Publicatie van vertrouwelijke informatie mag worden beperkt ter bescherming van persoonlijke levenssfeer en veiligheid.

Gerechtshof Amsterdam · 29 februari 2024 · Hoger beroep kort geding · Civiel recht

Kort geding. Onrechtmatige daad. Persvrijheid versus bescherming persoonlijke levenssfeer. Art. 10 en 8 EVRM, art. 6:162 BW. Vorderingen om aan DPG een algemeen verbod op te leggen om vermoedelijk heimelijke opnamen van gesprekken met geheimhoudersinformatie die het Algemeen Dagblad wenst te gebruiken in een voorgenomen publicatie openbaar te maken en om te refereren aan deze en dergelijke opnamen en het bestaan daarvan. Publiek debat, informerende en opiniërende rol van de krant daarin, bescherming van artikel 8 EVRM, de geheimhoudingsplicht van advocaten daaronder begrepen. Verbod aan het Algemeen Dagblad om één onderdeel van de vermoedelijk heimelijk gemaakte opnamen openbaar te maken. Afwijzing andere vorderingen.

Rechtsvraag

Moet aan DPG een verbod worden opgelegd om vermoedelijk heimelijke opnamen van gesprekken met geheimhoudersinformatie die het Algemeen Dagblad wenst te gebruiken in een voorgenomen publicatie openbaar te maken en om te refereren aan deze en dergelijke opnamen en het bestaan daarvan?

Regel

  • Artikel 10 EVRM (Vrijheid van meningsuiting)
  • Artikel 8 EVRM (Recht op eerbiediging van privé- en familieleven)
  • Artikel 6:162 BW (Onrechtmatige daad)
  • Artikel 11a lid 1 Advocatenwet (Geheimhoudingsplicht advocaten)
  • Artikel 3 Gedragsregels advocatuur (Geheimhoudingsplicht)

Toepassing

  • Artikel 10 EVRM (Vrijheid van meningsuiting) De rechter erkent het belang van de persvrijheid en de taak van de pers om informatie te verspreiden over misstanden die de samenleving raken. De voorgenomen publicatie van het AD draagt bij aan het publieke debat en daarom is er weinig ruimte voor beperkingen op de vrijheid van meningsuiting. Het AD mag zich baseren op de heimelijk gemaakte opnamen vanwege het zwaarwegende maatschappelijke belang. (Rechtsoverwegingen 4.6, 4.10, 4.20)
  • Artikel 8 EVRM (Recht op eerbiediging van privé- en familieleven) De opnamen bevatten geheimhoudersinformatie die valt onder de bescherming van artikel 8 EVRM. De geheimhoudingsplicht van advocaten is een wezenlijk onderdeel van hun beroepsactiviteiten en geniet versterkte bescherming. De rechter weegt dit belang mee, maar acht het niet zwaarwegend genoeg om de publicatie geheel te verbieden, behalve in het geval van een specifieke persoon waarvan de naam niet mag worden gepubliceerd vanwege veiligheidsrisico's. (Rechtsoverwegingen 4.12, 4.18, 4.20)
  • Artikel 6:162 BW (Onrechtmatige daad) De rechter oordeelt dat het publiceren van de naam van een persoon die [naam 2] zou hebben benaderd met het verzoek om informatie uit een strafdossier door te geven onrechtmatig is vanwege mogelijke ernstige risico's voor de veiligheid van [geïntimeerde 1]. Voor het overige acht de rechter de voorgenomen publicatie niet onrechtmatig omdat de belangen van persvrijheid zwaarder wegen. (Rechtsoverwegingen 4.18, 4.21)
  • Artikel 11a lid 1 Advocatenwet (Geheimhoudingsplicht advocaten) De opnamen bevatten informatie die valt onder de geheimhoudingsplicht van de advocaten. Ondanks deze plicht, acht de rechter de publicatie gerechtvaardigd vanwege het maatschappelijke belang en de bijdrage aan het publieke debat, behalve voor een specifiek onderdeel dat veiligheidsrisico's met zich meebrengt. (Rechtsoverwegingen 4.11, 4.12, 4.20)
  • Artikel 3 Gedragsregels advocatuur (Geheimhoudingsplicht) De geheimhoudingsplicht van advocaten is van toepassing op de opnamen. De rechter erkent dit maar acht de publicatie gerechtvaardigd vanwege het maatschappelijke belang, met uitzondering van specifieke informatie die veiligheidsrisico's met zich meebrengt. (Rechtsoverwegingen 4.11, 4.12, 4.20)

Conclusie

De rechter heeft besloten dat aan DPG, handelend onder de naam AD, een verbod wordt opgelegd om in de voorgenomen publicatie de naam en tot de persoon te herleiden gegevens te gebruiken van degene die [naam 2] zou hebben benaderd met het verzoek om informatie door te geven uit een strafdossier. Voor het overige is de voorgenomen publicatie niet onrechtmatig en wordt het verbod opgeheven. De rechter acht een dwangsom van €25.000 per overtreding met een maximum van €250.000 passend.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [geïntimeerde 1] en de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam
  • Gedaagde: DPG Media B.V., de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), en Stichting Persvrijheidsfonds

Eisers vorderen een verbod op publicatie en verwijzing naar vermoedelijk heimelijk gemaakte opnamen van vertrouwelijke gesprekken, wegens veiligheidsrisico's en schending van de geheimhoudingsplicht van advocaten.

Gedaagden stellen dat het verbod een ontoelaatbare inperking van de persvrijheid is en wijzen op het maatschappelijk belang van de publicatie.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 2021 [geïntimeerde 1] hield tot 2021 kantoor met mr. [naam 2]. Zijn vader, [naam 1], was gedurende een aantal jaren kantoordirecteur van het kantoor waar [geïntimeerde 1] en [naam 2] aan verbonden waren.
  2. 05-01-2024 Het AD publiceert een artikel over mogelijk omkopen van een ambtenaar door [naam 2]. Het artikel is gebaseerd op vermoedelijk heimelijk gemaakte opnamen door [naam 1]. [geïntimeerde 1] ontkent betrokkenheid bij het verstrekken van deze opnamen.
  3. 05-01-2024 Advocaat van [geïntimeerde 1] sommeert de hoofdredacteur van het AD om af te zien van verdere publicaties op basis van de opnamen, omdat deze onrechtmatig zouden zijn.
  4. 26-01-2024 De voorzieningenrechter in de Rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van [geïntimeerde 1] en de Orde toe en verbiedt DPG op straffe van een dwangsom om de opnamen te publiceren of aan te refereren.
  5. 06-02-2024 DPG komt in hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter en dient een dagvaarding in bij het Gerechtshof Amsterdam.
  6. 15-02-2024 Het Gerechtshof Amsterdam laat de NVJ en het Persvrijheidsfonds toe om zich te voegen aan de zijde van DPG.
  7. 19-02-2024 Mondelinge behandeling van de zaak waarbij de partijen hun standpunten toelichten. De behandeling vindt deels achter gesloten deuren plaats.
  8. 29-02-2024 Het Gerechtshof Amsterdam vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter gedeeltelijk. Het verbod om de naam en gegevens te publiceren van degene die [naam 2] zou hebben benaderd, blijft gehandhaafd. Voor het overige wordt het verbod opgeheven.