Non-concurrentiebeding geldt bij overeenkomst van opdracht, overtreding leidt tot schadevergoeding.

Gerechtshof Amsterdam · 23 maart 2017 · Hoger beroep · Civiel recht

Appel van ECLI:NL:RBNHO:2016:523. Verstekarrest. Non-concurrentiebeding en relatiebeding in overeenkomst van opdracht (onder meer dienstverlening als gastheer). Anders dan de eerste rechter oordeelde, zijn er wel werkzaamheden verricht die in strijd zijn met het non-concurrentiebeding en het relatiebeding. Toewijzing van de alsnog in appel ingestelde vordering van een boete van €50.000,-.

Rechtsvraag

Heeft [geïntimeerde] het non-concurrentiebeding en het relatiebeding overtreden door betrokken te zijn bij de organisatie van een evenement en beveiligingswerkzaamheden uit te voeren na de beëindiging van de overeenkomst met Rush?

Regel

  • art. 7:653 BW (Non-concurrentiebeding bij arbeidsovereenkomst)
  • Non-concurrentiebeding overeenkomst van opdracht (Beperking op werkzaamheden na einde overeenkomst)
  • Relatiebeding overeenkomst van opdracht (Beperking op contact met klanten/relaties na einde overeenkomst)

Toepassing

  • art. 7:653 BW (Non-concurrentiebeding bij arbeidsovereenkomst) Het hof oordeelde dat artikel 7:653 BW niet van toepassing is, omdat het betrekking heeft op arbeidsovereenkomsten en niet op overeenkomsten van opdracht zoals in deze zaak tussen Rush en [geïntimeerde].
  • Non-concurrentiebeding overeenkomst van opdracht (Beperking op werkzaamheden na einde overeenkomst) [geïntimeerde] was betrokken bij de organisatie van de Ladies Night op 5 juni 2015, wat een overtreding van het non-concurrentiebeding betekent. Het hof vond dat het beding breed genoeg was om deze activiteiten als overtreding te beschouwen, zelfs als ze als voorbereidingswerkzaamheden werden aangemerkt.
  • Relatiebeding overeenkomst van opdracht (Beperking op contact met klanten/relaties na einde overeenkomst) [geïntimeerde] heeft de relatiebeding overtreden door op 21 november 2015 beveiligingswerkzaamheden te verrichten bij LIFE. Het hof nam deze overtreding als vaststaand aan omdat [geïntimeerde] dit in de memorie van dupliek niet heeft weersproken.

Conclusie

Het hof concludeert dat [geïntimeerde] het non-concurrentiebeding en het relatiebeding heeft overtreden. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van € 50.000,- aan Rush.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Rush Safety Services B.V.
  • Gedaagde: [geïntimeerde]

Rush vordert betaling van € 50.000,- vanwege overtreding van non-concurrentie- en relatiebeding door [geïntimeerde].

[geïntimeerde] betoogt dat geen sprake is van overtreding, en stelt dat artikel 7:653 BW van toepassing is, wat door het hof verworpen wordt.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 16-01-2015 Rush en [geïntimeerde] sluiten een overeenkomst van opdracht voor de duur van twee jaar, waarbij [geïntimeerde] als opdrachtnemer beveiligingswerkzaamheden zal uitvoeren bij LIFE Music and more in Hoorn.
  2. 19-05-2015 De overeenkomst tussen Rush en [geïntimeerde] wordt beëindigd.
  3. 15-06-2015 [geïntimeerde] zou hebben gehandeld in strijd met het non-concurrentiebeding en relatiebeding door betrokken te zijn bij het organiseren van de Ladies Night bij LIFE.
  4. 04-08-2015 Rush dagvaardt [geïntimeerde] en vordert betaling van € 25.000,- wegens overtreding van het non-concurrentiebeding en relatiebeding.
  5. 21-11-2015 [geïntimeerde] verricht beveiligingswerkzaamheden bij LIFE, wat Rush aanvoert als herhaalde overtreding van het concurrentiebeding.
  6. 03-02-2016 De kantonrechter wijst de vordering van Rush af, stellende dat [geïntimeerde] zijn betrokkenheid bij de organisatie van de Ladies Night had beëindigd en dat er onvoldoende gelegenheid was voor [geïntimeerde] om zich te verweren tegen de gestelde overtreding op 21 november 2015.
  7. 04-04-2016 Rush stelt hoger beroep in tegen het vonnis van de kantonrechter van 3 februari 2016.
  8. 19-04-2016 Ter rolle van 19 april 2016 wordt tegen [geïntimeerde] verstek verleend omdat hij niet verschijnt.
  9. 16-06-2016 Rush dient een memorie van grieven in en vermeerdert haar eis, vordert veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van € 50.000,-, terugbetaling van voldane bedragen, en proceskosten.
  10. 17-01-2017 Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van € 50.000,- aan Rush, alsmede de proceskosten in beide instanties. Het arrest wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.