SAR-overeenkomst vereist objectieve noodzaak rentedragend vreemd vermogen bij waardebepaling aandelen.
Hoger beroep van tussenvonnis, gepubliceerd onder LJN: BQ6333. Geschil over uitleg SAR-overeenkomst. Hof houdt de zaak aan zich en doet deze zelf af.
Rechtsvraag
Moet de overdracht van aandelen in Netwerk op 3 december 2008 worden beschouwd als een vestigingsmoment in de zin van de SAR-overeenkomst, en heeft [geïntimeerde] recht op een bedrag in contanten op basis van de SAR-overeenkomst?
Regel
- art. 3:33 BW (verklaring en wilsovereenstemming)
- SAR-overeenkomst (bepalingen over vestigingsmoment en berekening reële marktwaarde van aandelen)
- art. 83 Rv (ondertekening van processtukken)
- art. 353 lid 1 Rv (regels voor hoger beroep)
- art. 356 Rv (bevoegdheid van de rechter in hoger beroep)
Toepassing
- art. 3:33 BW (verklaring en wilsovereenstemming) Het hof concludeert dat de overdracht van aandelen op 3 december 2008 niet als een vestigingsmoment kan worden beschouwd omdat de partijen bij de SAR-overeenkomst een andere intentie hadden. De interpretatie van de overeenkomst moet worden bekeken in de context van de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen, waarbij de taalkundige betekenis van de termen in de overeenkomst belangrijk is maar niet doorslaggevend. [geïntimeerde] kon niet aannemelijk maken dat de overdracht een objectieve noodzaak vormde voor rentedragend vreemd vermogen. (Rechtsoverweging 4.7, 4.8)
- SAR-overeenkomst (bepalingen over vestigingsmoment en berekening reële marktwaarde van aandelen) De SAR-overeenkomst legt vast dat bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst de formule voor reële marktwaarde moet worden toegepast. Het hof stelt dat de noodzakelijke rentedragende schulden per 31 december 2008 moeten worden afgetrokken van de EBIT om de reële marktwaarde te berekenen. Het hof bepaalt dat een bedrag van € 8.162.000 als noodzakelijk vreemd vermogen moet worden aangemerkt, wat leidt tot een negatieve waarde, waardoor [geïntimeerde] geen recht heeft op een uitkering. (Rechtsoverweging 4.12)
- art. 83 Rv (ondertekening van processtukken) Het hof oordeelt dat de memorie van grieven correct is ondertekend door een kantoorgenoot van de procesadvocaat van Netwerk, wat voldoet aan de eisen gesteld in artikel 83 Rv. (Rechtsoverweging 4.3)
- art. 353 lid 1 Rv (regels voor hoger beroep) Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld en zich neerlegt bij de beslissingen van de rechtbank, waardoor de omvang van het geschil in hoger beroep beperkt blijft tot de uiterst subsidiaire vordering. (Rechtsoverweging 4.4)
- art. 356 Rv (bevoegdheid van de rechter in hoger beroep) Het hof vernietigt het eerdere vonnis van de rechtbank en beslist opnieuw in de hoofdzaak, waarbij de vorderingen van [geïntimeerde] worden afgewezen. (Rechtsoverweging 5.1)
Conclusie
Het hof concludeert dat de overdracht van aandelen in Netwerk op 3 december 2008 niet als een vestigingsmoment kan worden beschouwd en dat [geïntimeerde] geen recht heeft op een bedrag in contanten op basis van de SAR-overeenkomst. De uiterst subsidiaire vordering van [geïntimeerde] wordt afgewezen, en [geïntimeerde] wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Partijen en standpunten
- Eiser: [geïntimeerde]
- Gedaagde: Tinguely Netwerk B.V.
[geïntimeerde] claimt op basis van de SAR-overeenkomst een geldbedrag vanwege de overdracht van aandelen als vestigingsmoment. Hij stelt dat de overdracht van aandelen in Netwerk aan Groep een vestigingsmoment vormt, wat recht geeft op een contante betaling. Uiterst subsidiair stelt hij dat het einde van zijn dienstverband een vestigingsmoment is.
Netwerk stelt dat de overdracht van aandelen geen vestigingsmoment is. Ze betwisten de noodzaak van het vreemd vermogen en stellen dat de SAR-overeenkomst niet voorziet in de door [geïntimeerde] gewenste interpretatie. Ze wijzen erop dat de financiering noodzakelijk was voor herkapitalisatie en overnames.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2007 [geïntimeerde] was werkzaam bij Maetis N.V., een dochteronderneming van Netwerk, als financieel directeur. Hij was betrokken bij financiële activiteiten binnen het concern.
- 18-05-2007 [X] deed via zijn houdstermaatschappij een kapitaalstorting van € 3.000.000 in Netwerk, geboekt als agioreserve.
- Tweede helft 2007 Netwerk realiseerde overnames van Reaned, GIMD en Lowland Medical Services voor een bedrag van € 4.144.000.
- 07-08-2007 Netwerk en [geïntimeerde] ondertekenden een overeenkomst waarin 25,08 Stock Appreciation Rights (SAR’s) aan [geïntimeerde] werden toegekend.
- 03-12-2008 Holding bracht haar aandelen in Netwerk in een nieuw opgerichte vennootschap, Tinguely Groep B.V., in ruil voor aandelen in Groep.
- 05-12-2008 Van Lanschot Bankiers verstrekte een kredietfaciliteit van € 10.500.000 aan het concern voor werkkapitaaldoeleinden en acquisities.
- 05-12-2008 Netwerk besloot tot een uitkering van € 5.632.098 ten laste van de agioreserve en winstreserves als interim dividend.
- 31-12-2008 Mensink Capital stelde de waarde van de aandelen in Netwerk per 31 december 2008 op EUR 16.785.000 in een rapport.
- 01-10-2009 [geïntimeerde]'s dienstverband bij Maetis N.V. eindigde.
- 07-06-2011 Netwerk startte een hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht.
- 22-01-2013 Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Utrecht van 18 mei 2011 en wees de vorderingen van [geïntimeerde] af.