Cessie van kartelschadevorderingen moet aan schuldenaar worden medegedeeld voor tegenwerpbaarheid.
Luchtvaartkartel. Cessie vorderingen aan claimvehikel. Heeft schuldenaar belang bij vaststelling geldigheid cessie of is voor schuldenaar beslissend of hij op redelijke gronden moet aannemen dat (kan betwijfelen of) cessie geldig is? Art. 6:34 en 6:37 BW. Op cessie-overeenkomst toepasselijk recht (art. 14 Rome I; art. 10:135 BW). Mededelingsplicht; informatierecht schuldenaar (art. 3:94 lid 1 en 4 BW). Redelijke grond tot twijfel indien cessieovereenkomst wordt beheerst door Duits of Frans recht. Cessie aan claimvehikel strijdig met fiduciaverbod (art. 3:84 lid 3 BW)? Bepaaldheidsvereiste. Belang schuldenaar bij betwisting geldigheid handtekening cessieakte en bij vaststelling bevoegde vertegenwoordiging cedent in cessieakte. Bezitsvermoeden vordering (art. 3:119 BW). Is vordering vatbaar voor bezit? Samenhang met ECLI:NL:GHAMS:2020:714
Rechtsvraag
De centrale vraag is of de cessies van schadevergoedingsvorderingen door de 'shippers' aan de Stichting Cartel Compensation (SCC) rechtsgeldig zijn, en of de luchtvaartmaatschappijen deze cessies tegen zich moeten laten gelden.
Regel
- art. 101 VWEU (verbod op mededingingsbeperkende afspraken)
- art. 14 lid 2 Verordening (EG) 593/2008 Rome I (toepasselijk recht op de contractuele verbintenissen)
- art. 3:94 lid 1 BW (vereisten voor rechtsgeldige cessie)
- art. 3:84 lid 3 BW (fiduciaverbod)
- art. 6:34 lid 1 BW (bevrijdend betalen)
- art. 6:37 BW (opschortingsrecht)
Toepassing
- art. 101 VWEU (verbod op mededingingsbeperkende afspraken) De Europese Commissie heeft een kartel vastgesteld waarbij luchtvaartmaatschappijen brandstof- en veiligheidstoeslagen hebben gecoördineerd, wat in strijd is met art. 101 VWEU. SCC vordert schadevergoeding namens de 'shippers' die door deze inbreuk schade hebben geleden.
- art. 14 lid 2 Verordening (EG) 593/2008 Rome I (toepasselijk recht op de contractuele verbintenissen) Voor de vraag of de luchtvaartmaatschappijen de cessies tegen zich moeten laten gelden, moet worden vastgesteld welk recht van toepassing is op de vorderingen. Het hof neemt veronderstellenderwijs aan dat Nederlands recht van toepassing is.
- art. 3:94 lid 1 BW (vereisten voor rechtsgeldige cessie) Voor een rechtsgeldige cessie is een daartoe bestemde akte vereist. De luchtvaartmaatschappijen betwisten de rechtsgeldigheid van de cessies, maar het hof overweegt dat de schuldenaar in beginsel mag afgaan op de mededeling en het uittreksel van de akte.
- art. 3:84 lid 3 BW (fiduciaverbod) De luchtvaartmaatschappijen stellen dat de cessie in strijd is met het fiduciaverbod. Het hof oordeelt dat uit de cessieovereenkomst blijkt dat een werkelijke overdracht is beoogd en dat er geen strijd is met het fiduciaverbod.
- art. 6:34 lid 1 BW (bevrijdend betalen) De vraag of de luchtvaartmaatschappijen bevrijdend aan SCC kunnen betalen, hangt af van of zij op redelijke gronden mochten aannemen dat naar Duits, respectievelijk Frans recht sprake was van een rechtsgeldige cessie.
- art. 6:37 BW (opschortingsrecht) Indien er redelijke twijfel bestaat over de geldigheid van de cessie, kunnen de luchtvaartmaatschappijen een beroep doen op een opschortingsrecht.
Conclusie
Het hof concludeert dat de luchtvaartmaatschappijen de cessies tegen zich moeten laten gelden, aangezien SCC voldoende heeft aangetoond dat de cessies rechtsgeldig zijn. Echter, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het een verklaring voor recht inhoudt die niet was gevorderd. De zaak wordt aangehouden in afwachting van de uitspraak in een ander hoger beroep over het toepasselijk recht op de vorderingen.
Partijen en standpunten
- Eiser: Stichting Cartel Compensation
- Gedaagde: Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V., Martinair Holland N.V., Deutsche Lufthansa A.G., Lufthansa Cargo A.G., British Airways Plc, Société Air France S.A., Singapore Airlines Limited, Singapore Airlines Cargo Pte Ltd
SCC vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige kartelvorming van de luchtvaartmaatschappijen en verklaart dat de vorderingen rechtsgeldig aan haar zijn gecedeerd.
De luchtvaartmaatschappijen betwisten de rechtsgeldigheid van de cessies en de bevoegdheid van SCC om de vorderingen te innen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 09-11-2010 De Europese Commissie besluit dat diverse luchtvaartmaatschappijen, waaronder de luchtvaartmaatschappijen in deze zaak, tussen december 1999 en 14 februari 2006 brandstof- en veiligheidstoeslagen hebben gecoördineerd in strijd met artikel 101 WVEU.
- 16-12-2015 Het Gerecht verklaart de beroepen tegen het besluit van de Europese Commissie gegrond en vernietigt het besluit (deels voor BA).
- 17-03-2017 De Europese Commissie neemt een nieuw besluit waarin opnieuw wordt vastgesteld dat er een kartel was in de luchtvrachtsector en legt boetes op aan de betrokken luchtvaartmaatschappijen.
- 31-10-2017 De luchtvaartmaatschappijen stellen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 augustus 2017.
- 04-06-2019 Zitting waarin partijen hun standpunten toelichten bij het Gerechtshof Amsterdam.
- 05-06-2019 Het Gerechtshof Amsterdam houdt een regiezitting om de voortgang van de zaak te bespreken.
- 10-03-2020 Het Gerechtshof Amsterdam wijst arrest in de zaak van de luchtvaartmaatschappijen tegen Stichting Cartel Compensation.