Procesbelang ontbreekt als resultaat niet feitelijk betekenisvol of haalbaar is.

Centrale Raad van Beroep ยท 8 maart 2022 ยท Hoger beroep ยท Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

Rechtsvraag

Heeft appellante voldoende procesbelang bij het hoger beroep tegen het besluit van het college om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, gezien het feit dat de verleende jeugdhulp al verstreken is en er geen concreet belang meer gerealiseerd kan worden?

Regel

  • Art. 8:1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Recht op beroep)
  • Jurisprudentie ECLI:NL:CRVB:2020:887, waarin is bepaald dat er voldoende procesbelang moet zijn bij een uitspraak van de Raad.

Toepassing

  • Art. 8:1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Recht op beroep) Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het college, maar heeft geen concreet belang aangetoond dat met dit beroep kan worden gerealiseerd, aangezien de pleegzorg al verstreken is en het contact met haar dochter niet hersteld kan worden via deze procedure.
  • Jurisprudentie ECLI:NL:CRVB:2020:887, waarin is bepaald dat er voldoende procesbelang moet zijn bij een uitspraak van de Raad. De Raad overweegt dat er geen procesbelang aanwezig is omdat de uitkomst van de procedure niet zal bijdragen aan de bereidheid van de dochter om in gesprek te gaan met appellante. Ook is er geen sprake van schadevergoeding die relevant is voor het procesbelang. Het ontbreken van een concreet belang volgt uit het feit dat er geen nieuwe informatie is die de beeldvorming kan veranderen.

Conclusie

Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Er is geen concreet resultaat dat via deze procedure kan worden bereikt, noch is er sprake van een relevante schadevergoeding die het procesbelang zou kunnen ondersteunen.

Tijdlijn

  1. [geboortedatum] 1999 [naam dochter], dochter van appellante, wordt geboren.
  2. 07-01-2017 [naam dochter] wendt zich tot het college met een verzoek om een voorziening op het gebied van jeugdhulp op grond van de Jeugdwet.
  3. 13-02-2017 Het college verleent [naam dochter] jeugdhulp in de vorm van pleegzorg bij Xonar voor de periode van 7 januari 2017 tot en met 31 december 2017.
  4. 07-06-2017 Het college verklaart het bezwaar van appellante tegen het besluit van 13 februari 2017 niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan procesbelang.
  5. 14-12-2017 De rechtbank verklaart het beroep van appellante tegen het besluit van 7 juni 2017 ongegrond.
  6. Maart 2018 Appellante wordt veroordeeld wegens stalking; er wordt een straat- en contactverbod met haar dochter opgelegd.
  7. 24-04-2019 Onderzoek ter zitting van de enkelvoudige kamer vindt plaats. Appellante verschijnt bijgestaan door mr. Brans. Het college wordt vertegenwoordigd door mr. Overhof.
  8. 2019 Het straat- en contactverbod met de dochter van appellante wordt bekrachtigd.
  9. 26-01-2022 Onderzoek ter zitting van de meervoudige kamer vindt plaats. Appellante verschijnt bijgestaan door mr. Brans. Het college wordt vertegenwoordigd door mr. Overhof.
  10. 02-03-2022 De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.