Herfacturering door trustkantoren kan onrechtmatig zijn bij verbergen belastingplichtige vennootschappen.

Gerechtshof Amsterdam ยท 16 juli 2024 ยท Hoger beroep ยท Civiel recht

Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2020:3461. Zie ook ECLI:NL:HR:2022:1579. Onrechtmatige daad bestaande uit het (behulpzaam zijn bij het) onttrekken van een vennootschap aan het zicht van de Belastingdienst. De aansprakelijkheid wordt (alleen) aangenomen waar het materieel de navorderingsaanslag 1996 betreft, over de schade moet het debat nog verder worden gevoerd.

Rechtsvraag

Kan Tradman NL, [appellant 1] en [appellant 2] aansprakelijk worden gesteld voor de oninbaarheid van de navorderingsaanslag 1996 van Marsannay, waarbij zij mogelijk onrechtmatig hebben gehandeld door de vennootschap aan het zicht van de Belastingdienst te onttrekken?

Regel

  • art. 3:14 BW (Beperking uitoefening privaatrechtelijke bevoegdheden)
  • art. 152 Rv (Bewijs door alle middelen)
  • art. 16, vierde lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen (Verlengde navorderingstermijn bij in buitenland opgekomen bestanddelen)
  • art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad)
  • art. 6:166 BW (Groepsaansprakelijkheid)
  • art. 6:171 BW (Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikte hulppersonen)
  • art. 6:98 BW (Schadevergoeding en voorzienbaarheid van schade)
  • art. 612 Rv (Schadebegroting in hoofdprocedure)
  • art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM (Bescherming eigendom)

Toepassing

  • art. 3:14 BW (Beperking uitoefening privaatrechtelijke bevoegdheden) De Staat heeft zijn privaatrechtelijke bevoegdheden niet misbruikt door de gegevens uit het derdenonderzoek te gebruiken, omdat er geen bijkomende omstandigheden zijn die terzijdelegging van het bewijs rechtvaardigen. De waarborgen die aan Tradman NL zijn verstrekt, gelden niet voor [appellant 1] en [appellant 2] en kunnen niet aan hen worden tegengeworpen. (Rechtsoverwegingen 5.10-5.22)
  • art. 152 Rv (Bewijs door alle middelen) Het hof kan recht spreken op basis van de stukken die in de onderhavige procedure zijn overgelegd, inclusief de stukken die afkomstig zijn van de Image. Er zijn geen bijkomende omstandigheden die terzijdelegging van het bewijs rechtvaardigen. (Rechtsoverwegingen 5.10-5.23)
  • art. 16, vierde lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen (Verlengde navorderingstermijn bij in buitenland opgekomen bestanddelen) De navorderingsaanslag 1996 voor Marsannay is terecht opgelegd onder de verlengde navorderingstermijn, omdat er winstbestanddelen in het buitenland zijn opgekomen. De feiten en omstandigheden wijzen erop dat [naam 7] de feitelijke leiding had over Marsannay en dat deze leiding in Nederland werd uitgeoefend. (Rechtsoverwegingen 5.56-5.64)
  • art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad) Tradman NL, [appellant 1] en [appellant 2] hebben onrechtmatig gehandeld door mee te werken aan de herfacturering voor Marsannay, wat leidde tot het onttrekken van de vennootschap aan het zicht van de Belastingdienst. Zij wisten of behoorden te weten dat Marsannay binnenlands belastingplichtig was en hadden zich niet met de herfacturering mogen inlaten. (Rechtsoverwegingen 5.124-5.133)
  • art. 6:166 BW (Groepsaansprakelijkheid) Niet van toepassing in deze zaak omdat de rechtbank deze grondslag heeft afgewezen en de Staat c.s. daartegen geen kenbare grieven hebben gericht. (Rechtsoverweging 5.98)
  • art. 6:171 BW (Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikte hulppersonen) Niet van toepassing in deze zaak omdat de rechtbank deze grondslag heeft afgewezen en de Staat c.s. daartegen geen kenbare grieven hebben gericht. (Rechtsoverweging 5.98)

Conclusie

Tradman NL, [appellant 1] en [appellant 2] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de Belastingdienst heeft geleden door het onrechtmatig handelen met betrekking tot de navorderingsaanslag 1996 van Marsannay. Het hof heeft geen aanleiding gezien voor een schadestaatprocedure en zal de schade in de hoofdprocedure begroten op basis van de navorderingsaanslag 1996.

Partijen en standpunten

  • Eiser: De Staat der Nederlanden en de Ontvanger van de Belastingdienst
  • Gedaagde: Tradman Netherlands B.V., [appellant 1] en [appellant 2]

De Staat vordert schadevergoeding wegens het onttrekken van vennootschappen aan het zicht van de Belastingdienst, met name door herfacturering voor Marsannay, waardoor de inning van belastingschulden onmogelijk werd.

Tradman c.s. betwist de aansprakelijkheid, voert aan dat de Belastingdienst niet tijdig was met het vaststellen van de belastingschuld, en beroept zich op verjaring en ontbreken van kennis over de belastingplicht van Marsannay.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 07-05-1991 Tradman Netherlands B.V. (oorspronkelijk B.V. European Trust Services Amsterdam) wordt opgericht.
  2. 31-12-2008 De Belastingdienst legt aan Marsannay een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op voor het jaar 1996, berekend naar een belastbaar bedrag van ฦ’ 20.000.000, inclusief heffingsrente en vergrijpboete.
  3. 27-10-2011 De rechtbank Haarlem verklaart het beroep van Marsannay tegen de navorderingsaanslag 1996 ongegrond.
  4. 20-12-2012 Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake de navorderingsaanslag 1996.
  5. 27-02-2012 De Belastingdienst stelt Tradman FS, Tradman IP, TMF, [appellant 1] en [appellant 2] aansprakelijk voor de schade in verband met de fiscale malversaties van de gebroeders [naam 1].
  6. 04-11-2022 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Staat c.s. tegen het tussenarrest van het Gerechtshof Amsterdam.
  7. 01-11-2023 Er vindt een zitting plaats waarin de zaak wordt toegelicht door de advocaten van betrokken partijen.
  8. 08-12-2023 Er wordt een zitting gehouden waarbij een schikking wordt beproefd, maar er wordt geen schikking bereikt.
  9. 16-07-2024 Het hof oordeelt dat Tradman NL, [appellant 1] en [appellant 2] onrechtmatig hebben gehandeld door het faciliteren van de herfacturering voor Marsannay, wat bijdroeg aan het verhullen van de vennootschap voor de Belastingdienst.