Ontbreken van zorgvuldig onderzoek bij ABC-transacties rechtvaardigt ontzetting van notaris.
Het BFT heeft in opdracht van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer onderzoek gedaan naar de mogelijke betrokkenheid van de oud-notaris bij hypotheekfraude en/of twijfelachtige ABC-transacties over het tijdvak 2004-2007. In totaal heeft het BFT vijftien transacties onderzocht. Op grond van de bevindingen van het BFT en het verslag van de plaatsvervangend voorzitter heeft de voorzitter van de kamer aan de kamer verzocht een beslissing te nemen over de bedenkingen die zijn gerezen tegen de oud-notaris. De kamer heeft de tegen de oud-notaris ambtshalve ingediende bedenkingen gegrond verklaard en de oud-notaris de tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd. Het hof heeft in de zaak met zaaknummer 200.167.787/01 NOT het BFT niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. In de zaak met zaaknummer 200.168.718/01 NOT heeft het hof geoordeeld dat de ambtshalve bedenkingen deels gegrond en deels ongegrond zijn en de oud-notaris de maatregel van ontzetting opgelegd.
Rechtsvraag
De kernvraag is of de oud-notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zijn notariële zorgplicht te schenden in verband met ABC-transacties en andere vastgoedtransacties, en of de opgelegde maatregel van ontzetting uit het ambt gerechtvaardigd is.
Regel
- Art. 96 lid 6 Wna (oud) (tuchtrechtelijke behandeling door de kamer voor het notariaat)
- Art. 107 lid 1 Wna (hoger beroep mogelijkheid voor BFT)
- Art. 99 lid 15 Wna (driejaarstermijn voor tuchtrechtelijke klachten)
- Art. 6 EVRM (redelijke termijn voor behandeling en recht op een eerlijk proces)
- Art. 29 lid 2 Wetboek van Strafvordering (cautieplicht in strafrechtelijke procedures)
Toepassing
- Art. 96 lid 6 Wna (oud) (tuchtrechtelijke behandeling door de kamer voor het notariaat) De voorzitter heeft het eindrapport van [mr. X] voorgelegd aan de kamer voor tuchtrechtelijke behandeling. Dit wordt gezien als een klacht van de voorzitter. De oud-notaris beriep zich op het ontbreken van een concreet geformuleerde klacht, maar het hof oordeelde dat de klacht voldoende duidelijk was geformuleerd. (Rechtsoverwegingen 6.5, 6.6)
- Art. 107 lid 1 Wna (hoger beroep mogelijkheid voor BFT) Het BFT heeft geen belang bij hoger beroep omdat het zich al kon vinden in de uitspraak van de kamer. Het hof verklaarde het BFT niet-ontvankelijk omdat hoger beroep alleen bedoeld is voor wie een andere uitspraak wil bewerkstelligen. (Rechtsoverwegingen 6.1, 6.2, 6.3)
- Art. 99 lid 15 Wna (driejaarstermijn voor tuchtrechtelijke klachten) De driejaarstermijn startte bij ontvangst van het eindrapport door de voorzitter eind 2014, zodat de klacht tijdig was ingediend. (Rechtsoverweging 6.8)
- Art. 6 EVRM (redelijke termijn voor behandeling en recht op een eerlijk proces) De redelijke termijn begon te lopen vanaf het moment dat de oud-notaris het eindrapport ontving in april 2014. De totale duur was niet onredelijk lang, dus er was geen schending van de redelijke termijn. (Rechtsoverwegingen 6.9, 6.10, 6.11)
- Art. 29 lid 2 Wetboek van Strafvordering (cautieplicht in strafrechtelijke procedures) Er was geen verplichting tot het geven van cautie bij het starten van het BFT-onderzoek in 2009, aangezien dit een tuchtrechtelijke en geen strafrechtelijke procedure betrof. Het hof verwierp het verweer van de oud-notaris op dit punt. (Rechtsoverwegingen 6.12, 6.13)
Conclusie
De oud-notaris heeft structureel zijn notariële zorgplicht geschonden bij ABC-transacties, wat het vertrouwen in het notariaat ernstig schaadt. Het hof acht de maatregel van ontzetting uit het ambt gerechtvaardigd en vernietigt de eerdere beslissing, waarbij het hof deels de ambtshalve bedenkingen gegrond verklaart.
Partijen en standpunten
- Eiser: Bureau Financieel Toezicht
- Gedaagde: mr. [naam], oud-notaris te [stad 3]
De oud-notaris heeft zijn notariële onderzoeksplicht ernstig verzaakt bij ABC-transacties, wat heeft geleid tot mogelijke hypotheekfraude en oneigenlijk gebruik van de derdengeldrekening.
De oud-notaris betwist de beschuldigingen en stelt dat er geen reden was voor nader onderzoek, gezien de omstandigheden en betrokken partijen.
Wetsartikelen
- art. 6 EVRM
- art. 5:10a Awb
- art. 29 Sv
- art. 6 lid 1 EVRM
Tijdlijn
- 29-12-2008 De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) verzoekt de voorzitter van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Arnhem een onderzoek te gelasten naar de mogelijke betrokkenheid van de oud-notaris bij hypotheekfraude en/of twijfelachtige (ABC-)transacties.
- 30-12-2008 De voorzitter van de kamer van toezicht gelast een onderzoek naar de oud-notaris en draagt de plaatsvervangend voorzitter, mr. [mr. X], op het onderzoek uit te voeren.
- 10-06-2009 Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) verzoekt de voorzitter een nader onderzoek te gelasten naar de naleving door de oud-notaris van zijn wettelijke verplichtingen op grond van de Wet op het notarisambt (Wna) en andere beroepsvereisten.
- 11-06-2009 De voorzitter gelast een nader onderzoek naar de oud-notaris en draagt mr. [mr. X] op ook dit onderzoek uit te voeren.
- 19-10-2009 Bij het onderzoek door het BFT beroept de oud-notaris zich op zijn geheimhoudingsplicht en verleent geen inzage in dossiers.
- 04-01-2010 De voorzitter bericht de kamer van toezicht dat vastgesteld moet worden of de oud-notaris zich op goede grond verzet tegen het onderzoek of zijn ambtsgeheim misbruikt.
- 17-05-2010 De kamer van toezicht doet uitspraak inzake de kwestie van de oud-notaris. De oud-notaris stelt hoger beroep in tegen deze beslissing.
- 22-11-2011 Het hof stelt vast dat de oud-notaris zich op goede grond heeft verzet tegen het onderzoek door het BFT, voor zover dit betreft de controle op naleving van de Wwft.
- 13-12-2011 Een gesprek vindt plaats waarin wordt afgesproken dat het BFT opnieuw een onderzoek zal doen, gebaseerd op de Wet op het notarisambt.
- 13-07-2012 Op verzoek van het BFT verzoekt mr. [mr. X] het BFT schriftelijk een onderzoek uit te voeren bij de oud-notaris, met uitzondering van de controle op naleving van de Wwft.
- 13-08-2012 Het BFT hervat het onderzoek naar de oud-notaris.
- 15-01-2014 Het BFT biedt zijn eindrapport van het onderzoek aan mr. [mr. X] aan.