Uitbreiding van onderzoek naar ondernemingsbeleid vereist concrete twijfel aan juist beleid.
OK; enquête; afwijzing aanvullende verzoeken in lopende enquêteprocedure
Rechtsvraag
Moet het lopende onderzoek naar de gang van zaken bij Simetra worden uitgebreid en moeten er aanvullende onmiddellijke voorzieningen worden getroffen?
Regel
- art. 2:346 lid 1 aanhef en onder b BW (drempel voor enquêteverzoek)
- art. 2:343 BW (uittredingsprocedure en billijke verhoging van aandelenprijs)
- art. 2:337 BW (prorogatie in uittredingsprocedure)
- art. 20 lid 2 Rv (procesrechtelijke verplichtingen)
- art. 2:8 BW (verplichtingen jegens aandeelhouders)
- art. 2:9 BW (bestuurdersaansprakelijkheid)
- art. 3:13 BW (misbruik van recht)
Toepassing
- art. 2:346 lid 1 aanhef en onder b BW (drempel voor enquêteverzoek) De Ondernemingskamer oordeelt dat Nortra ontvankelijk is in haar verzoek ondanks dat haar aandelenbelang is verwaterd tot 0,0001%, omdat de aandelenemissies deel uitmaakten van de redenen voor het reeds gelaste onderzoek. Nortra heeft nieuwe feiten en omstandigheden aangedragen die mogelijk een nieuwe gegronde reden opleveren om aan een juist beleid te twijfelen. (Rechtsoverweging 3.5)
- art. 2:343 BW (uittredingsprocedure en billijke verhoging van aandelenprijs) Nortra betoogt dat de aandelenemissies onrechtmatig zijn en haar belang hebben verwaterd, wat een billijke verhoging van de aandelenprijs rechtvaardigt. De rechtbank heeft geoordeeld dat er mogelijk grond is voor een billijke verhoging, maar verdere beslissingen zijn aangehouden in afwachting van het onderzoek door mr. Endedijk. (Rechtsoverweging 2.16)
- art. 2:337 BW (prorogatie in uittredingsprocedure) De Ondernemingskamer stelt dat de huidige wet niet toestaat dat [A] wordt verplicht mee te werken aan prorogatie. Daarom kan Nortra geen prorogatie afdwingen en moet zij eventuele bezwaren over de procesvoering in de uittredingsprocedure naar voren brengen. (Rechtsoverweging 3.7)
- art. 20 lid 2 Rv (procesrechtelijke verplichtingen) Nortra betoogt dat Simetra c.s. niet meewerken aan een spoedige uittreding en daarmee hun procesrechtelijke verplichtingen schenden. De Ondernemingskamer stelt echter dat deze verplichtingen niet betekenen dat [A] moet meewerken aan prorogatie. (Rechtsoverweging 3.7)
- art. 2:8 BW (verplichtingen jegens aandeelhouders) Nortra stelt dat zij niet adequaat geïnformeerd is over transacties en financiële steun vanuit Rusland. De Ondernemingskamer oordeelt echter dat Nortra voldoende geïnformeerd is en dat er geen gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen op basis van de verstrekte informatie. (Rechtsoverweging 3.10)
- art. 2:9 BW (bestuurdersaansprakelijkheid) Nortra betoogt dat [A] zijn positie misbruikt en tegenstrijdige belangen heeft. De Ondernemingskamer vindt echter dat er onvoldoende concreet bewijs is geleverd dat de belangen van [A] tegenstrijdig waren met die van Simetra. (Rechtsoverweging 3.10)
Conclusie
De Ondernemingskamer wijst het verzoek van Nortra af. Er zijn geen gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij Simetra sinds het onderzoek door mr. Endedijk is gestart. Het verzoek om het lopende onderzoek uit te breiden en om nadere onmiddellijke voorzieningen te treffen, wordt afgewezen. Nortra wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Partijen en standpunten
- Eiser: Nortra Holding N.V.
- Gedaagde: Simetra Investments B.V., Breeze Amsterdam Holding, Breeze Vastgoed Amsterdam B.V., Hotel Breeze Amsterdam B.V.
Nortra verzoekt een uitbreiding van het onderzoek naar het Simetra-concern, inclusief een waarderingsonderzoek en de aanstelling van bestuurders. Nortra stelt dat geldstromen vanuit Rusland en optierechten aan [A] en [B] zonder juiste procedures zijn toegekend, en dat er sprake is van tegenstrijdige belangen en mogelijke overtreding van sanctiewetgeving.
Simetra c.s. betwisten de ontvankelijkheid van Nortra en voeren aan dat de geldstromen noodzakelijk waren voor financiële verplichtingen en dat zij geen sanctiewetgeving overtreden. De optierechten zijn verlopen zonder uitoefening.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2015 Simetra is opgericht voor de bouw en ontwikkeling van een hotel in Amsterdam en de exploitatie daarvan.
- 2016 De drie Breezevennootschappen zijn opgericht, waarvan Simetra (indirect) enig aandeelhouder is.
- 01-06-2019 Het hotel van Simetra is geopend.
- 08-2019 Aeon Plaza Hotels Management B.V., een vennootschap waarvan Nortra enig aandeelhouder is, is ontslagen als bestuurder van Simetra en de Breezevennootschappen.
- 07-04-2020 Tijdens de buitengewone aandeelhoudersvergadering van Simetra is besloten om maximaal 15.000.000 nieuwe aandelen uit te geven.
- 26-05-2020 Simetra heeft 899.100 aandelen uitgegeven aan [A].
- 21-10-2020 Op de aandeelhoudersvergadering is besloten tot uitgifte van 2,5 miljoen nieuwe aandelen.
- 29-01-2021 Simetra heeft 2.250.000 aandelen aan [A] uitgegeven.
- 18-02-2021 Nortra heeft bij de rechtbank Amsterdam een uittredingsprocedure tegen Simetra en [A] gestart.
- 25-10-2021 De Ondernemingskamer heeft een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken van Simetra.
- 26-10-2021 De Ondernemingskamer heeft mr. G.C. Endedijk aangewezen als onderzoeker.
- 18-01-2023 De rechtbank heeft geoordeeld dat de vordering tot uittreding van Nortra toewijsbaar is.