Arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden bij ernstig verstoorde arbeidsverhouding; billijke vergoeding mogelijk bij verwijtbaar handelen.

Gerechtshof Amsterdam · 5 september 2023 · Hoger beroep · Civiel recht

Arbeidsrecht; verstoorde arbeidsverhouding in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub g BW? ernstige verwijtbaarheid in de zin van artikel 7:671b lid 9 onder c BW? Hoogte billijke vergoeding.

Rechtsvraag

Is de arbeidsverhouding tussen de werkgever (EUR) en de werknemer ([geïntimeerde]) zodanig verstoord dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, en is de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever?

Regel

  • art. 7:671b lid 1, onderdeel a, BW (ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgever)
  • art. 7:669 lid 3, onderdeel g, BW (verstoorde arbeidsverhouding als redelijke grond voor ontbinding)
  • art. 7:671b lid 9 onder c BW (billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever)
  • art. 7:683 lid 5 BW (vaststelling tijdstip einde arbeidsovereenkomst in hoger beroep)

Toepassing

  • art. 7:671b lid 1, onderdeel a, BW (ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgever) EUR heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, zoals toegestaan onder dit artikel. De rechter heeft beoordeeld of deze verstoorde arbeidsverhouding voldoende grond biedt voor ontbinding.
  • art. 7:669 lid 3, onderdeel g, BW (verstoorde arbeidsverhouding als redelijke grond voor ontbinding) Het hof oordeelt dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord is, mede door het herhaaldelijk klagen van [geïntimeerde] over collega's en de organisatie bij hogere instanties, wat onwerkbare situaties veroorzaakte. EUR kan de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet laten voortduren.
  • art. 7:671b lid 9 onder c BW (billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever) Het hof acht de verstoring van de arbeidsrelatie mede het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van EUR, omdat EUR heeft geweigerd om met [geïntimeerde] in gesprek te gaan of mediation aan te bieden, ondanks herhaalde verzoeken.
  • art. 7:683 lid 5 BW (vaststelling tijdstip einde arbeidsovereenkomst in hoger beroep) Gelet op de duur van de procedure en het ontbreken van een opzegtermijn, bepaalt het hof dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 1 oktober 2023.

Conclusie

Het hof concludeert dat de arbeidsverhouding zodanig ernstig verstoord is dat van EUR niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten en dat deze verstoring mede te wijten is aan ernstig verwijtbaar handelen van EUR. De arbeidsovereenkomst wordt beëindigd per 1 oktober 2023, en [geïntimeerde] krijgt een transitievergoeding en een beperkte billijke vergoeding toegekend.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [appellant]
  • Gedaagde: [geïntimeerde]

EUR verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, niet langer houdbaar voor de werkgever.

[geïntimeerde] verzet zich tegen ontbinding en eist transitievergoeding en billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen door EUR.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-03-1992 [geïntimeerde] begint zijn dienstverband bij EUR als wetenschappelijk docent bij de faculteit [appellant] School of Law.
  2. 01-03-2012 [geïntimeerde] wordt aangesteld als bijzonder hoogleraar Internationaal beleid en fiscale autonomie bij EUR met een aanstelling van 0,2 fte.
  3. 08-04-2016 [geïntimeerde] stuurt een e-mail naar de decaan waarin hij aangeeft dat zijn vertrouwen in de organisatie volledig is vervlogen.
  4. 11-05-2017 [geïntimeerde] laat EUR weten in aanmerking te willen komen voor een 'career track' van bijzonder naar gewoon hoogleraar.
  5. 31-08-2017 Een collega van [geïntimeerde] stuurt een e-mail naar de HR manager over klachten van medewerkers over [geïntimeerde].
  6. 28-02-2018 [geïntimeerde] solliciteert naar de functie van gewoon hoogleraar Internationaal en Europees Belastingrecht.
  7. 20-06-2018 De decaan draagt [naam 4] voor benoeming als gewoon hoogleraar voor bij het College van bestuur, dat deze voordracht volgt.
  8. 19-09-2018 [geïntimeerde] laat EUR weten dat hij het career track traject alsnog ambieert.
  9. 22-09-2019 [geïntimeerde] stuurt een brief aan het College van bestuur over onregelmatigheden en vraagt om onderzoek.
  10. 10-06-2020 [geïntimeerde] dient een klacht in bij de Nationale Ombudsman over de afhandeling van zijn klachten door het College van bestuur.
  11. 28-03-2021 [geïntimeerde] stuurt een klacht naar de Rector Magnificus van EUR over pestgedrag van de decaan.
  12. 20-09-2021 De decaan deelt [geïntimeerde] mee dat een traject voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt gestart wegens verstoorde arbeidsverhoudingen.