroep dat door de Protestantse Gemeente te Goutum op hem is gedaan.
  3. 01-09-2013 [verzoeker] begint zijn werkzaamheden als predikant bij de Protestantse Gemeente te Goutum.
  4. 23-01-2020 Het Generale College voor de Ambtsontheffing in de Protestantse Kerk in Nederland wijst het verzoek tot losmaking van [verzoeker] van PG Goutum toe.
  5. 01-08-2020 De losmaking van [verzoeker] van PG Goutum gaat officieel in.
  6. 26-06-2020 [verzoeker] stelt beroep in tegen aspecten van de losmaking, maar het Generale College voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen verklaart het beroep niet-ontvankelijk of ongegrond.
  7. 26-02-2020 [verzoeker] maakt aanspraak op een transitievergoeding van € 98.709,- bruto.
  8. 12-03-2020 PG Goutum weigert de transitievergoeding te betalen, gemotiveerd door het bestaan van een kerkrechtelijke rechtsverhouding.
  9. 05-08-2020 [verzoeker] dient een verzoekschrift in bij de kantonrechter om PG Goutum te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding.
  10. 25-11-2020 De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoeker] af en oordeelt dat de PKN kan afwijken van dwingend recht.
  11. 10-02-2021 [verzoeker] dient een verzoekschrift in hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
  12. 29-04-2021 [verzoeker] dient een akte met aanvullende producties in bij het hof.