Een quitclaim omvat niet automatisch toestemming voor levensgrote portretgebruik op voertuigen.

Gerechtshof Amsterdam · 30 juni 2025 · Hoger beroep · Civiel recht

kopje volgt.

Rechtsvraag

Was Picnic gerechtigd om het portret van [geïntimeerde] zonder specifieke toestemming op haar bestelbusjes te gebruiken, en is Picnic aansprakelijk voor schadevergoeding wegens schending van het portretrecht?

Regel

  • art. 6:106 BW (vergoeding immateriële schade)
  • Portretrecht (toestemming voor gebruik van portret)

Toepassing

  • art. 6:106 BW (vergoeding immateriële schade) Het hof oordeelt dat voor immateriële schadevergoeding vereist is dat er sprake is van schending van eer en goede naam of aantasting in de persoon. In deze zaak is er onvoldoende bewijs dat [geïntimeerde] geestelijk letsel heeft opgelopen of dat haar eer of goede naam is aangetast door het gebruik van haar portret. Ondanks haar stelling dat ze geschrokken was van het gebruik van haar portret, levert dit geen voldoende grondslag op voor immateriële schadevergoeding. Het hof is van mening dat de reeds aan [geïntimeerde] betaalde €500,- voldoende is. (Rechtsoverwegingen 4.6 en 4.7)
  • Portretrecht (toestemming voor gebruik van portret) De quitclaim die [geïntimeerde] ondertekende gaf toestemming voor gebruik van haar portret binnen de promotiekanalen van Picnic. Echter, het hof oordeelt dat deze toestemming zich niet uitstrekte tot het gebruik van een levensgrote afbeelding op bestelbusjes. Picnic had vooraf duidelijk moeten maken dat dergelijke toepassingen mogelijk waren. Omdat dit niet is gebeurd, werd het portretrecht van [geïntimeerde] geschonden. Picnic had niet redelijkerwijs mogen aannemen dat de toestemming zich tot deze vorm van gebruik uitstrekte. (Rechtsoverwegingen 4.2, 4.3)

Conclusie

Het hof concludeert dat Picnic onrechtmatig heeft gehandeld door het portret van [geïntimeerde] zonder specifieke toestemming te gebruiken op bestelbusjes. De vordering voor schadevergoeding en een verbod op verder gebruik wordt echter afgewezen, omdat er geen voldoende grondslag is voor immateriële schadevergoeding en er geen reële dreiging meer was van verder onrechtmatig gebruik van het portret.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [geïntimeerde]
  • Gedaagde: PICNIC B.V.

[geïntimeerde] stelt dat Picnic haar portretrecht heeft geschonden door zonder haar toestemming levensgrote afbeeldingen op bestelbusjes te gebruiken en eist schadevergoeding.

Picnic betwist de schending van het portretrecht door te stellen dat de quitclaim toestemming gaf voor het gebruik van de afbeeldingen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 10-04-2019 Geïntimeerde begon haar werkzaamheden bij Picnic als runner, aanvankelijk op basis van uitzendovereenkomsten en later in dienst.
  2. 03-12-2019 Picnic benaderde de geïntimeerde en andere werknemers voor deelname aan een fotoshoot.
  3. 04-12-2019 Geïntimeerde nam deel aan een fotoshoot en ondertekende een quitclaim waarin zij toestemming gaf voor gebruik van het beeldmateriaal voor promotiedoeleinden binnen Picnic's kanalen.
  4. Eind-11-2021 Picnic begon met het gebruik van de foto's van geïntimeerde voor verschillende reclame-uitingen, waaronder op bestelbusjes en online platforms.
  5. 07-04-2022 Na een gesprek met de geïntimeerde, verwijderde Picnic de afbeeldingen van de bestelbusjes in Nederland.
  6. 27-09-2022 De arbeidsovereenkomst tussen Picnic en de geïntimeerde eindigde door opzegging door de geïntimeerde.
  7. 24-11-2022 De kantonrechter oordeelde in het voordeel van de geïntimeerde, waarbij Picnic werd veroordeeld wegens schending van het portretrecht.
  8. 22-02-2023 Picnic stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de kantonrechter bij het Gerechtshof Amsterdam.
  9. 04-04-2024 Er vond een mondelinge behandeling plaats bij het hof, waarbij beide partijen hun standpunten toelichtten.
  10. 24-09-2024 Het Gerechtshof Amsterdam wees arrest, bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter deels, maar vernietigde het wat betreft de schadevergoeding en het verbod op verder gebruik van de afbeeldingen.