Kritiek op politici kent ruimere grenzen; persberichten over schorsing niet onrechtmatig.

Gerechtshof Amsterdam · 7 februari 2023 · Hoger beroep · Civiel recht

Het is onvoldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de schorsing van geïntimeerde en daarmee het door Volt hierover opgestelde persbericht op die grond onrechtmatig is. De grenzen van toelaatbare kritiek op een politicus zijn ruimer dan op een burger als private persoon. Het recht op bescherming van eer en goede naam van geïntimeerde afwegend tegenover het recht op vrije meningsuiting van Volt was sprake van een ‘iets te prematuur karakter’ van het persbericht. Verder zijn de bewoordingen niet in alle opzichten gelukkig gekozen. Daar staat tegenover dat de inhoud van het bericht grotendeels steun vond in de op dat moment bekende feiten en de door Volt genomen maatregelen.

Rechtsvraag

Is de schorsing van [geïntimeerde] door Volt en het daarover opgestelde persbericht onrechtmatig?

Regel

  • Art. 67 lid 3 Grondwet (lastverbod): Leden van de Staten-Generaal stemmen zonder last.
  • HR 11 november 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BU3917) (vrijheid van meningsuiting in het politieke debat): Politici genieten krachtige bescherming van hun vrijheid van meningsuiting, en moeten heftiger kritiek kunnen verdragen dan burgers.
  • HR 11 mei 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV1031) (botsing van fundamentele rechten): Bij botsing van het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eer en goede naam, moet een afweging van alle relevante omstandigheden plaatsvinden.

Toepassing

  • Art. 67 lid 3 Grondwet (lastverbod): Leden van de Staten-Generaal stemmen zonder last. Volt betoogt dat zij volledige vrijheid heeft om [geïntimeerde] als fractielid te schorsen op basis van het lastverbod. [geïntimeerde] voert aan dat er een valide grond moet zijn voor schorsing en dat de regels uit het fractiereglement niet zijn gevolgd. Het hof stelt dat het ongewis is of in een bodemzaak zal worden geoordeeld dat Volt vrij was [geïntimeerde] te schorsen, omdat staatsrechtgeleerden hierover verdeeld zijn. Daarom kan niet worden gezegd dat het handelen van Volt enkel vanwege de schorsing onrechtmatig is.
  • HR 11 november 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BU3917) (vrijheid van meningsuiting in het politieke debat): Politici genieten krachtige bescherming van hun vrijheid van meningsuiting, en moeten heftiger kritiek kunnen verdragen dan burgers. Volt bracht een persbericht uit over de schorsing van [geïntimeerde] wegens meldingen van grensoverschrijdend gedrag. Het hof stelt dat publieke uitlatingen over politici niet snel onrechtmatig zijn. De inhoud van het persbericht vond grotendeels steun in de feiten, hoewel het beter was geweest [geïntimeerde] een bezinningsperiode van 24 uur te geven. Het hof concludeert dat het 'iets te premature' karakter van het persbericht het niet onrechtmatig maakt.
  • HR 11 mei 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV1031) (botsing van fundamentele rechten): Bij botsing van het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eer en goede naam, moet een afweging van alle relevante omstandigheden plaatsvinden. Het hof weegt de ernst van de verdenkingen, de maatschappelijke misstand, de steun in feitenmateriaal, de inkleding van de verdenkingen, de kans op alternatieve wegen en de beperking van het nadeel voor [geïntimeerde]. Het hof vindt dat Volt's persbericht van 13 februari 2022 niet volledig juist was, maar niet onrechtmatig gezien de context en functie van [geïntimeerde]. Het persbericht van 26 februari 2022 was feitelijk juist en noodzakelijk voor publieksvoorlichting.

Conclusie

Het hof concludeert dat de schorsing van [geïntimeerde] door Volt en het daarover opgestelde persbericht niet onrechtmatig waren. De vorderingen van [geïntimeerde] worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [geïntimeerde]
  • Gedaagde: VOLT NEDERLAND

Geïntimeerde vordert intrekking van schorsing en beëindiging van haar lidmaatschap van Volt, rectificatie, toegang tot haar werkzaamheden, en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen.

Volt stelt dat de schorsing en beëindiging gerechtvaardigd waren vanwege meldingen van grensoverschrijdend gedrag en beroept zich op het recht op vrije meningsuiting.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 22-11-2021 Volt stelt het Reglement Tweede Kamerfractie vast, waarin omgangsvormen, verbetertrajecten en procedures voor beëindiging van het fractielidmaatschap worden beschreven.
  2. 01-12-2021 Volt stuurt een e-mail naar [geïntimeerde] over een tweet die negatieve gevolgen heeft voor de partij, en geeft een formeel signaal af over ongewenst gedrag.
  3. 21-01-2022 [F] stuurt een brief aan [D] waarin grensoverschrijdend gedrag van [geïntimeerde] wordt gemeld en verzoekt om officiële documentatie van het incident.
  4. 24-01-2022 [D] overlegt met Bureau Integriteit B.V. (BING) en ontvangt een opdrachtbevestiging voor onderzoek naar de klacht tegen [geïntimeerde].
  5. 31-01-2022 BING stuurt een e-mail naar [D] met bevindingen en adviseert vervolgstappen, waaronder interviews met betrokkenen en [geïntimeerde].
  6. 13-02-2022 [A] deelt telefonisch mee dat [geïntimeerde] wordt geschorst. Dit wordt later op de dag per e-mail bevestigd.
  7. 13-02-2022 Volt publiceert een persbericht over de schorsing van [geïntimeerde] vanwege meldingen van grensoverschrijdend gedrag.
  8. 14-02-2022 [geïntimeerde] stuurt een e-mail naar Volt waarin zij bezwaar maakt tegen de schorsing en verzoekt deze binnen 24 uur in te trekken.
  9. 14-02-2022 BING nodigt [geïntimeerde] uit voor een interview in het kader van hoor en wederhoor.
  10. 15-02-2022 [geïntimeerde] publiceert een persbericht waarin zij zich verzet tegen de schorsing.
  11. 16-02-2022 De advocaten van [geïntimeerde] verzoeken BING om inzage in de klachten en de onderzoeksopdracht.
  12. 17-02-2022 BING verstrekt de gevraagde documenten aan de advocaten van [geïntimeerde].