BKR-registratie kan worden gehandhaafd bij gerechtvaardigde belangen, tenzij specifieke omstandigheden voldoende onderbouwd zijn.
Vervolg van 16 februari 2021 (ECLI:NL: GHAMS:2021:499) en van 11 mei 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:1367). Beoordeling van verzoek om verwijdering gegevens uit BKR-register. Toepasselijk wetsartikelen: artikelen 6, 12, 17 en 21 AVG [Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG]
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of de Rabobank gerechtvaardigde gronden heeft om de persoonsgegevens van [verzoeker] in het BKR te blijven verwerken, ondanks zijn bezwaar en verzoek tot verwijdering op grond van artikel 21 en 17 AVG.
Regel
- art. 6 lid 1 onder f AVG (rechtmatige grondslag voor verwerking persoonsgegevens)
- art. 21 AVG (recht van bezwaar tegen verwerking van persoonsgegevens)
- art. 17 AVG (recht op gegevenswissing)
Toepassing
- art. 6 lid 1 onder f AVG (rechtmatige grondslag voor verwerking persoonsgegevens) De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de verwerking van persoonsgegevens van [verzoeker] haar rechtmatige grondslag vindt in artikel 6 lid 1 onder f AVG. Dit betekent dat de Rabobank gerechtvaardigde belangen heeft die zwaarder wegen dan de belangen van [verzoeker] bij verwijdering van de registratie, zoals het voorkomen van overkreditering en het waarschuwen van andere kredietverschaffers. [verzoeker] heeft zijn specifieke omstandigheden niet voldoende onderbouwd om aan te tonen dat zijn belangen zwaarder wegen. (r.o. 2.2, 2.5, 2.13)
- art. 21 AVG (recht van bezwaar tegen verwerking van persoonsgegevens) [verzoeker] heeft niet bewezen of aannemelijk gemaakt dat de door hem gestelde specifieke omstandigheden voor bezwaar zich daadwerkelijk voordoen. Hij heeft geen bewijs geleverd van zijn financiële situatie of van geweigerde kredietaanvragen. Hierdoor kan de afweging van belangen niet in zijn voordeel uitvallen. (r.o. 2.6, 2.9, 2.10)
- art. 17 AVG (recht op gegevenswissing) Het beroep van [verzoeker] op artikel 17 AVG faalt omdat hij niet heeft aangetoond dat de persoonsgegevens niet langer nodig zijn voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld. De Rabobank heeft gerechtvaardigde gronden voor de verwerking, en [verzoeker] heeft niet voldoende onderbouwd dat zijn financiële situatie stabiel is of dat hij geen schulden meer heeft. (r.o. 2.14, 2.15)
Conclusie
De rechter concludeert dat de Rabobank gerechtvaardigde belangen heeft voor de verwerking van de persoonsgegevens van [verzoeker] en dat zijn verzoek om verwijdering terecht is afgewezen. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en [verzoeker] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verzoeker]
- Gedaagde: Coöperatieve Rabobank U.A.
[verzoeker] betoogde dat de Rabobank zijn BKR-registratie moest verwijderen omdat deze hem financieel benadeelde, met name vanwege hogere rentelasten en problemen bij het verkrijgen van zakelijke financiering. Hij stelde dat zijn belangen zwaarder wogen dan de gerechtvaardigde belangen van Rabobank.
Rabobank voerde aan dat de registratie gerechtvaardigd was vanwege een betalingsachterstand en dat er dwingende redenen waren om deze te handhaven, zoals het voorkomen van overkreditering en het waarschuwen van andere kredietverstrekkers. Zij betwistte de specifieke omstandigheden van [verzoeker] die zouden leiden tot verwijdering van de registratie.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2010 [verzoeker] heeft sinds 2010 een betalingsachterstand opgelopen bij de Rabobank.
- 2015 [verzoeker] is in 2015 met de Rabobank een betalingsregeling overeengekomen, die niet volledig is nagekomen.
- 2016 [verzoeker] is in 2016 opnieuw een betalingsregeling met de Rabobank overeengekomen, die ook niet volledig is nagekomen.
- 2017 De Rabobank heeft in 2017 de volledige openstaande schuld in één keer opgeëist van [verzoeker].
- 21-01-2021 De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 21 januari 2021 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad.
- 16-02-2021 Het gerechtshof Amsterdam heeft op 16 februari 2021 een tussenbeschikking gegeven in de zaak van [verzoeker] tegen de Rabobank.
- 11-05-2021 Het gerechtshof Amsterdam heeft op 11 mei 2021 een tweede tussenbeschikking gegeven.
- 03-12-2021 De Hoge Raad heeft op 3 december 2021 een prejudiciële beslissing gegeven met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het CKI van het BKR.
- 16-12-2020 [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling van zijn hoger beroep op 16 december 2020 geen nadere financiële gegevens overgelegd.
- 08-03-2022 Het gerechtshof Amsterdam heeft op 8 maart 2022 de bestreden beschikking bekrachtigd en [verzoeker] veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.