Bij herhaaldelijke huurachterstand mag verhuurder overgaan tot ontruiming, belangenafweging vereist.

Gerechtshof Amsterdam · 11 juli 2008 · Hoger beroep · Civiel recht

Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw. Rechtbank niet gehouden een belanghebbende op te roepen teneinde te worden gehoord. Verzoek alsnog afgewezen. Belangenafweging.

Rechtsvraag

Of de rechtbank Amsterdam ten onrechte het verzoek van [X] heeft toegewezen om Het Oosten te verbieden over te gaan tot ontruiming van de door [X] gehuurde woning, zonder Het Oosten als belanghebbende op te roepen.

Regel

  • art. 287 lid 4, Faillissementswet (Fw.) (Voorlopige voorziening in het kader van schuldsaneringsregeling)
  • art. 287b, Faillissementswet (Fw.) (Voorlopige voorziening bij bedreigende situaties)

Toepassing

  • art. 287 lid 4, Faillissementswet (Fw.) (Voorlopige voorziening in het kader van schuldsaneringsregeling) Het hof overweegt dat de regeling van artikel 287 lid 4 Fw. bedoeld is om de periode tussen de indiening van het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en de beslissing daarop te overbruggen. Oproepen van betrokken partijen bij de behandeling van het verzoek in eerste aanleg is ten aanzien van deze procedure niet wettelijk geregeld. Het hof stelt dat het verplichten belanghebbenden te horen afbreuk zou doen aan de spoedeisendheid van de gevraagde voorlopige voorziening. Bovendien staat van een beslissing op een verzoek ex artikel 287 lid 4 Fw. hoger beroep open, zodat belanghebbenden alsnog de gelegenheid krijgen om gehoord te worden. Het hof concludeert dat de rechtbank niet in strijd heeft gehandeld met artikel 287 lid 4 Fw. door Het Oosten niet op te roepen.
  • art. 287b, Faillissementswet (Fw.) (Voorlopige voorziening bij bedreigende situaties) Het hof merkt op dat artikel 287b Fw. de mogelijkheid van het verkrijgen van een voorlopige voorziening beperkt tot drie specifieke gevallen: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water, en opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. In dergelijke gevallen is wettelijk voorgeschreven dat de schuldenaar en schuldeiser(s) op wie het verzoek betrekking heeft/hebben, zullen worden opgeroepen teneinde te worden gehoord. Echter, tegen een beslissing in deze gevallen staat geen hoger beroep open. Het hof benadrukt dat de regeling van artikel 287 lid 4 Fw. algemener is en niet dezelfde oproepverplichting bevat, wat de rechtbank de vrijheid geeft om belanghebbenden al dan niet op te roepen.

Conclusie

Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam en wijst het verzoek van [X] tot het verbieden van de ontruiming van zijn woning door Het Oosten af. Het hof concludeert dat de rechtbank niet in strijd heeft gehandeld met artikel 287 lid 4 Fw. door Het Oosten niet op te roepen als belanghebbende, mede gezien de spoedeisendheid van de voorlopige voorziening en de mogelijkheid van hoger beroep.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Woningbouwvereniging Het Oosten
  • Gedaagde: [X]

Het Oosten vordert de vernietiging van de beschikking die [X] verbiedt om de gehuurde woning te ontruimen en stelt dat de huurder de lopende huurpenningen moet blijven voldoen.

[X] stelt dat hij niet altijd in staat is de huur tijdig te betalen vanwege onregelmatige inkomsten, maar recent enkele betalingen heeft gedaan en binnenkort een vast arbeidscontract krijgt.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 26-07-1999 Het Oosten verkrijgt een vonnis waarin [X] wordt veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van € 1.185,24 en tot ontruiming van het gehuurde, tenzij hij alsnog de huurachterstand voldoet. [X] voldoet uiteindelijk de huurpenningen.
  2. 21-05-2001 [X] wordt veroordeeld tot betaling van de door Het Oosten gemaakte incassokosten na betaling van achterstallige huur van € 698,93.
  3. Begin 2004 [X] wordt wederom aangemaand zijn achterstallige huur te voldoen en een betalingsregeling wordt getroffen, die hij pas na dreigen met rechtsmaatregelen nakomt.
  4. Voorjaar 2005 [X] heeft een huurschuld van € 1.101,61 die hij na een tweetal aanmaningen voldoet. De huur over augustus 2005 wordt eerst na een aanmaning betaald.
  5. 04-03-2008 [X] wordt gedagvaard tot betaling van een huurschuld van € 1.621,32, tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van een bedrag van € 331,55 voor iedere maand dat [X] na 29-02-2008 het gehuurde in gebruik zal houden.
  6. 26-03-2008 De vordering wordt toegewezen onder vermindering van een bedrag van € 400,--, dat [X] na dagvaarding heeft voldaan. De ontruiming wordt aangezegd tegen 15-05-2008.
  7. 14-05-2008 [X] dient een verzoek in bij de rechtbank Amsterdam tot het geven van een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet (Fw.).
  8. 14-05-2008 De rechtbank Amsterdam wijst het verzoek van [X] toe om Het Oosten te verbieden over te gaan tot ontruiming van de woning aan de Jan Maijenstraat 7 III te Amsterdam. [X] wordt echter niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om Nuon te verbieden hem af te sluiten van gas/elektra.
  9. 12-06-2008 Het Oosten stelt hoger beroep in tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 14-05-2008.
  10. 01-07-2008 Het hoger beroep wordt behandeld ter terechtzitting. Namens Het Oosten verschijnen Th.J.A. Groen en haar procureur. Ook [X] en vertegenwoordigers van Nuon (C.L.T. Borst en D. Meijer) zijn aanwezig.
  11. 11-07-2008 Het gerechtshof Amsterdam vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 14-05-2008 en wijst het verzoek van [X] tot een voorlopige voorziening af. Het meer of anders gevorderde wordt eveneens afgewezen.