Een benadelingshandeling vereist een voorzienbaar verband tussen gedrag en arbeidsongeschiktheid.
Vechtpartij op werk. Betrokkene heeft twee dagen na de vechtpartij zijn werk weer hervat. Betrokkene is vervolgens op 8 oktober 2018 uitgevallen met psychische klachten nadat de werkgever zijn lezing over de vechtpartij niet geloofde, hem op non-actief zette en ondanks een jarenlang dienstverband in de vechtpartij aanleiding zag het dienstverband te beëindigen. De ongeschiktheid van betrokkene is dus niet veroorzaakt door de vechtpartij zelf. Geen voorzienbaar verband gedraging en intreden ongeschiktheid tot werken. Mogelijk voorzienbaar einde dienstverband, is in dit verband onvoldoende om de gedraging als benadelingshandeling aan te merken. De voorzieningenrechter heeft de vraag naar de mate van verwijtbaarheid en de vraag of andere maatregelen getroffen hadden moeten worden terecht buiten beschouwing gelaten.
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat betrokkene geen benadelingshandeling heeft gepleegd, waardoor er geen grond bestaat voor het opleggen van een maatregel op de Ziektewetuitkering van betrokkene.
Regel
- art. 45, eerste lid, aanhef en onder j, Ziektewet (ZW) (weigering ziekengeld bij benadeling door de verzekerde)
Toepassing
- art. 45, eerste lid, aanhef en onder j, Ziektewet (ZW) (weigering ziekengeld bij benadeling door de verzekerde) De Raad oordeelt dat er geen sprake is van een benadelingshandeling omdat betrokkene zijn werk twee dagen na de vechtpartij heeft hervat en de ongeschiktheid niet door de vechtpartij zelf is veroorzaakt. De ongeschiktheid werd veroorzaakt door psychische klachten na de beslissing van de werkgever om hem op non-actief te stellen en het dienstverband te beëindigen. Er was geen voorzienbaar verband tussen de gedraging van betrokkene op 2 oktober 2018 en zijn ongeschiktheid tot werken op 8 oktober 2018. Het enkele feit dat de gedraging van betrokkene mogelijk het einde van het dienstverband voorzag, is onvoldoende om als benadelingshandeling te worden aangemerkt. (Rechtsoverwegingen 4.3, 4.4)
Conclusie
De rechter concludeert dat betrokkene geen benadelingshandeling heeft gepleegd, en daarom bestaat er geen grond voor het opleggen van een maatregel op de Ziektewetuitkering. De voorzieningenrechter heeft het besluit van 24 juli 2019 terecht herroepen, en het hoger beroep van appellante slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Partijen en standpunten
- Eiser: [appellante]
- Gedaagde: Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Appellante stelt dat betrokkene een benadelingshandeling heeft gepleegd door zich niet te onttrekken aan een vechtpartij, wat leidde tot arbeidsongeschiktheid en ontslag. Appellante betoogt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een benadelingshandeling.
Het Uwv heeft de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd, met de stelling dat er geen sprake is van een benadelingshandeling door betrokkene, omdat de ongeschiktheid niet direct voortvloeit uit de vechtpartij.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 02-10-2018 Betrokkene was werkzaam als weegbrugmedewerker bij appellante en raakte betrokken bij een vechtpartij op het werk, waarbij hij letsel aan zijn gezicht opliep. Hij ging die dag ziek naar huis.
- 04-10-2018 Betrokkene hervatte zijn werkzaamheden bij appellante na de vechtpartij.
- 08-10-2018 Appellante stelde betrokkene op non-actief in verband met de vechtpartij. Betrokkene meldde zich daarop ziek.
- 23-10-2018 Appellante vroeg de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met betrokkene te ontbinden.
- 06-12-2018 De kantonrechter wees het verzoek van appellante om de arbeidsovereenkomst met betrokkene te ontbinden af.
- 14-05-2019 Het gerechtshof Amsterdam wees het verzoek toe om de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 01-06-2019, omdat betrokkene verwijtbaar had gehandeld door de confrontatie niet uit de weg te gaan.
- 12-07-2019 Appellante verzocht het Uwv om betrokkene een 100%-maatregel op te leggen voor de Ziektewetuitkering vanaf 01-06-2019 vanwege verwijtbaar handelen.
- 24-07-2019 Het Uwv verlaagde de Ziektewetuitkering van betrokkene met 100% vanaf 01-06-2019, omdat uit de uitspraak van het gerechtshof bleek dat door verwijtbaar handelen van betrokkene een verstoorde werkrelatie was ontstaan.
- 15-01-2020 Het Uwv handhaafde het besluit van 24-07-2019 dat de Ziektewetuitkering van betrokkene met 100% werd verlaagd.
- 18-05-2020 De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herzag het besluit van 24-07-2019.
- 14-09-2023 De Centrale Raad van Beroep behandelde de zaak in hoger beroep. Namens appellante verscheen mr. Van der Steen, het Uwv werd vertegenwoordigd door mr. Clemens, en betrokkene werd bijgestaan door mr. Coskun.
- 26-10-2023 De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter dat er geen sprake was van een benadelingshandeling door betrokkene, waardoor de maatregel van het Uwv geen grond had.