Kosten moeten redelijk gespecificeerd zijn voor verhaal op klant onder algemene voorwaarden.

Gerechtshof Amsterdam · 9 augustus 2023 · Hoger beroep · Civiel recht

Afwikkeling bankrelatie met aflossing openstaande leningen. De bank brengt met een beroep op haar algemene voorwaarden diverse kosten bij de klant in rekening. Omvang advocaatkosten redelijk?

Rechtsvraag

Mocht ING de verschillende kosten, zoals royementskosten, advocaatkosten en vergoeding voor vervroegd aflossen, in rekening brengen bij appellanten na beëindiging van de bank- en kredietrelatie?

Regel

  • Art. 17.8 VZR (Voorwaarden Zakelijke Rekening): Alle buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten voor de inning van vorderingen komen voor rekening van de Rekeninghouder.
  • Art. 14.1 ABK (Algemene Bepalingen van Kredietverlening): Alle kosten in verband met de uitoefening van de rechten van de Bank en invordering van verschuldigde bedragen komen voor rekening van de Kredietnemer.
  • Art. 7 lid 4 AV REF 2003/2010 (Algemene Voorwaarden van ING Real Estate Finance): Bij vervroegde aflossing is een vergoeding verschuldigd.
  • Art. 22 lid 1 AV REF 2003/Art. 23 lid 1 AV REF 2010: Alle kosten van akte, instandhouding, wijziging, incasso, en gerechtelijke handelingen komen voor rekening van de schuldenaar.

Toepassing

  • Art. 17.8 VZR (Voorwaarden Zakelijke Rekening): Alle buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten voor de inning van vorderingen komen voor rekening van de Rekeninghouder. Het hof oordeelde dat de door ING in rekening gebrachte royementskosten (€250,00) niet ongegrond zijn, omdat het aannemelijk is dat ING meer werkzaamheden heeft verricht dan alleen het ondertekenen van een volmacht.
  • Art. 14.1 ABK (Algemene Bepalingen van Kredietverlening): Alle kosten in verband met de uitoefening van de rechten van de Bank en invordering van verschuldigde bedragen komen voor rekening van de Kredietnemer. Het hof oordeelde dat ING gerechtigd is om advocaatkosten door te berekenen, maar ING had nagelaten een nauwkeurige specificatie van de kosten te verstrekken. Hierdoor achtte het hof de in rekening gebrachte advocaatkosten (DLA Piper en Loyens & Loeff) onredelijk en stelde deze op vijftig procent van de oorspronkelijke bedragen.
  • Art. 7 lid 4 AV REF 2003/2010 (Algemene Voorwaarden van ING Real Estate Finance): Bij vervroegde aflossing is een vergoeding verschuldigd. Het hof oordeelde dat [appellanten] de vergoeding voor vervroegde aflossing verschuldigd waren volgens zowel de leningsovereenkomst als de AV REF, ondanks dat ING de relatie beëindigde. ING had de vergoeding naar beneden bijgesteld, wat niet onredelijk werd geacht.
  • Art. 22 lid 1 AV REF 2003/Art. 23 lid 1 AV REF 2010: Alle kosten van akte, instandhouding, wijziging, incasso, en gerechtelijke handelingen komen voor rekening van de schuldenaar. Het hof oordeelde dat de kosten voor werkzaamheden van Loyens & Loeff niet in verhouding stonden tot de verrichte werkzaamheden. De kosten werden daarom op vijftig procent vastgesteld van het gedeclareerde bedrag.

Conclusie

Het hof heeft geoordeeld dat ING een deel van de kosten, zoals de advocaatkosten, ten onrechte in rekening heeft gebracht en dat deze op vijftig procent van de oorspronkelijke bedragen moeten worden vastgesteld. ING moest een bedrag van € 17.919,66 aan [appellanten] terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente. De overige vorderingen van [appellanten] werden afgewezen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Beleggings- en Exploitatiemaatschappij [appellante 1] B.V., [appellante 2] B.V., [appellante 3] B.V.
  • Gedaagde: ING Bank N.V.

[appellanten] vorderen terugbetaling van onverschuldigd betaalde kosten aan ING, waaronder royementskosten, advocaatkosten en vergoeding voor vervroegde aflossing.

ING beroept zich op haar algemene voorwaarden, die bepalen dat alle door haar gemaakte kosten bij de klant in rekening kunnen worden gebracht.

Tijdlijn

  1. 15-12-2015 ING en [appellante 2] zetten de verstrekte leningen voort tot respectievelijk 1 januari 2019 en 1 januari 2021.
  2. 05-02-2018 Het RC-krediet van € 2,5 miljoen verstrekt aan [appellante 1] is geëxpireerd.
  3. 30-08-2018 ING beëindigt de bank- en kredietrelatie met [appellanten] wegens onvoldoende informatie voor Wft en Wwft, met opzegtermijn tot 1 januari 2019.
  4. 01-2019 [appellanten] dagvaarden ING in kort geding voor verlenging opzegtermijn en deblokkering van rekeningen.
  5. 28-01-2019 De rechtbank wijst de gevraagde voorzieningen van [appellanten] af.
  6. 07-02-2019 [appellanten] verzoeken ING om geen executievoorbereidingen te treffen.
  7. 11-02-2019 ING weigert verzoek van [appellanten] en zet executievoorbereidingen voort.
  8. 29-04-2019 Levering van panden en afrekening tussen [appellanten] en ING vindt plaats.
  9. 25-11-2020 De rechtbank wijst de vorderingen van [appellanten] tot terugbetaling door ING af.
  10. 28-01-2021 [appellanten] stellen hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam.
  11. 24-03-2023 Mondelinge toelichting door partijen bij het Hof Amsterdam.
  12. 11-07-2023 Het Hof vernietigt het vonnis gedeeltelijk en veroordeelt ING tot betaling van € 17.919,66 aan [appellanten].