Vrijheid van meningsuiting weegt zwaarder dan belangen bij beschuldigingen met voldoende feitelijke basis.

Gerechtshof Amsterdam · 16 oktober 2015 · Hoger beroep · Civiel recht

Publicatie van artikelen niet onrechtmatig geoordeeld. De daarin opgenomen uitlatingen vinden voldoende steun in het destijds beschikbare feitenmateriaal en ten aanzien van betrokkene kan worden gezegd dat hij een publiek persoon was en om die reden meer kritiek op zijn functioneren had te dulden. Vonnis van de voorzieningenrechter strekkende tot rectificatie vernietigd.

Rechtsvraag

Moet Trouw rectificeren voor de publicaties over [geïntimeerde] wegens vermeende onrechtmatige beschuldigingen van belangenverstrengeling en aankoop van woningen tegen bodemprijzen, zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter?

Regel

  • Artikel 6:162 BW (Onrechtmatige daad)
  • Artikel 8, tweede lid, EVRM (Recht op privacy versus vrijheid van meningsuiting)

Toepassing

  • Artikel 6:162 BW (Onrechtmatige daad) Het hof beoordeelt of de publicaties van Trouw onrechtmatig zijn jegens [geïntimeerde] door te onderzoeken of er voldoende feitenmateriaal was dat de beschuldigingen van belangenverstrengeling en aankoop van woningen tegen bodemprijzen ondersteunt. Het hof oordeelt dat er voldoende verwevenheid van belangen is tussen [geïntimeerde] en SDS, en dat [geïntimeerde] onvoldoende transparantie heeft betracht richting bewoners over waardestijgingen, waardoor de publicaties niet lichtvaardig zijn. De publicaties zijn dus niet onrechtmatig. (Rechtsoverweging 3.6.2, 3.7, 3.8, 3.9, 3.10, 3.11, 3.12, 3.13)
  • Artikel 8, tweede lid, EVRM (Recht op privacy versus vrijheid van meningsuiting) Het hof weegt het recht van Trouw op vrijheid van meningsuiting af tegen het recht van [geïntimeerde] op bescherming van zijn eer en goede naam. Gezien de publieke functie van [geïntimeerde] en de vitale rol van Trouw als publieke waakhond, oordeelt het hof dat het belang van Trouw om vermeende misstanden te rapporteren zwaarder weegt. (Rechtsoverweging 3.6.2, 3.13, 3.15)

Conclusie

Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter dat Trouw opdroeg te rectificeren. De publicaties van Trouw zijn niet onrechtmatig jegens [geïntimeerde] omdat er voldoende feitenmateriaal is dat de beschuldigingen ondersteunt en het belang van Trouw om te publiceren zwaarder weegt dan het belang van [geïntimeerde] op bescherming van zijn eer en goede naam. De vorderingen van [geïntimeerde] worden afgewezen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [geïntimeerde]
  • Gedaagde: Trouw B.V.

Eiser vorderde rectificatie van publicaties door Trouw vanwege ongefundeerde beschuldigingen van belangenverstrengeling en aankoop van serviceflats tegen bodemprijzen.

Gedaagde voerde aan dat publicaties rechtmatig waren, gebaseerd op voldoende feitenmateriaal en dat vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1997 [geïntimeerde] is eigenaar/bestuurder van WaardeVastGoedHolland BV (WVGH) tot 2008.
  2. 2007 [geïntimeerde] is lid van de Raad van Advies van Stichting Dienstverlening Serviceflats (SDS) tot 2009.
  3. 2010 [geïntimeerde] is vanaf 2010 tot 8 januari 2014 lid van de gemeenteraad in zijn woonplaats als CDA-politicus.
  4. 05-01-2014 [A], journalist, stuurt een e-mail aan [geïntimeerde] over een onderzoek naar dienstverleners van en investeerders in serviceflats.
  5. 06-01-2014 [geïntimeerde] reageert op het e-mailbericht van [A] met antwoorden op de gestelde vragen.
  6. 07-01-2014 Trouw publiceert een artikel met beschuldigingen ten opzichte van [geïntimeerde] over belangenverstrengeling en aankoop van woningen ver onder taxatiewaarde.
  7. 08-01-2014 Trouw publiceert een vervolgartikel over serviceflats in relatie tot SDS en [geïntimeerde].
  8. 09-01-2014 Publicatie in Trouw over het opstappen van [geïntimeerde] uit de gemeenteraad naar aanleiding van de berichtgeving.
  9. 06-02-2014 [geïntimeerde] verlangt rectificatie van Trouw wegens ongefundeerde beschuldigingen.
  10. 14-03-2014 De voorzieningenrechter oordeelt dat de beschuldigingen onvoldoende steun vinden in het feitenmateriaal en veroordeelt Trouw tot rectificatie.
  11. 03-04-2014 Trouw gaat in hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.
  12. 18-02-2015 Partijen pleiten hun zaak voor het Gerechtshof Amsterdam.